Renault heeft officieel aangekondigd dat het na 2025 stopt met de productie van Formule 1-motoren. De Franse autogigant, met een lange en soms roemrijke geschiedenis in de sport, trekt zich vanaf 2026 terug als leverancier. Deze beslissing komt ten ongenoegen van de harde werkers in de fabriek in Viry-Châtillon.
Er werd al maanden over gespeculeerd en vandaag werd aangekondigd dat de Renault-krachtbron vanaf 2026 verleden tijd zal zijn in de Formule 1. Voorafgaand aan de GP van Italië reisde het personeel van de motorfabriek van Renault al naar Monza om te protesteren tegen de plannen. Ze hoopten vooral in gesprek te kunnen gaan met Luca De Meo, CEO van de Renault Group, die tot dat moment had geweigerd de werknemers rechtstreeks te benaderen.
Maandag kondigde Renault aan dat het de productie van zijn motoren aan het einde van het 2025-seizoen zou stopzetten. Het kwam als een zware klap voor de werknemers in Viry-Châtillon, die worden overgeplaatst naar een ander project.
Alpine licht FIA-verbod toe, Verstappen hoopt op 'gekke race' | GPFans News
Redenen achter de Beslissing
De voornaamste reden dat de stekker eruit wordt getrokken is geld. Het kost een motorleverancier zo'n 110 miljoen euro om een power unit voor de Formule 1 te ontwikkelen, zo kon Renault-personeel afgelopen augustus onthullen in een brief, terwijl het kopen van een power unit ongeveer 15 miljoen euro kost. Volgens het personeel is de keuze gemaakt om de financiële risico’s die de sport met zich meebrengt te verminderen.
Luca de Meo stelde verder dat Alpine de afgelopen jaren te weinig heeft opgeleverd om een eigen motorfabriek te kunnen onderhouden. “Alpine zit in een dip”, legde hij uit. “Mijn aandeelhouders zien dat ook, het team levert geen geld op. Met P16 en P17 zetten we onszelf gewoon voor schut.
Lees ook: Einde van de Renault Twingo: De achterliggende factoren
Tot slot benoemde de Renault-topman dat de nieuwe motorreglementen voor 2026 een enorme kostenpost zijn voor het bedrijf. “Ik vergelijk de nieuwe reglementen het liefst met een soort Frankenstein - een compromis tussen de eisen van elke fabrikant”, besloot hij. “Daardoor zijn de ontwikkelingskosten exponentieel gestegen.
Het motorproject van Renault voor 2026 gaat dus de prullenbak in en dat is zonde. De zogeheten RE26A was al ontwikkeld en werd afgelopen juni gestart en getest. Het leverde belovende resultaten op, niet alleen op het gebied van betrouwbaarheid, maar ook qua elektrisch vermogen.
Reacties en Gevolgen
Het komt ten ongenoegen van de harde werkers in de fabriek in Viry-Châtillon. De Fransen organiseerden stakingen en hebben zich in grote getalen ziekgemeld, naar verluidt uit wraak voor de plannen van Renault-CEO Luca De Meo om het motorproject stil te leggen. “Wij betreuren en veroordelen het besluit om vanaf 2026 te stoppen met de productie van Formule 1-motoren,” luidt het statement.
Echter, het bericht stelt dat er geen onderzoek is gedaan naar de mogelijke gevolgen voor toekomstige verkopen en het prestige van het merk Renault. Het personeel vreest dat Viry-Châtillon straks veel technische kennis zal verliezen. De status die de motorenfabriek nu geniet, wordt waarschijnlijk niet beschermd door de nieuwe plannen. “De inhoud, de middelen en de duurzaamheid van de nieuwe projecten die het management naar de fabriek wil brengen, zijn grotendeels onduidelijk,” vervolgt het statement.
“Ondanks de onrust van de afgelopen twee maanden is het team in Viry-Châtillon doorgegaan met het ontwikkelen van de krachtbron voor de Formule 1-auto van 2026,” besluit het statement. “Door de beslissing van het Renault-management krijgt Alpine niet de kans om gebruik te maken van deze veelbelovende motor. Om al deze redenen geeft het personeel unaniem een negatief advies over dit transformatieproject.
