Een autolamp heeft een beperkte levensduur. Na een aantal branduren geeft hij de geest en moet 'ie vervangen worden. Vroeger was een lamp vervangen een fluitje van een cent. Je keek in het instructieboekje hoe je het kapotte lampje eruit kon halen, zette er een nieuw in en maakte de lichtunit weer dicht. Tegenwoordig is dat lang niet altijd meer zo makkelijk. Bij sommige auto’s is het zelf vervangen van een lamp bijna onmogelijk, omdat de unit slecht bereikbaar is. Maar geen nood, met deze handleiding kun je zelf de koplamp van je Kia Cee'd uit 2009 vervangen.
In de meeste lichtunits van de auto zitten nog gloeilampen. In de koplampunits meestal van het soort halogeen. Voor koplampen bestaan standaardmaten, zoals H1, H4 en H7. Auto's kunnen ook uitgevoerd zijn met xenonverlichting. LED-verlichting is gemeengoed aan het worden in de achterlichtunits en richtingaanwijzers. Ook als dimlicht en in koplampen is LED in opmars. LED-verlichting heeft een zeer lange levensduur tegen een lager stroomverbruik. Gaat het toch kapot? Reparatie is bijna onmogelijk, dus dan moet de hele unit vervangen worden.
Is het bij jouw auto wel mogelijk om zelf een lamp te vervangen? Pak een halogeenlamp altijd bij de voet vast. Vette vingers kunnen inbranden en geven dan een zwarte aanslag op het glas. De lamp geeft daardoor minder licht. Bovendien verkort dit de levensduur. Wanneer de verlichting ook na het vervangen van het lampje niet werkt, zet dan de verlichting uit en doe de auto op slot. Open de auto daarna opnieuw en schakel de verlichting in: sommige auto’s sturen kapotte lampen niet meer vanzelf aan. Doet de lamp het nog steeds niet, raadpleeg dan je instructieboekje voor de zekering die de voeding voor de betreffende lamp verzorgt.
Lampen of lampensets zijn verkrijgbaar bij autobedrijven, tankstations of de automaterialenzaken. De prijs is sterk afhankelijk van de kwaliteit. Voor een set reservelampjes bij de pomp ben je zo’n € 15 kwijt, maar die gaan waarschijnlijk niet zo lang mee. Als de garage een lamp moet vervangen, wordt het een stuk duurder.
Probeer jij maar eens met je handen bij de cee'd een koplamp te vervangen. Aan de bestuurderskant heb je een accu in de weg en bij de bijrijderskant de vulpijp van de ruitensproeiervloeistof en een relaiskast. Yep... Alleen de schroef losmaken is niet voldoende de hele accu moet er even uit.
Lees ook: Fabia Combi: Slimme Keuze?
Benodigde Gereedschappen
- Nieuwe koplamp (juiste type voor Kia Cee'd 2009)
- Schroevendraaier
- Dopsleutelset
- Eventueel een trekveer
How to replace headlight bulb on your KIA Ceed
Stappenplan voor het Vervangen van de Koplamp
- Voorbereiding: Zorg ervoor dat de auto uitgeschakeld is en de handrem is aangetrokken. Open de motorkap.
- Toegang tot de koplamp: Afhankelijk van welke kant je vervangt (bestuurders- of bijrijderskant), kan het nodig zijn om de accu of andere componenten tijdelijk te verwijderen om voldoende ruimte te creëren.
- Verwijderen van de oude lamp:
- Maak de schroeven los waarmee de koplampunit is bevestigd.
- Verwijder de stekker van de oude lamp.
- Draai de oude lamp los uit de fitting.
- Installatie van de nieuwe lamp:
- Plaats de nieuwe lamp in de fitting en draai deze vast.
- Sluit de stekker aan op de nieuwe lamp.
- Terugplaatsen van de koplampunit:
- Plaats de koplampunit terug in de auto en zet deze vast met de schroeven.
- Testen: Schakel de verlichting in om te controleren of de nieuwe lamp werkt.
- Afronding: Plaats eventueel verwijderde componenten (zoals de accu) terug.
Extra Tips en Aandachtspunten
- Veiligheid: Werk altijd in een goed verlichte omgeving en draag eventueel handschoenen om je handen te beschermen.
- Halogeenlampen: Pak halogeenlampen altijd bij de voet vast om te voorkomen dat vet van je vingers op het glas komt.
- Elektrische storingen: Wanneer de verlichting ook na het vervangen van het lampje niet werkt, zet dan de verlichting uit en doe de auto op slot. Open de auto daarna opnieuw en schakel de verlichting in: sommige auto’s sturen kapotte lampen niet meer vanzelf aan.
- Zekeringen: Doet de lamp het nog steeds niet, raadpleeg dan je instructieboekje voor de zekering die de voeding voor de betreffende lamp verzorgt.
Onderhoud van de Airconditioning
De airco in de auto blaast warme lucht, uit de motorkap komt geluid soms ratelend, ik zie geen lekkage en er branden geen lampjes. Zo te horen heb ik het vermoeden dat het koel middel moet worden aangevuld.
