In Nederland is de fiets een van de belangrijkste vervoersmiddelen. Naar het werk, school of recreatief fietsen wij graag. Maar hoe zit het ook al weer met de voorrangsregels van fietsers? Heeft een fiets van rechts voorrang of moet je een auto altijd voor laten gaan? En wat als het mis gaat en er een ongeluk op de fiets gebeurt?
Haaientanden geven aan dat je voorrang moet verlenen.
Het kennen van de voorrangsregels is erg belangrijk. Zo voorkom je vervelende situaties, hoge boetes en zelfs gevaarlijke ongelukken. Over de voorrangsregels voor fietsers bestaat soms wat verwarring. Wanneer heeft een fietser voorrang en wanneer moet de fietser andere weggebruikers juist voorrang verlenen?
De Fietser als Bestuurder
Voor de wet is een fietser, net als bijvoorbeeld een auto en een bus, een bestuurder. Dit betekent dat voor fietsers dezelfde voorrangsregels gelden als voor andere bestuurders.
Rechts gaat voor
De regel ‘rechts gaat voor’ bij een gelijkwaardig kruispunt geldt dus ook voor fietsers. Als de fietser van links komt, krijgt de fietser geen voorrang. Komt de fietser van rechts? Dan moet je de fietser wel voorrang verlenen. Bij een gelijkwaardige kruising hebben bestuurders van rechts altijd voorrang. Dat geldt ook voor fietsers. In dat geval heeft een fietser van links dus geen voorrang op auto’s die van rechts komen. Bij een ongelijkwaardige kruising of T-splitsing moeten zowel auto’s als fietsers zich aan de daar geldende verkeersregels houden. Die worden aangegeven met verkeerstekens en/of verkeerslichten.
Lees ook: Fiat 500 Isofix bevestiging uitgelegd
De algemene regel is: op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan bestuurders die van rechts komen. Dit geldt ook voor fietsers.
Let op: deze voorrangsregels gelden alleen tussen bestuurders en dus niet bij voetgangers.
Uitzonderingen op de regel
Op deze algemene regel bestaan er bovendien drie belangrijke uitzonderingen:
- Bestuurders moeten altijd voorrang verlenen aan een tram.
- Bij een uitrit of een uitritconstructie moet men altijd voorrang verlenen, zelfs aan voetgangers.
- Bestuurders op een onverharde weg moeten altijd voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg.
Voorrangswegen en Rotondes
Voorrangswegen
Op een voorrangsweg is het niet nodig om voorrang te verlenen aan het verkeer dat van rechts komt. Bestuurders die uit de zijwegen komen, dienen dan voorrang te verlenen aan de voertuigen op de voorrangsweg. Ook als fietser heb je voorrang als je rijdt op een voorrangsweg. De voorrangsweg wordt aangegeven door voorrangsborden en/of door haaientanden.
Bord dat een voorrangsweg aangeeft.
Lees ook: Hoe bandenmaat bepalen?
Rotondes
Het gaat met de verkeersregels bij een rotonde nogal eens mis. Zeker als fietser is een rotonde soms erg gevaarlijk. Op sommige rotondes rij je als fietser op de rijbaan, vaak op een aparte strook. Dit is geen fietspad. Maar het kan ook zijn dat het fietspad direct naast de rotonde ligt. Voor rotondes gelden geen uniforme regels. Of een fietser op een rotonde voorrang heeft hangt met name af van de situatie. Zo wordt de voorrang op een rotonde vaak aangegeven door verkeersborden en verkeerstekens, zoals haaientanden.
De algemene regel is dat het verkeer dat op de rotonde rijdt voorrang heeft op het verkeer dat de rotonde verlaat of nadert. Bij een rotonde buiten de bebouwde kom heb je als fietser geen voorrang. Als je de rotonde volgt, moet je dan dus voorrang verlenen aan afslaand autoverkeer. Binnen de bebouwde kom heb je meestal wel voorrang op het afslaande autoverkeer.
Bij rotondes is het echter altijd opletten geblazen. De wegbeheerder beoordeelt iedere situatie op een eigen manier. Soms is voorrang voor fietsers binnen de bebouwde kom bijvoorbeeld te gevaarlijk, waardoor men beslist dat fietsers toch voorrang moeten verlenen op het afslaande autoverkeer. Let daarom altijd goed op en controleer de geldende verkeersborden en voorrangsregels. Wees extra voorzichtig, geef de richting goed aan en zoek voldoende oogcontact op.
Voor fietsers is het raadzaam altijd zeer goed op de haaientanden te letten. Verkeer dat op de rotonde rijdt, heeft in principe voorrang op verkeer dat de rotonde nadert of verlaat.
Onze eerste tip: let bij voorrangssituaties altijd goed op de verkeersborden en -tekens zoals bijvoorbeeld haaientanden en voorrangsborden. Als er geen tekens zijn fiets je op een gelijkwaardige kruising. Dan heb je voorrang als je van rechts komt. Maar… voorrang moet je wel krijgen. Hou dus altijd rekening met het overige verkeer en let goed op of je ook echt gezien wordt en voorrang krijgt.
Lees ook: Alles over de distributie van de VW T-Roc
Sommige wegbeheerders vinden voorrang voor fietsers te gevaarlijk en wijken af van de officiële richtlijn om fietsers binnen de bebouwde kom voorrang op rotondes te verlenen. Het is daarom raadzaam om bij rotondes heel goed op te letten op de geldende voorrangsregels. Daarnaast is het zeker bij en op rotondes belangrijk om goed richting aan te geven (ook verplicht) en oogcontact te zoeken.
