De Geschiedenis van Asten en Omgeving: Een Overzicht

Dit artikel belicht de geschiedenis van Asten, een plaats die voor het eerst in 1212 werd genoemd, hoewel de oorsprong vermoedelijk ouder is. Naast de lokale geschiedenis, worden ook bredere onderzoeken behandeld die verwijzen naar verschillende locaties in de bewoningsgeschiedenis.

Locatie van Asten in Nederland

Vroege Geschiedenis en Bewoning

Van de periode voor de 15e eeuw is weinig bekend van Asten. Er zijn vondsten gedaan uit de late prehistorie en uit de Romeinse tijd, waaronder een muntschat. Enkele vondsten uit de merovingische en karolingische periode en de volle en late middeleeuwen geven aan dat het gebied rond de huidige Prins Bernhardstraat in de 6e tot de14e eeuw werd gebruikt. Ook nu wijst de vondstspreiding op bewoning in de directe omgeving en ten oosten daarvan. Het kan niet worden uitgesloten dat de Prins Bernhardstraat teruggaat tot een route die haar oorsprong vindt in de vroege middeleeuwen. In het begin van de 13e eeuw wordt Asten voor het eerst genoemd en is sprake van een kerk. In deze periode begint het dorp zijn eerste vorm te krijgen. Eventuele bewoning langs de Prins Bernhardstraat komt overeen met het bewoningspatroon vanaf de 13-14e eeuw, waarbij de bewoning was gelegen op de overgang van de lagere naar de hogere delen in het landschap.

In 1526 waren er 283 huizen in Asten, waarvan 41 voor de armen en twee onbewoond. Het aantal huizen in de periode 1736-1803 is af te leiden uit het huizenquohier van Asten, dat als leidraad is gebruikt bij de bewoningsgeschiedenis.

Naamsverklaring Asten

Vaak wordt als naamsverklaring voor de plaatsnaam Asten gedacht aan een samenvoeging van 'Aa' en 'stein', waarbij 'Aa' referereert aan de rivier de Aa en 'stein' aan een stenen burcht ofwel het kasteel. Dit is zeer onwaarschijnlijk daar het kasteel van Asten dateert uit het einde van de 14e eeuw en de naam Asten al in geschriften aan het begin van de 13e eeuw wordt genoemd. Asten lag niet aan de Aa maar op een zandrug tussen de 'Oude Aa' en de 'Astense Aa'. Meer voor de hand liggend is dat de benaming te maken heeft met het woord 'ast', dat in het Duits nog voorkomt met de betekenis 'tak'. Veel oudere plaatsen in de omgeving en oude gehuchten hebben hun naam te danken aan de begroeiing, zoals Deurne (doornstruik), Vlierden (vlierstruik), Bussel (takkenbos) of Hemel (heijmsel of meidoornhaag).

Groei van de Bevolking

In bovenstaande tabel zien we een aanvankelijk langzame stijging van het aantal inwoners van Asten, met in de 20e eeuw een versnelde toename en daarna een stagnatie in de 21e eeuw. Het aantal huizen groeit navenant en later zelfs nog sterker, met uitzondering rond 1500 als gevolg van de Gelderse oorlogen en rond 1800 als gevolg van de uitbuiting van Noord-Brabant door de Republiek der Verenigde Nederlanden. Het aantal bewoners per huis schommelde rond de zes personen, maar nam aan het eind van de 20e eeuw snel af tot een gemiddelde grootte van een huishouden van ongeveer 2,5 persoon. De geleidelijke groei in het aantal inwoners is duidelijk (gemiddeld vijf inwoners per jaar) met na 1900 een exponentiële groei. Hoe die inwoners waren verdeeld over het dorp van Asten en de omliggende gehuchten wordt duidelijk gemaakt bij de volkstelling van 1910 (H. W.). Hoeveel Astenaren er in totaal geleefd hebben is moeilijk te zeggen; er wordt door Toshiko Kaneda en Carl Haub beweerd dat met de huidige 8 miljard aardbewoners ongeveer 120 miljard mensen op de aarde hebben geleefd.

Lees ook: EPC voor Mercedes: Een diepgaande blik

Het aantal bewoners per huis schommelde rond de zes personen, maar nam aan het eind van de 20e eeuw snel af tot een gemiddelde grootte van een huishouden van ongeveer 2,5 persoon.