Lees ook: Renault-motoren verlaten Mercedes
Bruno Mauduit, verantwoordelijk voor het F1-motorenproject van Renault tussen 1981 en 1999, heeft geen goed woord over voor de beslissing van de fabrikant om te stoppen met de koningsklasse van de autosport vanaf 2026. De Fransman noemt de keuze 'tragisch en triest'.“Ik had het voor 99% verwacht. Het was al in augustus besloten. Het is erg jammer en triest voor de hele geschiedenis van Viry", zegt Mauduit in een interview met de sportkrant L'Equipe. "Deze beslissing is niet verrassend, het is het resultaat van tien jaar slecht management, slechte resultaten en het maar leveren aan één team."
Het komt als een zware klap voor de werknemers in Viry-Châtillon, die worden overgeplaatst naar een ander project. "Het is een heel emotioneel onderwerp, in de eerste plaats voor mij", stelt CEO De Meo in gesprek met l'Equipe. "Ik ben er erg gepassioneerd over. Het is hartverscheurend. Deze beslissing is niet lichtvaardig genomen."
De Toekomst van Alpine
Alpine zal in 2025 nog steeds gebruik kunnen maken van dezelfde krachtbron. Voor 2026 zal het team op zoek moeten naar een nieuwe leverancier en zal het verdergaan als klantenteam. Alpine lijkt haar zinnen te hebben gezet op een samenwerking met Mercedes.
Renault zal vanaf 2026 niet meer actief zijn als motorleverancier in de Formule 1. In 2026 staan de eerstvolgende grote reglementswijzigingen in de Formule 1 op het programma. Het motorreglement gaat op de schop. Het doel was om de sport aantrekkelijk te maken voor nieuwe motorleveranciers. Met de komst van Audi lijkt het effect te hebben gehad. Toch moeten we in 2026 ook afscheid nemen van een motorleverancier.
Over een aantal weken zal de faciliteit die op dit moment gebruikt wordt voor de ontwikkeling van de motoren worden omgebouwd naar een high tech engineering centrum. De huidige campus voor de Formule 1-krachtbronnen wordt om die reden dus omgebouwd tot een centrum voor engineering. "Het opzetten van het Hypertech Alpine-centrum is belangrijk voor Alpine's ontwikkelingsstrategie en, breder gezien, de innovatiestrategie van de Renault Group", zegt Alpine CEO Philippe Krief. "Het is een keerpunt in de geschiedenis van de faciliteit in Viry-Châtillon die de continuïteit van kennis en de integratie van zeldzame vaardigheden van de Group zal verzekeren. Tegelijkertijd versterkt dit de positie van Alpine als 'innovatiegarage'.
Lees ook: Schakelproblemen Renault achteruit
Hoewel Renault eind 2025 als motorfabrikant vertrekt uit de Formule 1 en dus ook een einde maakt aan de ontwikkeling van de krachtbron voor de nieuwe reglementen van 2026, blijft autosport wel een rol spelen binnen de Hypertech Alpine-campus in Viry-Châtillon. Dat geldt onder meer voor het LMDh-project in het World Endurance Championship en diverse kampioenschappen waarin de Renault Group met klantenteams actief is. Ook kunnen bijvoorbeeld het Formule E-team van Nissan en het Dakar-project van Dacia gebruik blijven maken van de faciliteit.
Wel zal de fabriek operationeel blijven voor het WEC en Dakar-project van Alpine. Ook zal er een afdeling komen voor het monitoren van F1-motoren en de technieken uit deze industrie. Een van de grootste pijnpunten voor de medewerkers was het mogelijk verdwijnen van de kennis die momenteel rondloopt bij de F1-motorenafdeling. Volgens het persbericht zullen alle huidige werknemers van het F1-project worden herschikt en toegewezen binnen het Hypertech Alpine programma in de Franse fabriek, om zo de kennis binnenshuis te houden.