Hoe gebruik je een rotonde met voorrang voor fietsers?
Wat te doen bij een aanrijding?
Bent u aangereden op de fiets? Wij helpen u graag. De beste rechtsbijstand bij letselschade Wij helpen u graag verder.
Nam u als fietser van rechts voorrang maar had u deze niet? Dan kunt u, als u schade lijdt, toch letselschade eisen bij de autoverzekeraar van de tegenpartij. Fietsers en voetgangers hebben een grote kans op letsel bij een aanrijding. Deze bescherming, die wij vinden in artikel 185 wvw, houdt in dat u ten minste 50% van uw letselschade vergoed krijgt. De vraag wie schuldig is aan de aanrijding doet hier niet ter zake. Had je als fietser voorrang van rechts of heeft u een voorrangfout gemaakt en hierdoor letsel opgelopen? Dan heb je dus altijd recht op een letselschade vergoeding.
Artikel 185 van de Wegenverkeerswet
Als je in botsing komt met een auto, dan kun je een beroep doen op artikel 185 van de Wegenverkeerswet. Dit artikel bepaalt dat de bestuurder van een motorvoertuig deels aansprakelijk is voor de gevolgen van een ongeluk met een voetganger of fietser, tenzij er sprake was van overmacht. Uit de praktijk blijkt dat het voor automobilisten moeilijk is die overmacht hard te maken. De automobilist is bijna altijd voor ten minste vijftig procent aansprakelijk voor de schade aan fietser en fiets. Als er kinderen onder de veertien jaar bij betrokken zijn zelfs voor honderd procent.
Het gaat er puur om dat de verzekering van de ‘sterkere’ automobilist de letselschade van fietsers en voetgangers betaalt.
In dit artikel staat beschreven dat de aansprakelijkheid van een aanrijding ligt bij de verzekeraar van het motorrijtuig. Onder motorrijtuig wordt een auto verstaan, maar bijvoorbeeld ook een motor, snorfiets of scooter.
De aansprakelijkheid blijft bij de bestuurder van het motorrijtuig liggen, tenzij overmacht aan te tonen is. De bestuurder hoeft dus niet de schuldige te zijn om aansprakelijk te zijn.
Let op: tegemoetkomend en recht doorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor. Dat geldt ook voor voetgangers.
Veiligheid en Verplichtingen
Eisen aan de fiets
In de regeling voertuigen, een onderdeel van de Wegenverkeerswet, staan de eisen waaraan een fiets moet voldoen.
Permanente eisen hebben te maken met de aanwezigheid van voorzieningen op de fiets. De fiets moet de beschreven voorzieningen dus altijd hebben. Hoewel de overheid eisen stelt aan de fiets, worden er toch fietsen en fietsonderdelen verkocht die niet aan die eisen voldoen.
De permanente eisen aan de fiets zijn hieronder weergegeven:
- Beschikken over een goed functionerende bel
- Beschikken over een goed werkende rem
- Beschikken over een rode reflector die is aangebracht tussen het spatbord en de bagagedrager of onder het zadel indien een spatbord ontbreekt
- Witte of gele reflectoren aan de wielen, aan beide kanten en zo dicht mogelijk bij de velg gemonteerd
- Trappers met vier ambergele of gele reflectoren
De belangrijkste eis is natuurlijk verlichting. Een helderrood stralend duidelijk zichtbaar achterlicht. Er zijn allerlei soorten fietsverlichting te koop. Losse lampjes zijn zeer handig voor mensen die hun fiets bijvoorbeeld in te krappe stallingen moeten zetten. Compacte lampjes met batterijen met LED-verlichting gaan lang mee. Ze moeten wel in permanent branden, knipperlichten zijn niet toegestaan.
Plaats op de weg
Fietsers moeten net als andere bestuurders zoveel mogelijk rechts houden (dat betekent niet dat je uiterst rechts moet gaan rijden om bijvoorbeeld een auto te laten passeren). Fietsers mogen stilstaand en rijdend snelverkeer rechts en links inhalen.
Fietsers hoeven niet verplicht gebruik te maken van een fietsstrook. Wel moet je rechts houden en in de praktijk betekent dat rijden op de fietsstrook. Je mag als fietser ook een doorgetrokken passeren. En je mag naast elkaar fietsen met 1 fietser op de fietsstrook en de andere op de rijbaan.
Richting aangeven
Fietsers moeten richting aangeven als zij van richting veranderen. Voorrangsregels gelden voor alle bestuurders, dus ook voor fietsers.
Fietsstraten
Er bestaan ook zogenaamde fietsstraten. Deze hebben geen juridische status, maar worden ingericht voor de fietser. Auto’s zijn hier wel toegestaan.
| Regel | Uitleg |
|---|---|
| Rechts gaat voor | Op gelijkwaardige kruisingen heeft verkeer van rechts voorrang. |
| Voorrangsweg | Verkeer op de voorrangsweg heeft voorrang op verkeer dat van zijwegen komt. |
| Rotondes | Binnen de bebouwde kom hebben fietsers op de rotonde meestal voorrang op afslaand autoverkeer. Buiten de bebouwde kom hebben fietsers geen voorrang. |
| Artikel 185 WvW | Beschermt fietsers en voetgangers bij aanrijdingen met motorvoertuigen. |
