In het Nederlandse verkeer is het essentieel om op de hoogte te zijn van de betekenis van verschillende kleuren lichten, waaronder groene zwaailichten en blauwgroene koplampen. Naast de bekende rode brandweerauto’s en gele ambulances, zijn er nu ook groene auto’s met zwaailichten die steeds vaker voorkomen.
Het groene hulpverleningsvoertuig is niet nieuw, maar wint aan populariteit. De veiligheidsregio IJsselland nam er begin dit jaar een in gebruik en Gelderland-Zuid ontving deze maand de sleutels. Andere regio’s hebben er al langer eentje. Dit voertuig is een officieel voorrangsvoertuig, wat betekent dat je aan de kant moet als het met zwaailichten en sirenes nadert. De strepen op de auto zijn wit met blauw, net als bij de brandweer.
Het kan voorkomen dat een crisisfunctionaris in deze groene auto stapt om de coördinatie te verzorgen als zowel de ambulance als de brandweer een melding krijgen. Tijdens een crisis is het belangrijk dat de verschillende voertuigen en hun functies duidelijk herkenbaar zijn.
Welke soorten zwaailichten zijn er en wat is de wettelijke regelgeving?
Als leverancier en webwinkel in verkeersvoorzieningen en wegbebakening is Visser Assen al vele jaren dé leverancier voor onder meer signaalverlichting. Maar welke (soorten) zwaailichten zijn er allemaal? En hoe zit het met de wettelijke regelgeving?
Wanneer het gaat om de lichtsignalen die op de openbare weg (mogen) worden gebruikt, dan zie je dat er slechts drie verschillende kleuren in gebruik zijn: blauw, groen en amber.
Lees ook: Groene Trui in de Tour
- Blauw: Een blauw zwaai-, flits- of knipperlicht bestaat uit één set blauwe signaalverlichting en voldoet aan klasse 2 signaalverlichting; de set voldoet aan klasse 2 van ECE reglement 65 en is overeenkomstig dat reglement gecertificeerd. Blauwe lichtsignalen mogen uitsluitend worden gebruikt door een voertuig dat in gebruik is bij de politie, brandweer of diensten voor spoedeisende hulpverlening of hulpverleningsdiensten. Bovendien moeten deze voertuigen zijn voorzien van reflecterende striping, letters, cijfers of tekens om zodanig herkenbaar te zijn voor de overige weggebruikers. Klasse 2 wil ook zeggen dat je de lichtintensiteit kan regelen.
- Groen: Een groen zwaai-, flits- of knipperlicht is een rondom schijnend, groen permanent licht, zwaai-, flits- of knipperlicht waarmee een voertuig dat is uitgerust met andere signaalverlichting eveneens mee mag zijn uitgerust. Dit type zwaailicht wordt het minst gebruikt in vergelijking met bijvoorbeeld oranje of blauwe zwaailichten. De voertuigen die dit groene zwaailicht voeren zijn hulpverleningsvoertuigen, waaronder: voertuigen van de marechaussee, politievoertuigen, ambulances en brandweervoertuigen. Het wordt vooral gebruikt bij grote ongevallen en calamiteiten. De bevelvoerders van de verschillende diciplines markeren er hun voertuig mee, zodat onderling overleg makkelijker kan plaatsvinden.
- Amber: Hoewel de kleur verlichting meer lijkt op oranje of geel, is de officiële benaming van deze signaalverlichting amber. Amber licht wordt steeds meer toegepast in het straatbeeld.
19 Zwaailampen
Regelgeving omtrent zwaailichten
De regelgeving omtrent het voeren van signaleringslichten is in handen van het Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV), sinds augustus 2009 onderdeel van CROW. Het staat natuurlijk buiten kijf dat het voeren van een zwaailamp in de kleur groen en vooral blauw bij wet is verboden voor onbevoegden.
Helaas, het gebruik van een oranje of gele zwaailamp door particulieren is eveneens verboden. "Personenauto’s mogen, met uitzondering van de richtingaanwijzers, de waarschuwingsknipperlichten en de remlichten ten behoeve van het noodstopsignaal, niet zijn voorzien van knipperende lichten," aldus artikel 5.2.64 Regeling voertuigen.
Normeringen: ECE R65 en ECE R10
Wanneer het gaat om zwaailampen en/of zwaaibalken, dan kom je in feite twee zeer belangrijke normeringen tegen: ECE R65 en ECE R10.