Inwonersaantallen van Asten door de eeuwen heen

Jaar Aantal inwoners
1526 Schatting van 283 huizen
1736-1803 Af te leiden uit het huizenquohier
1910 Volkstelling (H.W.)
20e eeuw Versnelde toename
21e eeuw Stagnatie

** getallen zijn gebaseerd op een schatting van een gezinsgrootte van zes personen

*** er wordt eerst een aantal van 2709 opgegeven en in 'Middelpunten van bewoning' van J. C. Ramaer uit 1921, wordt getwijfeld aan het opgegeven aantal, waarbij vermoedelijk een deel van Someren is meegeteld. Uiteindelijk is het in het gerefereerde boek tot 2281 gecorrigeerd

**** tussen 1849 en 1859 zouden 100 huizen zijn gebouwd en tussen 1859 en 1889 nog eens bijna 60 waar grote twijfel over bestaat, zeker gezien de plotseling afname met 80 huizen tussen 1889 en 1899 en de gegevens van Jean Coenen.

Kerk en Bestuur

Al vanaf begin 13e eeuw had Asten dus een kerk, maar daar is vooralsnog niets over bekend. De oude kerk van Asten dateert van 1479. Voor die tijd moet er in de buurt van die kerk het 'Huis ten Perre' hebben gelegen, zoals Hans van de Laarschot dit beschrijft in Asten 8009. Hij oppert ook de mogelijkheid dat de kerktoren vanwege de kantelen van een oudere datum is en mogelijk als een verdedigingstoren voor het 'Landgoed ten Perre' heeft gediend. Het ging in de 14e en 15e eeuw in Brabant, dat als Hertogdom deel uitmaakte van de Zeventien Provinciën, economisch gezien goed en dat zal in Asten niet anders geweest zijn. De kerk van Asten kwam te liggen aan een groot plein dat het huidige Koningsplein en de Markt omvat. Het woonblok met het gemeentehuis en tussen de Marktstraat en de Kleine Marktstraat, bestaat pas vanaf 1675.

Lees ook: Gids voor Zekeringen Mercedes Vito W638

Oorlogen en Branden

Was Asten goed beschermd tegen vijandelijke troepen met deze verdedigingswerken? Asten werd in 1511 in brand gestoken en boeren werden gegijzeld en in het vorige hoofdstuk (zie Inwonertal) hebben we al gezien dat er ruim 100 huizen zijn afgebrand en er voor 30 000 gulden schade was in Asten. In 1543 herhaalde zich dat tafereel nog eens onder leiding van de beruchte Gelderse veldheer Maarten van Rossum (1490-1555) met brandstichtingen en plunderingen en moest Asten 1800 gulden brandschatting betalen. Karel V beëindigde eind 1543 de Gelderse oorlogen en het was even rustig totdat in 1566 in het steeds calvinistischer wordende Brabant de beeldenstorm uitbrak.

Waren de Astenaren bij de Gelderse oorlogen nog veelal slachtoffer, in de 80-jarige oorlog namen Astenaren wel deel aan de gevechten en wel aan beide zijden. Sommigen aan de zijde van het Koningsleger, anderen aan de zijde van het Statenleger, echter nog vaker werd er handel gedreven om de vechtende partijen van goederen, vervoer en etenswaren te voorzien.

Staats-Brabant werd gezien als een militaire bufferzone en gedurende Hollandse Oorlog (1672-1678), de Negenjarige Oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) gingen buitenlandse troepen regelmatig plunderend door het onverdedigde Staats-Brabant, waarbij tal van dorpen in de as werden gelegd en tal van gijzelaars of paarden werden meegenomen.

Lokale Cultuur en Economie

Vermeldenswaard is dat vanaf de eerste archiefstukken uit 1463 tot in de huidige tijd de woorden 'bier' en 'herberg' algemeen voorkomen. Eerst werd er lokaal gebrouwen, maar later kwamen er bierbrouwerijen en er zijn tijden geweest dat er per 100 inwoners wel tien herbergen waren (zie ook Asten en alcohol). Bij verkoop van land of huis, die meestal in een herberg plaatsvond, dronk men bier en na gedane arbeid werd de herberg bezocht om wat na te genieten.

Asten heeft zijn Dingbank en bestaat uit zes gehuchten 't Dorp, den Dijck, de Wolvenbergh, Voordeldonck, de Stegen ende op Heusden. Tot Asten zijn drie jaarmarkten, de eerste op dinsdags voor Sint Matthijs (24 februari), de tweede op dinsdags voor Sint Servaas (13 mei) en de derde op dinsdags voor Sint Maarten (11 november).

Lees ook: Informatie over Mercedes-Benz Autoverzekeringen

Bestuur en Rechtspraak

Asten werd bestuurd door een schout en schepenen, vergelijkbaar met de huidige burgemeester en wethouders. Met het plakkaat van Verlatinghe werd in 1581 door de Staten-Generaal van de Nederlanden een resolutie aangenomen waarin een aantal provincies van de Habsburgse Nederlanden, waaronder het Hertogdom Brabant, zich onafhankelijk verklaarden.

Pestepidemie

In 1636 brak een grote pestepidemie los en er werd gesproken over duizenden doden, hetgeen met de 2000 Astenaren destijds onwaarschijnlijk is.

Asten Rechterlijk Archief 33-52; 10-04-1659:Jan Mijnis getrouwd met Margriet aanlegger, contra Jan en Meester Antonis Canters, Michiel Jacops van de Cruys getrouwd met Iken, dochter Antonis Canters, Huybert Thomas getrouwd met Heylken, dochter Antonis Canters. Kinderen en erven van Antonis Canters gedaagden. De gedaagden gelezen hebbende de groote, onnutte, impertinente, ongefundeerde ende overvol van injurien, blasphemien ende repetitien van de aanleggers op 11 februari laatstleden. Volgt een verweer:

Alle inwoners van Asten, die in 1636 geleefd en verstand gehad hebben, weten van de soberen, desolaten, abominabele ende miserabelen staet van den tijt der peste binnen Asten. Er zijn 3000 mensen aan overleden. De eene nabuur betrouwden den andere niet. Den eene kon den andere niet helpen in noodzakelijkheden, zo in zieke als in lichamelijke nootdruft. Niet alleen mensen, doch hele gezinnen en families, rijk en arm, waren in verlatentheyt. Sijnde deselve peste, soo vehement, schromelijck ende venijnich geweest ende de lochte daerdoor soo seer geinfecteert dat de vogelen vuyte lochte ter aerde doodt gevallen sijn.

De oogsten in 1636 zijn mislukt, eensdeels door misgewas, anderzijds door de dood van de meesters. Ook waren er zo goed als geen werckluyden. Gelijck hieronder sal worden geseeght te sijn gesien en bevonden geweest in den persoon van Andries Reynders vader en zijn broeders van wijlen Anthonis Andriessen van Ruth, daervan desen processe is. Van welke pest ook gestorven is de Heer van Asten in mei 1636; Bartel van Poppel schout in juni 1636. In zijn plaats is gekomen Meester Mathijs van den Hove agent in deze zaak. Dat te voorens ende durende dese infectie ende contagie van peste tot omtrent kersmisse 1636 het roir ende rapier ofte deghen van reghieringe ende van sijn officie in de heggen gesteecken sijn selve vuytten dorpe begeven en niet eens orders achter gelaten heeft. Om de quaetdoeners ende delinquenten doentertijt, Godt betert, onder den schrobbers ende sieckbewaerders met den lijckgraevers te dwingen ende te straffen. Toen hij terug kwam, is hem dit kwalijk genomen. Antonis Hendrick Canters, vader der gedaagden, was toen president en schepen.

Brand in Asten

Maar het jaar was begonnen met een andere ramp. Op maandag 4 februari klonk het uit meerdere kelen: "Brand, brand". Midden in het dorp was brand uitgebroken. En die ging echt als een lopend vuurtje van huis naar huis. Ook al probeerden de dorpelingen de brand tegen te gaan, er was geen redden aan.

Patroniemen

Opmerkelijk is dat in de oudste archieven de Astense bewoners veelal een specifieke achternaam hadden, maar in de wandelgangen werden aangeduid als zoon of dochter van de vader (patroniem). Zo heette zoon Hendrick van vader Martinus Verasdonck, Henrick Martens Verasdonck en werd Henrick Martenszoon genoemd. Dochter Maria van vader Huybrecht Willems kende als naam Maria Huybrechts Willems en de roepnaam Maria Huybrechtsdochter. Na haar huwelijk verdween die achternaam en kreeg zij de naam van haar man. Soms ging die roepnaam nog verder terug in de tijd en werden ook nog andere voorvaders genoemd, zoals bijvoorbeeld Sjeffe Piet Jansen, zoon Josephus van vader Petrus en grootvader Joannes. Die achternaam verdween goeddeels rond 1600 om aan het einde van de 17e eeuw weer op te duiken.

Staats-Brabant

In 1648 eindigde de 80-jarige oorlog met de vrede van Münster, maar voor Asten had dat geen gunstige gevolgen. Brabant werd als generaliteitsland deel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden onder de naam Staats-Brabant. Dat betekende dat alle belangrijke posten zoals schout, die nu drossaard werd genoemd, secretaris, schoolmeester, koster door gereformeerden werden bekleed. Schepenen bleven door gebrek aan voldoende gereformeerden veelal wel van katholieke huize en ontvingen een tractement van 15 gulden. De rooms-katholieken moesten hun kerken afstaan en de gereformeerden dachten dat de bevolking zich mettertijd wel zou bekeren tot de 'ware christelijke religie', zoals de gereformeerden hun godsdienst noemden.

In 1672, bekend als het rampjaar, werd de Republiek aangevallen door een brede coalitie en dat leidde er toe dat de katholieken in Brabant wat meer lucht kregen. Zo mocht er weer in een schuurkerk de Heilige Mis worden gelezen, maar de gereformeerden hadden desondanks de touwtjes nog stevig in handen en eisten recognitiegeld. Zij hieven ook in- en uitvoerrechten op handel met de rest van de Republiek en handel met Antwerpen werd niet toegestaan.

Asten Rechterlijk Archief 145; 06-03-1692:Condities en voorwaarden waarop het Corpus van Asten verpacht karren, ingespannen met twee paarden, met een voerman. Dit ten behoeve van het leger.

Asten is een dorp in de Meierij van Peelland, wiens Heerlijkheid vroeger met hoge en lage rechtdwang en een van hertog Wenseclaus en hertogin Johanna van Braband het Brabants leenrecht in bezit hebben gegeven aan Pieter Couthereel op 4 september 1362 (Christophorus Butkens, Trophées tant sacrés que prophanes du duché de Brabant, boek 4, bladzijde 481). Maar nadat Joannes Baptista Gramajus in zijn beschrijving van Peelland had verteld over de Heerlijkheid Mierlo, is de Heerlijkheid van Asten niet minder waard. Niet lang geleden kerkelijk van Lier afhankelijk zijnde, is Asten met een zeer uitstekend kasteel versierd. En aanzienlijk door drie jaarmarkten, vroeger bezeten door het geslacht van de Beks, maar in het jaar 1451 op Pieter de Vertaing gekomen en niet lang daarna vervallen aan het geslacht Backen (of Baxen). Sinds 1521 heeft Reynier van Bredenrode van een zeer doorlustig geslacht van Hollanders de Heerlijkheid na de dood van zijn moeder bezeten.

Schade aan de Kerk

Asten Rechterlijk Archief 110 folio 148 verso; 08-12-1703:Op huyden den 8 dagh der maent Decembris 1703 soo is den toorn gevallen door de buyck der kercke oock soodanigh dat den geheelen kappe ter aerde nederlagh tot droefheyt van alle ingesetenen. Wayende den wint uyt den zuytwesten.

Latere Beschrijvingen

In 1740 werd Asten beschreven als zijnde een dorp met een kasteel met Pieter Valkenier als Heer van Asten, een drossaard en zeven schepenen. Het had drie jaarm...

Dit hoofdstuk bevat naast de geschiedenis van Asten een aantal overkoepelende onderzoeken die verwijzen naar meerdere lokaties in de bewoningsgeschiedenis.

De Familie Bekkers en Liempde

In 1923 wordt het landgoed verkocht aan Boxtelaar Johannes Bekkers die op Tongeren woont. Wanneer de lanen aangelegd zijn is te zien op de kaarten van de Boxtelse kaartenmaker Hendrik Verhees (1744-1813.) In 1789 maakte hij een kaart van De Baronie van Boxtel en de Heerlijkheid Liempde. Daarop is het landgoedje nog niet te herkennen. Noch op oude topografische of kadasterkaarten of in het huidige landschap is iets van het verdwenen landgoedje te zien.

Aan het begin de Steegstraat in Liempde is via de digitale hoogtekaart (AHN4, dd 2021) een landgoedachtige structuur in het huidige landschap te herkennen (zie illustratie). Eind 18e eeuw was het landgoed (perceel D 338, ca 3 ha) van mr Johannes van Genechten uit Turnhout die gehuwd was met Maria Van Gorkom. In 1820 koopt Rogier Latour (1765-1837) uit Den Bosch het. Op dat moment wordt het beschreven als houtbosch. In 1835 verkoopt Rogier Latour het aan Bosschenaar Francis van Lanschot (1769-1851), waarna het via successie in de familie blijft.

Landgoedachtige structuur in Liempde

Hier ligt een schoon slot en zijn daar Heeren geweest de Becken en was daar Heer in het jaar 1451 Peter de Vertaing, ridder, welke in de beschrijvingen van de stad 's-Hertogenbosch onder de Hoog-Schouten gesteld wordt. En gezegd werd in een schermutseling tussen hem en die van den Bosch op Sint Jorisdag in het jaar 1473 dood gebleven is. Maar we vinden in een andere memorie dat hij in een uitval tegen de Geldersen gebleven is.

Tijdens het 12-jarige bestand van 1609-1621 trachtte bisschop Gijsbertus Masius van 's-Hertogenbosch om de vernielingen van de Beeldenstorm in Asten nog enigszins te herstellen.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie