Hoe lang mag een auto stilstaan op een parkeerplaats: Regels en richtlijnen

Goed parkeren is een belangrijk onderdeel van veilig rijden. Of je nu oefent in het verkeer of uit een boek leert - parkeren hoort erbij. Maar de regels verschillen per plek. Binnen of buiten de bebouwde kom, bij een bushalte of op een kruispunt - overal gelden andere regels. Ook parkeren in de berm mag niet zomaar. Op deze pagina lees je de belangrijkste parkeerregels en hoe je parkeerschade voorkomt.

In het verkeer zijn er regels over waar je met je auto mag stilstaan of parkeren. Sommige plekken zijn absoluut verboden, maar als je niet op zo’n plek bent en er geen verkeersbord aangeeft dat je ergens niet mag parkeren of stilstaan, kun je eigenlijk overal parkeren.

File parkeren | Instructievideo's Auto Parkeren | Rijschool Roordink

Ben jij al aan het lessen voor je rijbewijs? Dan heb je ongetwijfeld geleerd om te parkeren. En hoewel je het parkeren zelf ondertussen misschien wel onder de knie hebt, zijn er nog veel meer regels aan verbonden. Je kunt namelijk niet zomaar overal parkeren en je kunt zelfs niet overal even stilstaan met je auto. Het onthouden van deze parkeerregels is erg belangrijk als je je theorie-examen wilt behalen. Bij je theorie-examen wordt er misschien gevraagd waar je mag stilstaan en waar je mag parkeren.

Verschil tussen stilstaan en parkeren

Voordat je gaat parkeren, is het belangrijk om het verschil te weten tussen stilstaan en parkeren.

In de verkeersregels wordt een duidelijk verschil gemaakt tussen parkeren en stilstaan. Parkeren is het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.

Lees ook: Hoe lang doorrijden met verlopen rijbewijs?

Hieronder leggen we uit wat de regels zijn voor zowel stilstaan als parkeren. Zo weet je precies wat de verschillen zijn.

Stilstaan: Laat je passagiers direct in- of uitstappen? Of sta je stil voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen? Dan telt dit als stilstaan.

Parkeren: Alle andere momenten waarop je stilstaat, vallen onder parkeren. Parkeren mag op minder plekken dan stilstaan. Zo mag je op een invalide parkeerplaats wel stilstaan voor het direct laten in- of uitstappen van passagiers of het meteen laden of lossen van goederen, maar mag je er niet zomaar parkeren.

Stilstaan met de auto doe je bijvoorbeeld als er passagiers in- en uitstappen, maar ook als je moet laden en lossen. Als dit direct gebeurt, is het kort stilstaan. Hierbij is het dus belangrijk dat je zo snel mogelijk weer wegrijdt. Parkeren doe je als je je auto een langere tijd laat stilstaan. Hierbij maakt het niet uit of je in de auto blijft zitten, of dat je hem achterlaat. Bij parkeren laat je de auto dus voor een langere tijd stilstaan.

Stilstaan houdt dus in dat je bijvoorbeeld iemand laat in- of uitstappen of snel je bestemming invoert in Google Maps. Hierbij rijd je snel weer weg. Het belangrijkste bij stilstaan is dat je hierbij geen andere weggebruikers mag belemmeren.

Lees ook: Autohuur voor jongeren

Stilstaan doe je bijvoorbeeld voor een verkeerslicht of bijvoorbeeld als je voorrang verleent of iemand voor laat gaan. Stilstaan is zowel toegestaan aan de rechterzijde als aan de linkerzijde van de rijbaan. In verband met de veiligheid geniet het de voorkeur om aan de rechterzijde stil te staan.

Het telt alleen als stilstaan, en dus niet als parkeren, als je direct passagiers laat in- of uitstappen of als je meteen spullen laadt of lost. De tijd die je daarvoor nodig hebt, is de tijd die je mag stilstaan. Het is niet toegestaan om langer dan dat stil te staan.

Sta je wel langer stil? Dan wordt dit gezien als parkeren. Op sommige plekken mag je onbeperkt geparkeerd blijven staan. Op andere plekken mag je maar een beperkte tijd parkeren. Dat is bijvoorbeeld in een blauwe zone het geval. Ook zijn er plekken waar je wel mag stilstaan, maar niet mag parkeren. Let dus altijd goed op waar je stilstaat of parkeert.

Wel of niet parkeren? Voor bepaalde zones en plekken zijn er regels over of je er wel of niet mag parkeren.