Renault in de Formule 1: Een Overzicht
Je zou het niet zeggen met waar de renstal van Alpine momenteel staat, maar geen enkele motorleverancier heeft sinds de jaren 90 meer wereldkampioenschappen gewonnen dan Renault. 2025 zal het 44e en voorlopig laatste seizoen van Renault zijn in de Formule 1. Het Franse merk maakte haar intrede als fabrieksteam in 1977 met de revolutionaire EF1 V6-turbomotor. Twee jaar later werd de Renault RS10 in de handen van Jean-Pierre Jabouille de eerste F1-wagen met een turbomotor om een Grand Prix te winnen en toevallig gebeurde het op Dijon-Prenois, de thuisrace van Renault.
De 3.5-liter V10 van het RS-platform was van 1992 tot en met 1997 onverslaanbaar. Renault won het constructeurskampioenschap vijf keer met Williams en een keer met Benetton. Het bedrijf was deels van de regering, maar trok zich voor 1998 weer terug uit de Formule 1, aangezien het geprivatiseerd werd. Renault zou als fabrieksteam een comeback maken in 2002 en won twee wereldkampioenschappen in 2005 en 2006 met Fernando Alonso. Ze waren ook erg succesvol met Red Bull Racing en Sebastian Vettel door bij de coureurs en constructeurs van 2010 tot en met 2013 jaar na jaar te winnen. De laatste zege kwam met Alpine-coureur Esteban Ocon tijdens de Hongaarse Grand Prix van 2021.
Renault is al een tijdje een begrip in F1, soms met succes en toch vaak zonder succes. Renault als team begon in 1977 aan het avontuur in F1. Dit deed het onder de eigen naam en met een eigen motor. De resultaten waren niet meteen denderend.
Renault heeft niet altijd met een eigen team of onder de eigen naam meegedaan in F1. Het Franse merk begon in 1983 met Lotus voorzien van motoren in F1. Dit was van 1983 tot en met 1986, in de periode dat het team zelf dus ook nog actief was. Renault zou zelf als team pas weer actief zijn in F1 tijdens het seizoen 2002. In de tussentijd zou het wel teams ondersteunen wat betreft de motoren. In 2002 besloot het even de samenwerking met andere teams te stoppen en weer zelf een team in F1 op te richten. Dit zou duren tot eind 2011, dit keer met veel meer succes.
Tussen 2007 en eind 2015, voordat het in 2016 weer met een eigen team begon, was Renault actief bij verschillende teams. Tussen 2007 en 2015 leverde het de motoren van Red Bull Racing. Het bleek een succesvolle samenwerking te zijn, bijna net zo succesvol als die met Williams. Sebastian Vettel won in 2010, 2011, 2012 en 2013 het wereldkampioenschap met een Renault-motor, terwijl Red Bull in die jaren ook het kampioenschap bij de constructeurs won.
Nadat het de eerste keer geen groot succes was en de tweede keer er twee keer een kampioenschap bij de coureurs en constructeurs werd gewonnen, was het in 2016 tijd voor de derde periode met Renault als team in F1. Het bleek de minste periode van Renault in F1 te zijn.
Renault gaat dus voor de vierde keer een periode in waarin het niet als team of leverancier actief zal zijn in F1. De drie periodes als team in F1 waren, in twee van de drie gevallen, geen groot succes. Alleen de tweede periode was met twee wereldkampioenschappen bij de coureurs en constructeurs productief. Ook wat betreft het leveren van motoren aan andere teams schoot Renault vaker mis dan raak. Vooral de samenwerking met Williams en Red Bull bleek echter enorm vruchtbaar te zijn, met meerdere kampioenschappen bij de coureurs en constructeurs. De kans dat Renault nog eens terug gaat komen, als team of als leverancier, lijkt vrij groot.
| Periode | Team/Leverancier | Belangrijkste Successen |
|---|---|---|
| 1977-1986 | Fabrieksteam | Eerste overwinning met een turbomotor (1979) |
| 1983-1997 | Motorleverancier (Williams, Benetton) | 6 constructeurskampioenschappen op rij (1992-1997) |
| 2002-2011 | Fabrieksteam | Wereldkampioenschappen coureurs en constructeurs (2005-2006) |
| 2007-2015 | Motorleverancier (Red Bull Racing) | 4 wereldkampioenschappen coureurs en constructeurs (2010-2013) |
| 2016-2025 | Fabrieksteam (later Alpine) | Geen significante successen |