Er zijn nog talrijke auto's op de markt, met airconditionings die oorspronkelijk voor het koudemiddel R12 zijn ontworpen. In 2001 kwam er officieel een definitief einde aan het gebruik van R12 voor voertuigairconditioningsystemen. R12-systemen moesten sinds deze datum bij onderhouds- of reparatiewerkzaamheden worden omgebouwd. Als vervangend koudemiddel werd en wordt R134a gebruikt, afgezien van enkele "drop-in"-koudemiddelen (koudemiddel mixen). Ook nu is het ombouwen van R12 naar 134a in old- en youngtimers en in sommige niet-EU-landen nog aan de orde.
In het kader van het ombouwen moet de installatie worden gecontroleerd op lekkage. Lekken moeten vooraf worden hersteld. Alle onderdelen moeten worden gecontroleerd op werking en beschadigingen. De filter-droger moet worden vervangen. Afdichtringen moeten worden vervangen. Verder moet de minerale olie van het R12-systeem worden vervangen door PAG- of PAO-olie. Het wordt dan ook aangeraden om het aircosysteem te spoelen.
R134a heeft met een GWP (Global Warming Potential) van 1430 een hoog broeikaspotentieel. Met de huidige EG-richtlijn 2006/40/EG werd besloten om in de toekomst alleen nog koudemiddelen met een GWP van minder dan 150 te gebruiken. Daarom mogen aircosystemen van voertuigen van klasse M1 (personenwagens, personenvervoerwagens tot 8 zitplaatsen) en klasse N1 (bedrijfsvoertuigen met een toegelaten totaal gewicht tot 3,5 t.), waarvoor vanaf 01-01-2011 een typegoedkeuring binnen de EU is verstrekt, niet meer met R134a worden gevuld.
Lees ook: Ford Ka (2009) stuurbekrachtiging reparatie
Sinds 01-01-2017 kunnen voertuigen, wanneer ze met R134a zijn gevuld, niet meer de eerste registratie goedkeuring ontvangen. Het gebruik van R134a is echter nog wel verder toegestaan voor service- en onderhoudswerkzaamheden op reeds bestaande R134a-installaties. Als nieuw koudemiddel is R1234yf met een GWP van 4 geïntroduceerd. Er kunnen echter ook andere koudemiddelen worden gebruikt, zolang de GWP-waarde onder 150 ligt. De toekomst zal uitwijzen in hoeverre alle voertuigfabrikanten dezelfde of verschillende koudemiddelen zullen gebruiken. Dit heeft natuurlijk een invloed op de werkplaatsen en hun servicepersoneel. De aankoop van nieuwe servicetoestellen lijkt onvermijdelijk.
Bij het bijvullen van koudemiddel en tijdens alle werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit moeten de volgende aanwijzingen in acht worden genomen:
- Draag altijd een veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen!
- Bij een normale atmosferische druk en omgevingstemperaturen verdampt het vloeibare koudemiddel zo snel dat het bij contact met de huid of de ogen tot bevriezingen van het weefsel kan leiden (verblindingsgevaar).
- Bij direct contact moeten de betreffende plaatsen met veel koud water worden afgespoeld. Niet wrijven. Zoek direct een arts op!
- Bij werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit moet de werkplaats goed worden gelucht. Het inademen van hoge concentraties gasvormig koudemiddel leidt tot duizeligheid en verstikkingsgevaar.
- Voer werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit niet uit vanuit een werkkuil. Aangezien het gasvormige koudemiddel zwaarder is dan lucht, kunnen daar hoge concentraties ontstaan.
- Niet roken! Het koudemiddel kan door de sigarettengloed in giftige substanties ontbinden.
- Het koudemiddel niet in contact brengen met een open vuur of een heet metaal. Hierdoor kunnen dodelijke gassen ontstaan.
- Het koudemiddel nooit in de atmosfeer laten ontsnappen.
- Als het koudemiddelreservoir of het aircosysteem wordt geopend, komt de inhoud met een hoge druk naar buiten. De hoogte van de druk hangt af van de temperatuur. Hoe hoger de temperatuur, hoe hoger de druk.
- Stel geen onderdelen van airconditioningsysteem bloot aan hitte. Voertuigen mogen na lakwerkzaamheden niet tot meer dan 75 °C worden verwarmd (droogoven). Als dat niet mogelijk is, moet de airconditioning vooraf worden geleegd.
- Bij het verwijderen van serviceslangen van het voertuig mogen de aansluitnippels niet in de richting van het lichaam worden gehouden. Er kunnen nog resten koudemiddel uitkomen.
- Bij het wassen van het voertuig mag een stoomreiniger niet rechtstreeks op de delen van de airconditioning worden gericht.
- Verander nooit de fabrieksinstelling van de regelschroef op het expansieventiel.
Lees ook: Auris 2009: Kenmerken en details