We maken onderscheid tussen:

Lees ook: Alles over de Ford Fiesta Afmetingen

  • Stoppen uit verkeersnoodzaak, ofwel je moet gedwongen stoppen.
  • Stilstaan uit vrije wil, ofwel vrijwillig stoppen.

Stoppen uit verkeersnoodzaak

In het verkeer komt het vaak voor dat je verplicht moet stoppen. Zo moet je bij een voorrangskruispunt voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg, moet je een voetganger voor laten gaan bij een voetgangersoversteekplaats of moet je bijvoorbeeld wachten voor een spoorwegovergang als de spoorbomen dicht zijn.

Stoppen uit vrije wil

Het vrijwillig tot stilstand brengen van je voertuig noemen we stoppen uit vrije wil en kan om meerdere redenen plaatsvinden. Je kunt bijvoorbeeld aan iemand de weg vragen, een plattegrond raadplegen of bijvoorbeeld een passagier onmiddellijk laten in- of uitstappen om daarna weer weg te rijden.

Waar mag je wel en niet parkeren?

Je mag overal parkeren waar het niet verboden is. Vaak is dit aan de rechterzijde van de rijbaan.

Waar mag je je auto parkeren?

  • Op een parkeerplaats of in een parkeergarage
  • In een blauwe zone (met parkeerschijf)
  • Bij een parkeerautomaat (betaald parkeren)
  • Op je eigen oprit (tenzij anders aangegeven)
  • In een parkeervak langs de straat, als hier geen bord bij staat
  • Op speciale parkeerplekken, zoals voor mensen met een geldige gehandicaptenkaart

Helaas mag je niet overal je auto parkeren. Als er ergens parkeervakken aanwezig zijn, mag je daar parkeren. Ook mag je binnen de bebouwde kom op diverse plekken parkeren, mits het anders aangegeven staat.

Waar je niet mag stilstaan, mag je natuurlijk ook niet parkeren. Sommige plekken zijn namelijk toegewezen aan bepaalde bestuurders, zoals gehandicapten. Daarnaast kan een parkeerzone gebruik maken van een parkeerschijf. Dit wil zeggen dat je hier maar voor een bepaalde tijd mag parkeren.

Waar mag je niet parkeren?

  • Op het voet- of fietspad
  • Voor een brandkraan
  • In een laad- en loszone
  • Op een gehandicaptenplek zonder vergunning
  • Voor een oprit of inrit
  • Op plekken met een parkeerverbod
  • Bij een bus- of tramhalte
  • Op een tram- of busbaan
  • Op een grasveld of groenstrook
  • In een bocht, op een kruispunt, brug, tunnel of viaduct
  • Voor een verkeersbord of lantaarnpaal
  • In een voetgangersgebied
  • Voor een garage of parkeergebouw

Ook is het verboden om dubbel te parkeren.

Als bord E1 (het bord hierboven links) langs de weg staat, mag je erna niet parkeren. Het bord - verboden te parkeren - wordt dus aangeduid met bord E1. Net zoals bij stilstaan, geldt het verkeersbord - verboden te parkeren - voor de kant van de weg waar het bord staat. Dit geldt dan tot aan het volgende kruispunt.

Bij het parkeren van je auto is het belangrijk dat je goed kijkt naar de soort parkeerplek. Zo zul je voor sommige parkeerplekken moeten betalen of een parkeerschijf neer moeten leggen. Maar ook zijn er gehandicaptenparkeerplekken en plekken die toegewezen zijn aan elektrische auto’s. Ook zijn er parkeerverboden, oftewel regels over wanneer en waar je niet mag parkeren. Deze regels zetten wij voor je op een rij.

Waar je niet mag parkeren, mag je wel stilstaan. Zoals je weet mag je bijvoorbeeld niet dubbel parkeren, maar stilstaan om te laden of te lossen wél.

Regels voor stilstaan

Het belangrijkste als je gaat stilstaan is dat je geen hinder of gevaar mag veroorzaken. Je kan natuurlijk niet zomaar iemand laten uitstappen terwijl je hierbij andere verkeersgebruikers in gevaar brengt. Daarnaast wordt er ook onderscheid gemaakt in noodzaak en vrije wil. Dit heeft gevolgen voor de regels. Daarnaast moet je ook altijd goed kijken naar de verkeersborden en wegmarkeringen en de betekenis ervan weten.

Waar is het verboden stil te staan?

Stilstaan met de auto mag in principe overal waar het niet verboden is. Er zijn diverse situaties waarin stilstaan verboden is. We zetten ze op een rijtje.

