Nefkens is al bijna 150 jaar hét adres voor jouw auto. In 1878 legde molenaar Jan Nefkens de grondslag voor zijn onderneming in automobielen. Doordat hij goed was in z’n vak bestaan we nu nog steeds. Van kleine garage bij de molen zijn we uitgegroeid tot dé multi-merk mobiliteitsleverancier in Nederland. En zijn we erg trots op de rijke geschiedenis van ons autobedrijf!
In Eindhoven en omgeving is Nefkens lokaal betrokken, zo zijn zij sponsor van diverse lokale iniatieven zoals: Ameezing Eindhoven en zijn aangesloten bij de netwerkclub Eindhoven Business, Businessclub Una en Businessclub de Lounge bij PSV.
Maar er is meer te vertellen over de geschiedenis van de automobiel in Eindhoven. Dit verhaal begint met Henri Jean Paul Boon, geboren in 1890 aan de Franse Rivièra. Na omzwervingen via IJmuiden en Amsterdam, waar hij een chauffeursschool bezocht, belandde Boon in Eindhoven.
Van Bezems naar Brockway Bussen
Na zijn dienstjaren keert Boon terug naar de regio Eindhoven en begint in 1917 een bezemfabriek in Heeze. Het bedrijf wordt ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als H.J. Boon Borstelfabriek. Zijn derde voornaam, Paul, laat hij hierbij weg en dat zal hij daarna veel vaker doen. Mogelijk vindt hij het geen mooie naam, maar daar zal niet iedereen het mee eens zijn. Een bezemfabriek lijkt op het eerste gezicht een onschuldige bezigheid, maar ‘door de vele brandstoffen die voor de fabricatie worden gebezigd, stond weldra het gehele gebouw in lichterlaaie en brandde de fabriek tot de grond toe af’, meldt een krant in 1921 na de tweede brand in korte tijd.
Toch valt er ook gewóón geld te verdienen met die bezemmakerij, want in 1924 koopt Boon eveneens in Heeze een voormalige fabriek van de Nederlandse Textiel Maatschappij. Daar, bij het treinstation Heeze-Leende, vestigt hij dan zijn bedrijf. Boons bezems en borstels worden blijkbaar ook zelf ter hand genomen.
Lees ook: Bekijk de volledige analyse van de Opel Grandland automaat.
Henri Boon is in de jaren na de Eerste Wereldoorlog niet alleen bezig met bezems, borstels en stadsreiniging. Ook de ervaring opgedaan bij de chauffeursschool in Amsterdam en de sleuteltechniek in Brussel wendt hij aan. Bij de aankoop van de oude textielfabriek in Heeze wordt melding gemaakt van een daar gevestigd autobedrijf. Sinds 1923 drijft Boon al een handel in vrachtauto’s en motoren en heeft hij mogelijk iets met autobussen.
Eind 1925 heeft hij immers al zes (provinciale) kentekens op zijn naam staan en begin 1927 neemt hij zitting in een comité van autobusondernemers dat protesteert tegen de komst van het autobusbedrijf van de Nederlandsche Spoorwegen. Rond die tijd, ook begin 1927 dus, besluit de gemeente Eindhoven dat het stadsvervoer anders geregeld moet worden.
Toch gaat de gemeente Eindhoven met Boon in zee en december 1927 aanvaardt hij de vergunning die op 1 januari 1928 ingaat. Een van de eisen van de gemeente Eindhoven is dat de autobusactiviteiten worden ondergebracht in een naamloze vennootschap.
Samen met koopman Frans (F.C.) Bazelmans (1893-?) richt automobielhandelaar Henri Boon daartoe op 28 april 1928 de NV Stadsverkeersdienst Eindhoven op. Boon en Bazelmans zijn beiden voor de helft eigenaar en steken elk ƒ 10.000 in de nieuwe NV. De heren voeren ook gezamenlijk de directie van het bedrijf, dat wordt gevestigd aan de Bleekstraat in Eindhoven.
Negen uur wordt een uur of één
Omdat het in een paar weken niet mogelijk is nieuwe autobussen te regelen, gaan Boon en Bazelmans van start met een aantal van de Brockway Bus Maatschappij (BBM) gehuurde exemplaren. De start op 1 januari verloopt overigens niet helemaal soepel.
Lees ook: Alles over de Opel Combo
Eind van het liedje is dat de nieuwe stadsverkeersdienst niet nieuwjaarsdag zondag 1 januari 1928 negen uur ’s ochtends begint te rijden, maar pas tegen een uur of één in de middag. En omdat er niet zes bussen in Eindhoven aankomen zoals gepland maar slechts vijf, wordt op één van de zes lijnen gewoon niet gereden.
Dat de autobusondernemers die hun concessie verliezen door de komst van Boons Brockway-bussen niet blij zijn, laat zich wel raden. Dat in januari 1928 kort na elkaar twee autobussen van twee van die ongeluksvogels in de fik vliegen, is daarom misschien ook niet verwonderlijk.
Minder toevallig is dat vanaf maart 1928 de chauffeurs van de Stadsverkeersdienst met zes eigen in plaats van gehuurde Brockway-bussen rijden op de zes lijnen.
Wel weten we dat na dat eerste jaar het magazijn met gevonden voorwerpen gevuld is met 48 achtergebleven paraplu’s en tompouces (?!), een baret, een kinderschort en een paar kinderkousen, een bontje, een boodschappentas, een das, een damestas, een schort, een herenhoed en uiteraard diverse portemonnees.
Een ander dagblad houdt het met diezelfde wethouder bij dezelfde gelegenheid als bron op bijna 1,2 miljoen passagiers.
Lees ook: Opel Astra uit 2000 taxeren
Wat ook duidelijk wordt, is dat het verlengen van de concessie niet elke keer op rolletjes verloopt en er ook de nodige kapers op de kust zijn. Zo doet bijvoorbeeld in 1930 al de Eindhovense Forddealer NV Van der Meulen-Ansems de gemeente het aanbod om de stadsautobusdienst te gaan exploiteren. Met Fordjes uiteraard.
De gemeente wijst het Van der Meulen-aanbod af, maar het geeft wel aan dat die periodieke verlengingen geen automatismen zijn en dat de NV Stadsverkeersdienst van de heren Boon en Bazelmans om de zoveel jaar de kans lopen dat het einde oefening is. In 1933 wordt de concessie van de Stadsverkeersdienst overigens gewoon verlengd. Boon laat ondertussen niet alleen bussen rijden. Ook op bestuurlijk gebied laat hij van zich horen, getuige zijn benoeming in 1934 tot lid van de commissie van advies inzake autobuszaken van de Bond van Bedrijfsautohouders.
De geschiedenis van het openbaar vervoer
Boon alleen verder
Na tien jaar busvervoer door de NV Stadsverkeersdienst eist de gemeente Eindhoven, bij de tweede verlenging van de concessie in 1938, dat er een eenhoofdige leiding komt in de NV. De reden van die eis is onbekend, maar wat we wel weten is dat Bazelmans door Boon wordt uitgekocht, waarna die laatste dus het bedrijf voortzet met als nieuwe naam NV Autobedrijf De City.
Niet alleen Frans Bazelmans wordt ‘buiten gebruik’ gesteld. Met enige regelmaat gebeurt dit ook met de autobussen van De City. Die worden dan geparkeerd op een soort privékerkhofje achter de garage aan de Bleekstraat en wachten daar op een (op)koper of staan met enige regelmaat nog bruikbare onderdelen af om het overige materieel rijdend te houden. Als dat kerkhofje achter de garage te klein wordt, verhuist die buiten-gebruik-stalling naar de overkant van de Bleekstraat en wordt dan heel toepasselijk De Dump genoemd.
Door de oorlog duurt het tot 1950 voordat een nieuwe vergunning wordt afgeven aan Boons Stadsautobusdienst. Voor zeven jaar dit keer. In de jaren voorafgaand aan de verlenging wordt uitgebreid gediscussieerd over de voors en tegens van particuliere versus gemeentelijke exploitatie en de mogelijkheden van trolleybussen.
Boons City Bleekstraat Bedoening
De NV Stadsverkeersdienst wordt gevestigd aan de Bleekstraat in Eindhoven, waar maart 1928 een bouwterrein van 1.100 m2 wordt aangekocht. September dat jaar wordt gestart met de bouw van een winkel, kantoren, magazijnen en drie bovenwoningen voor de somma van ruim dertigduizend gulden ‘zonder gewapend beton’.
Die bouw en benodigde vergunningen zijn mede noodzakelijk omdat de NV Stadsverkeerdienst kort na de start van de autobusactiviteiten ook een gewoon automobielbedrijf wordt.
Geboorte van de City Garage
Augustus 1928 wordt de Stadsverkeersdienst dealer van Willys-Overland. November dat jaar volgen de personen- en vrachtwagens van REO. Lang genieten Eindhoven en de Stadsverkeersdienst niet van die Willys en REO’s aan de Bleekstraat.
Maart 1929 maken ze plaats voor Buick, GMC en Oldsmobile van General Motors (GM) en het eveneens Amerikaanse Whippet. Ook het nieuwe Buick-fabricaat Marquette maakt kort daarna haar opwachting aan de Bleekstraat.
Vanaf die tijd worden de autohandel activite... Ervan uitgaande dat oldsmobile verplicht is, zijn de volgende 39 resultaten gevonden. J. agentschap van deze Franse Decauville op zich, gevolgd door import van het Belgische merk Dechamps, en het Amerikaanse Oldsmobile.