- ECE R65: Dit wil zeggen dat het lichtsignaal kan worden waargenomen rondom het gehele voertuig (360 graden). Dit vanaf een afstand van 20 meter vanaf het voertuig, gemeten op anderhalve meter boven het wegdek.
- ECE R10: De ECE R10-norm is een typegoedkeuring of keurmerk met betrekking tot elektrische systemen op voertuigen. Wanneer een lamp of iets soortgelijks is goedgekeurd volgens ECE R10, geeft dit aan dat deze is goedgekeurd op basis van Elektromagnetische Compatibiliteit (EMC).
Een derde veelgebruikte term met betrekking tot zwaaiverlichting is SAE. Op het gebied van signaalverlichting kom je bovendien nog een aantal letters, cijfers en combinaties hiervan tegen: T, X, A en B. En deze zijn weer onderverdeeld in Klasse 1 en Klasse 2.
Lees ook: Groene Boom Auto's: wat zijn de voor- en nadelen?
Het excuus van particulier gebruik buiten de openbare weg
Veel mensen hebben hun voertuig uitgerust met een amberkleurig zwaailicht, maar dit flitslicht of zwaailicht is alleen in gebruik als ze op hun eigen terrein aan het werk zijn. Vervolgens gaan ze de openbare weg op, om zo van plek A naar plek B te bewegen. Het antwoord hierop is helaas NEE. Het is een excuus dat veel wordt gehoord en misbruikt: het verweer dat de op een voertuig aanwezige 'illegale' verlichting uitsluitend wordt gebruikt buiten de openbare weg. Maar helaas. Enkel de stekker buiten de 12V-aansluiting hebben hangen, is niet voldoende.
Mogelijkheden voor signaleringsverlichting
Als jij graag gebruik wilt maken van signaleringsverlichting, dan zijn er verschillende oplossingen. Zo zijn er zwaailampen voor permanente bevestiging, zwaailampen met magneetbevestiging voor kortstondig gebruik, en zwaaibalken.
- Zwaailampen: Er is een zeer grote verscheidenheid aan zwaailichten. Veel van deze zwaailampen zijn geschikt voor een permanente bevestiging. Een oplossing zou dan ook een zwaailamp met een magneetbevestiging kunnen zijn. Vaak zijn deze zwaailichten bovendien nog uitgevoerd met een 12V-steker en een schakelaar. Hiermee is een dergelijke zwaailamp uitermate geschikt voor kortstondig gebruik.
- Zwaaibalken: Een zwaaibalk is in feite niet meer of minder dan een zeer platte en langwerpige zwaailamp. Een zwaaibalk is rondom voorzien van een heleboel losse ledjes - al gauw meer dan honderd stuks - die allemaal rondom kunnen knipperen of flitsen.
Voor het voeren en gebruiken van amberkleurige signaleringsverlichting is het niet nodig om een vergunning op zak te hebben.
LED vs. Halogeen zwaailichten
Vroeger bestond een zwaailicht uit een halogeenlamp met een lichtbron van 55 watt waar een spiegel omheen draait. Door de continue trillingen en bewegingen slijten deze zwaailichten veel harder en gaan ze dus sneller stuk. Een LED-zwaailicht heeft echter helemaal geen bewegende onderdelen en is daardoor duurzamer.
- Halogeen zwaailichten: bevatten meer draaibare onderdelen die allemaal tijdens het gebruik kunnen slijten, en dit maakt deze zwaailampen zo kwetsbaar.
- LED-zwaailichten: Een zwaailamp met ledtechniek werkt namelijk doordat alle leds op verschillende manieren in- en uitschakelen. Dankzij deze manier van in- en uitschakelen is het mogelijk meerdere flitspatronen in te stellen. Zelfs een ronddraaiend patroon behoort tot de mogelijkheden.
Het belang van signaleringsverlichting
Zowel zwaailichten als flitsers geven je extra veiligheid in het verkeer. Dankzij de felle en flitsende patronen val je te allen tijde uitstekend op en kunnen andere verkeersdeelnemers je al van verre aan zien komen. Een LED-zwaaibalk zorgt dus voor een nog veel betere zichtbaarheid op de openbare weg. Vandaag de dag wordt een deugdelijke signaleringsverlichting door steeds meer instanties verplicht gesteld.
Lees ook: Auto reinigen groene aanslag
De groene auto van de Veiligheidsregio
Naast de 'gewone' hulpdiensten, zoals politie, brandweer, ambulance en Rijkswaterstaat, kun je nu ook groene voertuigen op de weg tegenkomen. In de auto's rijden de Officier van Dienst Bevolkingszorg en de zogeheten CoPI Communicatieadviseur. Dat zijn medewerkers van de Veiligheidsregio die tijdens grote branden, rampen of een crisis samenwerken met de hulpdiensten.
De medewerkers van de Veiligheidsregio hadden al auto's zonder zwaailichten en sirene, maar die waren eigenlijk van de brandweer. De oude auto's hadden geen zwaailichten en sirene. "Nu kunnen ze wel files omzeilen en snel van de ene naar de andere kant van de provincie rijden." Dat kan met zwaailichten en sirene sneller.
Wanneer moet je voorrang verlenen?
Alleen de ambulance, de politie en de brandweer mogen een blauw licht en sirenes voeren. Andere voertuigen niet. Een uitzondering op die regel geldt voor de weginspecteurs van Rijkswaterstaat. Zij mogen dit wel om zo snel ter plaatse te zijn bij ongelukken. Onderweg kun je ook nog groene en gele (of oranje) zwaailichten tegenkomen. Deze voertuigen hoef je niet voor te laten gaan. Wel geven ze het signaal om extra alert te zijn.
Een groen zwaailicht geeft aan dat het om het commandovoertuig van een hulpdienst gaat.
Nieuwe wettelijke regeling per 1 maart 2009
Per 1 maart 2009 is een nieuwe wettelijke regeling van kracht die eenheid en structuur moet brengen in het gebruik van zwaailichten en sirenes op de voertuigen van hulpverleningsdiensten. In deze regeling optische en geluidssignalen 2009 zijn voor zowel de blauwe als ambergele markt nieuwe eisen gesteld. Voor voertuigen die nu al zijn voorzien van signalering is tot 1 maart 2014 een overgangstermijn van kracht, maar daarna moet alle signalering op voertuigen voldoen aan de Europese ECE R65 richtlijnen.
Striping en herkenbaarheid
De hulpverleningsvoertuigen van ambulance, brandweer, politie en reddingsbrigade in Nederland zijn voorzien van standaard kleuren en strepen per dienst. Dit wordt striping genoemd. Het doel van deze striping is de herkenbaarheid van deze voertuigen en de veiligheid van de hulpverleners te vergroten. Alle hulpdiensten gaan dezelfde stripings voeren.
Gebruik van zwaailichten: wat mag wel en niet?
U mag geen zwaailicht of sirene gebruiken op uw auto. Alleen hulpdiensten zoals politie, ambulance en brandweer mogen zwaailichten en sirenes gebruiken. De regels voor het gebruik van zwaailichten en sirenes staan in de Regeling optische en geluidssignalen 2009.
- Blauw zwaailicht: Politie, ambulance en brandweer mogen blauwe zwaailichten alleen gebruiken voor dringende taken.
- Groen zwaailicht: Alleen het commandovoertuig dat hoort bij de politie, brandweer of ambulance mag groene zwaailichten gebruiken.
- Geel zwaailicht: Hulpdiensten mogen gele zwaailichten alleen gebruiken om andere weggebruikers te wijzen op een bijzondere of een gevaarlijke situatie. Bijvoorbeeld als zij een auto met pech takelen. U hoeft geen vergunning of ontheffing aan te vragen voor het gebruik van een geel zwaailicht.
Boetes en straffen
Het foutief gebruiken van een zwaailicht en zelfs het gebruik van een nep zwaailicht is strafbaar in Nederland. De hoogte van de boete hangt af van de situatie en de aard van de overtreding. Het gebruik van een nep zwaailicht kan ook leiden tot verkeersgevaarlijke situaties.
Aansluitingen van zwaailampen
De zwaailampen kunnen op verschillende manieren worden aangesloten op een voertuig. U kunt kiezen uit: opsteek zwaailampen, zwaailampen met een magneet of een vaste zwaailamp. Het type dat bij u past is afhankelijk van uw situatie en uw voertuig.
Het voordeel van een zwaailamp met een magneet aansluiting is dat de lamp gemakkelijk op een oppervlak vastgezet kan worden. Zo hoeft hij niet vastgehouden te worden tijdens het rijden, wat weer de veiligheid tijdens het rijden vergroot.
Een opsteek zwaailamp is een type zwaailamp dat opgeklapt kan worden wanneer deze niet in gebruik is. Dit maakt het makkelijk om de lamp op te bergen en te transporteren. Opsteek zwaailampen worden vaak gebruikt door politie, brandweer, en technici.