In de volgende situaties is stilstaan verboden.

  • Bij een uitrit.
  • Op een fietsstrook.
  • Bij een bushalte, behalve als je direct passagiers laat in- of uitstappen. Laden of lossen mag hier niet.
  • Op een busstrook.
  • Bij een doorgetrokken gele streep mag je niet stilstaan. Bij een gele onderbroken streep mag je wel stilstaan, maar niet parkeren.
  • Op een weg waar met een verkeersbord wordt aangegeven dat je niet mag stilstaan. Het gaat om een rond verkeersbord met een rode rand, blauwe achtergrond en een rood kruis.
  • Op een kruispunt of overweg.
  • Op een oversteekplaats.
  • In een tunnel.
  • Op het trottoir.

Stilstaan is verboden:

  • Als het door een verkeersbord wordt verboden om aan die zijde van de weg stil te staan. De berm is ook onderdeel van de weg en daar mag je dan ook niet stilstaan.
  • Op een kruispunt of een overweg.
  • Op een fietsstrook en op de rijbaan langs een fietsstrook.
  • Op of binnen 5 meter van een oversteekplaats.
  • In een tunnel.
  • Bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering. In het geval dat die markering niet is aangebracht op een afstand van minder dan 12 meter van het bord. Het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers is uitgezonderd in beide situatie.
  • Op de rijbaan langs een busstrook.
  • Langs een gele doorgetrokken streep.

Je mag bij het stilstaan geen gevaar of hinder veroorzaken. Dat is ook logisch. langs de blokmarkering bij een bord bushalte of binnen 12 meter van het bord als er geen blokmarkering is.

Regels voor parkeren

Net als bij stilstaan zijn er een aantal regels voor parkeren. Je kan namelijk niet zomaar je auto ergens parkeren en weggaan terwijl anderen daar last van hebben. Dit verschilt ook of het binnen of buiten de bebouwde kom is.

Parkeren is verboden:

  • In zones waar een parkeerverbod geldt of op plaatsen waar een verkeersbord aangeeft dat het verboden is om te parkeren, dit parkeerverbod geldt dan aan die zijde van de weg waar dit bord is geplaatst voor het gehele wegvak oftewel tot het volgende kruispunt.
  • Binnen 5 meter van een kruispunt.
  • Voor een in- of uitrit
  • Buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg.
  • Op een parkeergelegenheid;
    • voor zover je voertuig niet behoort tot de op het bord of onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen.
    • Op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of onderbord is aangegeven.
    • Op dagen en uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden. Buiten de aangegeven dagen en uren mag je wel gewoon parkeren.
  • Langs een gele onderbroken streep.
  • Op plaatsen die voor het onmiddellijk laden en lossen zijn bestemd.
  • Op een parkeerplaats die voor vergunninghouders is bestemd en jij geen vergunning om op die plaats te parkeren.

Parkeren buiten de bebouwde kom

Buiten de bebouwde kom parkeren is iets simpeler dan binnen de bebouwde kom. Wat je goed moet onthouden is dat je nooit mag parkeren op de rijbaan van een voorrangsweg. Op andere wegen mag het wel, tenzij anders staat aangegeven door verkeersborden. Daarnaast mag je ook in de berm parkeren.

Buiten de bebouwde kom mag je meestal overal parkeren. Toch zijn er twee uitzonderingen:

  • Als een bord of paaltje aangeeft dat het niet mag
  • Op een voorrangsweg

Buiten de bebouwde kom gelden andere parkeerregels. Je mag nooit parkeren op de rijbaan van een voorrangsweg. Dit mag wel op andere wegen, tenzij dit met borden anders staat aangegeven.

Parkeren binnen de bebouwde kom

In de bebouwde kom mag je parkeren in de berm of op straat, behalve als een bord of paaltje dit verbiedt. Is de weg te smal? Dan mag je deels op de rijbaan en deels in de berm staan. Zorg wel voor minstens 1,5 meter ruimte voor voetgangers.

Parkeren bij een kruispunt of bushalte

Er zijn een paar regels waar je rekening mee moet houden als je parkeert bij een kruispunt of bushalte:

  • Houd minimaal vijf meter afstand van een kruispunt
  • Bij verkeerslichten is dat 20 meter
  • Houd bij een bushalte 12 meter afstand. Je mag bij een bushalte trouwens wél kort stilstaan om iemand in of uit te laten stappen, als je daarna meteen weer doorrijdt.

