De Geschiedenis van Nederlandse Auto-Importmaatschappijen en Garagebedrijven

Aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw kwamen er een groot aantal ondernemers die zich bezig gingen houden met de import en verkoop van het nieuwste snufje: de automobiel. Veel van hun bedrijven zijn al lang weer verdwenen, maar een enkeling heeft het, in min of meer aangepaste vorm, tot op de dag van vandaag uitgehouden.

In het Conam Bulletin is door Fons Alkemade in een aantal afleveringen een lijst gepubliceerd met de Nederlandse importeurs van personenautomerken van het allereerste begin tot aan de Tweede Wereldoorlog. Een aantal leden, Max Bomhof, Frans Vrijaldenhoven en Jac Maurer, hebben daarop aanvullingen op deze lijst gegeven. Deze 'oerlijst' vormt de basis voor een overzicht, die daarna door diverse anderen is aangevuld tot ongeveer 1980. Deze arbeid is nog in uitvoering.

Elke automobilist vindt het vanzelfsprekend, dat hij ergens in de buurt benzine kan tanken en dat overal in ons land garagebedrijven zijn. Toch dateert deze situatie historisch gezien pas van betrekkelijk recente datum.

Afgezien van de hoofddeksels begint de Eindhovense autogeschiedenis in 1901. Op 5 januari van dat jaar maakte de Automobiel-Import-Maatschappij van M.W. Michael Willem Lucius Josephus Aertnijs was in 1863 in Eindhoven geboren als zoon van een 'genees- en verloskundige', een huisarts dus. Toen hij in 1887 de stad verliet, had hij al een korte, maar roemrijke carrière achter de rug als wielrenner van de Eindhovense vereniging 'De Snelheid', de eerste Noord-Brabantse wielerclub.

Landelijk werd hij vooral bekend als automobilist. Hij was in Nederland de derde die een auto bezat en vermoedelijk de eerste die er in ging handelen. De twee eerdere autobezitters hadden hun voertuig vanuit het buitenland laten opsturen. Michiel Aertnijs deed dat niet. Pas vier jaar later reed ook in Eindhoven een auto rond.

Lees ook: Hoe auto afschrijving berekenen?

De wagen was eigendom van de rentenier M.A. van der Velden. De wagen was drie meter lang en anderhalve meter breed en reed op benzine. Dat laatste was lang niet bij alle auto's het geval. Van der Velden en Aertnijs zullen elkaar zeker hebben gekend. “Mijn vader heeft me dikwijls verteld dat Van der Velden er op zomerse zondagen met zijn voertuig op uit trok, om 's avonds laat terug te keren, getrokken door het paard van een te hulp geroepen Kempische boer”.

Hij wist niet waar de wagen 's maandags weer rijvaardig werd gemaakt, maar volgens een andere bron zou dat in de smederij van Van Camp-van Hooff aan de Volderstraat (later deel van de Demer) zijn geweest. Dat bedrijf werd in 1903 overgenomen door J. Ligtvoet, die het voortzette onder de naam J. Toen Van der Velden in januari 1903 een nieuwe auto aanschafte - die nog 20 cm langer was dan zijn oude - was hij nog steeds de enige Eindhovense automobilist. Daarna kwam er wat schot in de ontwikkelingen, want enkele maanden later kocht ook A.F. Philips een auto. Die was 3,24 m lang en 1,40 m breed.

Korte tijd daarna nam de Gestelse sigarenfabrikant J.G.J. Kerssemakers van L.J. Baron van Tuyll van Serooskerke in Heeze diens oude voertuig over en waren er al drie. De wagen van Kerssemakers mat 2,10 m bij 1,35 m. In juli 1904 kocht en in mei 1905 volgde L. Twee jaar later vroeg Brüning bij het Tongelrese gemeentebestuur een bouwvergunning aan voor een 'autohal'. Het woord 'garage' voor een autostalling kende hij blijkbaar nog niet.

Een echt garagebedrijf bestond er aanvankelijk niet. Als een automobilist problemen had met zijn auto, ging hij meestal naar een rijwielhandelaar waar hij vertrouwen in had. Dikwijls was die tevens grofsmid. Van smid J. Ligtvoet is bekend, dat hij al in 1896 op een Minerva-motor reed. Dat was nog voor zijn komst naar Eindhoven. Automobilisten konden toen bij hem terecht voor benzine en Michelin- en Glincker-autobanden. De stap naar een echte garage was hierna nog maar klein, maar werd door Ligtvoet pas in 1929 gezet. Het bedrijf was toen al tien jaar aan het Stratumseind gevestigd. In 1937 werd de zaak gesplitst. Een van de zoons ging daarna aan het Stratumseind verder met de smederij c.a.

Een van die ondernemingen is het bedrijf dat opgericht werd door een Haagsche ondernemer, P.J. Eind 1900, begin 1901 ontmoette Adrian de jonkheren Groeninx van Zoelen en Pompe van Meerdervoort. Vanuit hun gezamenlijke belangstelling voor de ontwikkeling van de automobiel richtten zij gedrieën op 1 februari 1901 de ‘Haagsche Automobiel Maatschappij’ op.

Lees ook: Vind de perfecte autodealer in Huizen

DAF Museum in Eindhoven

Vroege Importeurs en Merken

Hieronder een overzicht van enkele vroege importeurs en de merken die zij vertegenwoordigden:

  • Abarth (I): H.
  • A.C. (GB): Augustinus & Witteveen, Amsterdam, 1913-1922; Auto-Palace, Den Haag, 1948-1960; Autobedrijf W.
  • Adler (D): Rechtstreeks af fabriek, 1900-1906; Theod. G.J. Semmelink / Gebr. Nefkens / J.C. Schulmayer, 1907-ca.1930; Pon's Automobielhandel, Amersfoort, 1930-1932; André J.H.
  • A.F.
  • AJS (GB): J.
  • A.L.P.
  • Alvis (GB): Automobiel Import- en Handelsonderneming, Arnhem, 1921-1929; Greve & Co., Den Haag, 1935; De Nederlandsche Motoren Mij., Rotterdam, 1948-1953; H.C.L.

Garage Campfens op Goeree-Overflakkee

Een interessant voorbeeld van een vroeg garagebedrijf is Garage Campfens op Goeree-Overflakkee. In de zomer van 1924 kreeg Hubertus Joseph (Bert) Campfens vergunning om een werkplaats met woonhuis en winkel te bouwen aan de Christaan de Vrieslaan in Middelharnis. Het was daarmee het tweede als garage opgerichte gebouw op het eiland. Andere sleutelaars waren nog smid of werkten vanuit een oude, vaak houten, boerenschuur. Kort na ingebruikname van de nieuwe opstallen werd er een Autoline benzinepomp, voorzien van een duizend liter tank, geplaatst. In het begin bepaalden de handel in en reparatie van fietsen, motorfietsen en auto’s, zoals bij de meeste plattelandsgarages, het dagelijks leven. Verkoop van nieuwe fietsen was in die jaren geen probleem. Aansluiting op het telefoonnet volgde in januari.

Brand bij Hollandse Auto Importmaatschappij (H.A.I.)

Recentelijk was er een brand bij het Rijnsburgse autobedrijf H.A.I. (Hollandse Auto Importmaatschappij) waarbij tientallen auto’s beschadigd raakten. De brand brak uit in kantoren op de eerste etage en sloeg gelukkig niet over naar de lager gelegen showroom. Maar de auto’s die daar stonden liepen wel ernstige rook- en waterschade op.

Welke auto’s er precies zijn beschadigd en hoe erg die beschadigingen zijn is nog niet bekend.

Lees ook: Elektrische Auto Pechhulp

De opkomst en ondergang van elk groot automerk

Nederlandse Bedrijfswagenfabrikanten

Naast de import van personenauto's, kende Nederland ook een aantal fabrikanten van bedrijfswagens. Hieronder een overzicht van enkele van deze fabrikanten:

  • Aarts: Importeur van Belgische auto’s in Dongen.
  • AGV (All Green Vehicles): Maakte van 2007 tot en met 2011 elektrisch aangedreven vrachtwagens op basis van de MAN TGL.
  • Automobile Import Company (AIC): Bouwde in 1923 Ford-trucks om door een extra meesturende as te plaatsen, voor een groter laadvermogen.
  • Alsche: Een truck met 8 pk petroleum motor.
  • DAT: De fabrikant van de bekende amfibische bussen, presenteerde in 2013 de Amphicruiser, een amfibisch voertuig op basis van de Toyota Landcruiser.

Deze lijst is slechts een greep uit de vele bedrijven die in Nederland actief waren op het gebied van de automobielindustrie. Hun verhalen vormen samen een belangrijk onderdeel van de Nederlandse economische en technologische geschiedenis.

Het beschrijven van de geschiedenis van Alfa Romeo en haar dealers in Nederland is een doorlopend proces. Er is veel documentatie verloren gegaan of ligt op onbekende plaatsen. Hierbij daarom een oproep aan de (nazaten van) verzamelaars of dealers onder u: wie heeft er nog documenten, foto’s, artikelen, advertenties, herinneringen of andere interessante informatie? Neem dan s.v.p. contact op.

Veel van hun bedrijven zijn al lang weer verdwenen, maar een enkeling heeft het, in min of meer aangepaste vorm, tot op de dag van vandaag uitgehouden.

Lijst van Nederlandse importeurs van personenautomerken (selectie):

Merk Importeur Periode
Audi Hönemann, Amsterdam 1912-1916
Benz Aertnijs, Nijmegen 1897-1903
Citroën John Moos, Haarlem 1919-1921
FIAT Verwey & Lugard, Den Haag 1905-1916
Ford Diverse Ford importeurs 1906-ca. 1924

Citroen Type A uit 1919

Populaire artikelen:

Plaats een reactie