Bij een bushalte mag je niet zomaar stilstaan. Bij een bushalte staat meestal een gele doorgetrokken streep, daar mag je helemaal niet stilstaan, dus ook niet om iemand snel in of uit te laten stappen. Staat er een gele onderbroken streep bij de bushalte? Dan mag je kort stilstaan om passagiers te laten in- of uitstappen, maar parkeren is verboden. Bij het bushaltebord zelf (zonder strepen) geldt: je mag niet parkeren binnen 12 meter voor en na het bord. Kort stilstaan om iemand in of uit te laten stappen mag wél, zolang je het busverkeer niet hindert.

Bij een bushalte langs de blokmarkering. Is er geen blokmarkering? Dan geldt de regel dat je niet mag stilstaan binnen 12 meter van het bord.

Parkeren op een voorrangsweg buiten de bebouwde kom

Op een voorrangsweg buiten de bebouwde kom gelden strengere regels voor stilstaan en parkeren dan binnen de bebouwde kom. Je mag hier namelijk niet op de rijbaan stilstaan of parkeren. In de berm is dit in principe wel toegestaan, tenzij een verkeersbord het verbiedt. Deze regels zijn bedoeld om de doorstroming en veiligheid te bevorderen, omdat verkeer op voorrangswegen vaak met hogere snelheid rijdt.

Parkeerschijfzones

Er mag alleen geparkeerd worden in een parkeerschijfzone als je er kort parkeert en een parkeerschijf gebruikt. Wel moet dit duidelijk aangegeven zijn met bijvoorbeeld een blauwe streep. De parkeerschijf stel je in op de tijd wanneer je je auto er hebt neergezet en leg je neer bij je voorruit. Je mag de tijd naar boven afronden op het eerstvolgende halve of hele uur. De maximum parkeertijd staat aangegeven op een bord.

Binnen de bebouwde kom, kom je vaak parkeerplaatsen tegen waar je een parkeerschijf voor nodig hebt. Dit is vaak een zone. Je weet dat je in zo een zone bent door de blauwe streep die op de stoep staat. Je moet hier verplicht een parkeerschijf gebruiken. Je stelt de parkeerschijf op het tijdstip dat je aankomt. Daarna plaats je de parkeerschijf goed in het zicht achter de voorruit. Je auto mag niet langer geparkeerd blijven als de maximumtijd die staat aangegeven op het bord. Dit bord vind je aan het begin van de zone.

Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan indien het motorvoertuig overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf. Op de parkeerschijf staat het tijdstip aangegeven waarop met parkeren is begonnen. Bij het instellen mag het tijdstip van aankomst naar boven worden afgerond op het eerstvolgende hele of halve uur.

Op de meeste parkeerschijfzones is aangegeven hoe lang men maximaal mag parkeren. Een parkeerschijf moet duidelijk zichtbaar worden geplaatst (art. 25, tweede lid, RVV 1990). Om de handhaving van de regel omtrent de zichtbaarheid van de parkeerschijf te versimpelen en efficiënter te maken, is de regel aangescherpt in die zin dat de parkeerschijf duidelijk zichtbaar achter de voorruit moet worden aangebracht. Verder is bepaald dat de tijd van aankomst uitsluitend handmatig mag worden ingesteld.

De volgende regels gelden bij een parkeerschijfzone:

  • Het is verboden in een parkeerschijf-zone te parkeren, behalve op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep.
  • Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan indien het motorvoertuig is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf. Indien het motorvoertuig is voorzien van een voorruit, wordt de parkeerschijf achter de voorruit geplaatst.
  • Op de parkeerschijf staat het tijdstip aangegeven waarop met parkeren is begonnen. Een parkeerschijf voorzien van een mechanisme dat tijdens het parkeren het tijdstip van aankomst automatisch verschuift, mag niet worden gebruikt.
  • Bij het instellen mag het tijdstip van aankomst naar boven worden afgerond op het eerstvolgende hele of halve uur. De toegestane parkeerduur mag niet zijn verstreken.
  • Indien op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de regels m.b.t. de parkeerschijfzone gedurende die dagen of uren. Je blijft altijd verplicht om de parkeerplaatsen te gebruiken die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven.

In de praktijk wordt gebruik gemaakt van parkeerschijven die zijn voorzien van een mechanisme dat de tijd van aankomst automatisch doorschuift, waardoor de toegestane parkeerduur automatisch en in strijd met het doel van de regeling continu ordt verlengd.

Gehandicaptenparkeerplaatsen

Gehandicaptenparkeerplaatsen zijn eenvoudig te herkennen aan het E6 verkeersbord. Hier mag je enkel parkeren met een gehandicaptenvoertuig en als het parkeren direct te maken heeft met het vervoer van gehandicapten. Als je parkeert op een plek voor gehandicapten, moet je een geldige gehandicaptenparkeerkaart zichtbaar hebben aangebracht.

Op een gehandicaptenparkeerplaats mag slechts worden geparkeerd:

  • Met een gehandicaptenvoertuig indien het parkeren rechtstreeks verband houdt met het vervoer van een gehandicapten.
  • Met een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht en indien het parkeren rechtstreeks verband rechtstreeks verband houdt met het vervoer van de gehandicapten aan wie de kaart is verstrekt. Het kan tevens zijn dat een instelling een of meerdere personen vervoert die in een instelling verblijven. De gehandicaptenparkeerkaart is dan aan het bestuurd van de instelling verstrekt.
  • Indien de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor het voertuig waarmee er op die plaats wordt geparkeerd.
  • Indien er op een onderbod een maximale parkeerduur is vermeld dan moet een gehandicaptenvoertuig zijn voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf. Indien het gehandicaptenvoertuig is voorzien van een voorruit, wordt de parkeerschijf achter de voorruit geplaatst.

Als het een bijzondere gehandicaptenparkeerplaats is, wordt dit met een onderbord aangegeven. Artikel 8, tweede lid, onderdeel d, onderdeel 4°, BABW maakte het alleen mogelijk bij bord E10 (parkeerschijfzone) met verplicht gebruik van parkeerschijf, tevens parkeerverbod indien er langer wordt geparkeerd dan de parkeerduur die op het bord is aangegeven) de maximale duur aan te geven waarop - met gebruik van een parkeerschijf - mag worden geparkeerd. Bij met name de gemeentelijke wegbeheerders is er behoefte door middel van onderborden ook voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats de maximale duur aan te geven waarop - met gebruik van een parkeerschijf - mag worden geparkeerd. De wijziging van artikel 8, tweede lid, onderdeel d, onderdeel 4°, BABW maakt dit mogelijk. De wijziging van artikel 26 RVV 1990 regelt het verbod langer te parkeren dan op het onderbord is aangegeven en anders te parkeren dan met een parkeerschijf. Overtreding van het verbod is een strafbaar feit krachtens artikel 92 RVV 1990. Anders dan bij een parkeerzone het geval is, hoeft een gehandicaptenparkeerplaats waarbij is aangeven dat een maximale parkeerduur geldt en een parkeerschijf moet worden gebruikt, niet te worden aangegeven door middel van een blauwe streep.

Betaald parkeren

In sommige gevallen moet je betaald parkeren. Dit kun je op verschillende manieren doen. Zo heb je bijvoorbeeld een parkeergarage, waarbij je eerst een kaartje krijgt voor je de garage inrijdt. Wanneer je weer weg wilt rijden uit de parkeergarage, voer je het kaartje in en vervolgens betaal je deze. Ook is het soms mogelijk om via een app op je telefoon voor je parkeerplek te betalen, waarvoor je het nummer van de parkeerzone invoert om vervolgens te kunnen betalen.

Naast de parkeerschijf is er ook veel betaald parkeren. Hierbij moet je betalen om je auto achter te laten. Doe je dit niet dan krijg je een boete. Er zijn 2 mogelijkheden van betaald parkeren:

  • App: op een bord in de straat staat het nummer van het betaald parkeren. Via een app kan je je kenteken invoeren en dit nummer. Zo weet de app waar je bent en betaal je automatisch. Vergeet niet je app ook weer af te zetten, anders betaal je door.
  • Parkeerautomaat: heb je geen app? Geen probleem. Dan kan je gebruikmaken van een parkeerautomaat. Hierbij geef je aan tot wanneer je wilt blijven en betaal je gelijk. Er komt dan een kaartje uit wat het bewijs is dat je hebt betaald. Deze leg je goed in het zich achter je voorruit om een boete te voorkomen.

Op veel plaatsen moet je betalen als je je auto parkeert. Doe je dat niet, dan riskeer je een boete. op een bord langs de weg kun je het nummer van de parkeerzone lezen. Door dit nummer in te voeren in een betaal-app kun je mobiel betalen. op veel (openlucht) parkeerplaatsen kun je ook betalen aan de automaat. in parkeergarages passeer je meestal een slagboom bij het inrijden. Je krijgt dan een bonnetje dat je moet bewaren.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie