Als iemand ernstig letsel oploopt door een verkeersongeval, bedrijfsongeval, medische fout of misdrijf, zijn de gevolgen vaak groot, niet alleen voor diegene zelf, maar ook voor diens naasten. Ook zij hebben veel verdriet omdat zij niet alleen hun geliefde zien worstelen, maar ook hun leven ingrijpend veranderd is. Wanneer iemand overlijdt door een ongeval, medische fout of misdrijf, laat hij of zij nabestaanden achter met veel verdriet.
Een slachtoffer heeft recht op een vergoeding van immateriële schade wanneer hij lichamelijk of geestelijk letsel oploopt. Er zijn echter twee vormen van immateriële schade:
- Die van het primaire slachtoffer (smartengeld).
- Die van de naasten en nabestaanden (affectieschade).
Tot 2019 was een aansprakelijke partij verplicht om smartengeld te vergoeden aan het slachtoffer, maar bestond er geen recht voor naasten en nabestaanden op vergoeding van affectieschade. Een verzekeraar hoefde alleen de immateriële schade van het slachtoffer te vergoeden.
De Wet Affectieschade
Het heeft tientallen jaren geduurd voor hij door het Parlement kwam, maar per 1 januari 2019 kennen we de Wet Affectieschade. Hierin is vastgelegd dat je een immateriële schadevergoeding kunt krijgen als een naaste van je door schuld van een ander:
- Ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen.
- Overleden is.
Duidelijk is in ieder geval dat de wetgever met deze wet erkent dat niet alleen het leven van een slachtoffer op zijn kop komt te staan door een ongeval, medische fout of misdrijf. Ook het leven van de mensen die dicht bij het slachtoffer staan wordt nooit meer hetzelfde. Vanwege het verdriet dat dit met zich brengt, hebben zij nu recht op een vergoeding. Dit is dan ook een belangrijke toevoeging aan de wetgeving over schadevergoeding.
Lees ook: Stappenplan schadevergoeding claimen
In de afgelopen jaren is aangedrongen op een wettelijke regeling die vergoeding van affectieschade mogelijk maakt. Het afwijzen van een vergoeding van affectieschade werd namelijk steeds minder begrepen. Op 18 december 2013 heeft staatssecretaris Teeven daarom in een Algemeen Overleg (AO) met de Tweede Kamer aangegeven dat er een nieuw voorstel zou komen dat voorzag in vergoeding van affectieschade. Vervolgens is in de loop van 2014 de concepttekst van het Wetsvoorstel Schadevergoeding Zorg- en Affectieschade ter beoordeling aan diverse organisaties toegezonden, waaronder De Letselschaderaad en de ANWB.
De wet regelt een vorm van smartengeld voor de naaste familie van slachtoffers van een verkeers- of bedrijfsongeval, een geweldsmisdrijf of een medische fout. De mogelijkheid van vergoeding voor affectieschade geldt dus voor ongevallen en andere gebeurtenissen die overlijden of ernstig en blijvend letsel tot gevolg hebben. De vergoeding wordt bepaald aan de hand van de persoonlijke situatie van het slachtoffer en zijn naasten.
Affectieschade na overlijden of ernstig letsel is een vorm van smartengeld voor naasten en nabestaanden. Het gaat hier om een vergoeding voor het leed dat wordt veroorzaakt door het overlijden, of ernstig gewond raken, van een naaste. Naasten en nabestaanden kunnen sinds 1 januari 2019 aanspraak maken op een vergoeding van affectieschade. Een schrijnend voorbeeld is wanneer een kind een dwarslaesie oploopt bij een verkeersongeval.
Denk je aanspraak te kunnen maken op een vergoeding van shockschade of affectieschade? Neem contact met ons op.
Affectieschade is niet hetzelfde als shockschade. Shockschade kwam eerder al voor vergoeding in aanmerking. De Hoge Raad heeft namelijk in het bekende Taxibus-arrest (HR 22 februari 2002, NJ 2002, 240) aanvaard dat nabestaanden van slachtoffers van een verkeersongeval onder omstandigheden recht hebben op vergoeding van shockschade.
Lees ook: Gevolgen van een verkeersongeval
Bij de vergoeding van affectieschade gaat het uitdrukkelijk niet om de vergoeding van gemaakte kosten, zoals reiskosten of het verschaffen van mantelzorg, maar om een gefixeerd bedrag. De hoogte is afhankelijk van de relatie met het slachtoffer en de ernst van de schade. Het gaat om bedragen tussen de €12.500 en €20.000.
Vergoeding van affectieschade heeft als doel om de naasten en nabestaanden een stukje erkenning en mogelijk genoegdoening te verschaffen. Zoals gezegd is dit mogelijk bij overlijden of het ernstig gewond raken van een naaste. Er is in elk geval sprake van ernstig letsel als er meer dan 70% blijvende invaliditeit is.
Niet iedereen komt volgens de Wet Affectieschade in aanmerking voor affectieschade. Naast affectieschade bestaat er ook schockschade. Dit is de schade die iemand oploopt door de confrontatie met een schokkende gebeurtenis of met de gevolgen. Voor shockschade is de datum 1 januari 2019 niet van belang.
Wil je advies inwinnen over de vergoeding affectieschade, neem dan contact met ons op.
Definitie van opzettelijk toebrengen van emotioneel leed
Wie komt in aanmerking voor een vergoeding van affectieschade?
De volgende naasten komen in aanmerking voor een vergoeding van affectieschade:
Lees ook: Recente verkeersincidenten
- Echtgenoten en geregistreerde partners
- Levensgezellen
- Minderjarige kinderen en ouders
- Meerderjarige (uit- en thuiswonende) kinderen en ouders
- Pleegkinderen en ouders
- Zij die met het slachtoffer in gezinsverband leefden
- Zij die een nauwe persoonlijke relatie hadden met het slachtoffer
De meeste categorieën van personen spreken voor zich en kunnen ook eenvoudig worden bewezen met behulp van bijvoorbeeld:
- Een geboorteakte
- Een huwelijksakte (of trouwboekje)
- Een akte van geregistreerd partnerschap
- Een bewijs van inschrijving op hetzelfde adres
Voorbeelden van nauwe persoonlijke relaties
De laatste twee categorieën vragen om een voorbeeld. Bij het gezinsverband kan gedacht worden aan gevallen waarin de zorg voor een kleinkind duurzaam in het gezin van een grootouder plaatsvindt.
Een voorbeeld van een zodanige nauwe persoonlijke relatie dat deze naaste of nabestaande voor vergoeding van affectieschade in aanmerking komt, kan zijn een relatie van broers of zussen die langdurig samenwonen en voor elkaar zorgen, of een langdurige, hechte LAT-relatie. Het is dus geen vereiste dat de naaste een gemeenschappelijke huishouding voert met het slachtoffer maar als dit wel het geval is, is dit wel een duidelijke aanwijzing voor de nauwe persoonlijke relatie.
Bij de eerste categorieën kan met de hierboven genoemde documenten eenvoudig worden vastgesteld of men hieronder valt. Bij de laatste categorieën kan dit lastiger zijn en kan er dus ook discussie ontstaan.
Aan hoeveel mensen een vergoeding voor affectieschade moet worden uitgekeerd, hangt volledig af van de persoon van het slachtoffer. Als ik dat slachtoffer zou zijn, kunnen de volgende mensen een vergoeding voor affectieschade vorderen:
- Mijn man
- Mijn 3 kinderen
- Mijn beide ouders
Bij een kind zullen het veelal de ouders en mogelijk broers of zussen zijn en bij een oudere vaak alleen nog de kinderen.
Soms heeft een verkeersongeval of bedrijfsongeval fatale gevolgen: een slachtoffer overlijdt als gevolg van het ongeluk. Op jou als naaste of nabestaande van het slachtoffer heeft dit een grote impact. Vooral als je misschien getuige was van het ongeval en wellicht zelf gewond bent geraakt. Het leven wordt waarschijnlijk nooit meer zoals het was. Je bent beschadigd door het ongeluk, je zult jouw naaste de rest van jouw leven moeten missen.
Vrijwel altijd loop je overlijdensschade op als een familielid overlijdt door een ernstig verkeersongeluk of bedrijfsongeval. Overlijdensschade is een vorm van letselschade die het gevolg is van het overlijden van jouw naaste, als gevolg van een ongeluk waarvoor een ander aansprakelijk is. Je hebt mogelijk recht op een schadevergoeding voor overlijdensschade als er een relatie bestaat tussen jou en de overledene. De overledene is bijvoorbeeld jouw geregistreerde partner, echtgenoot of ouder (als je minderjarig bent of als je meerderjarig bent maar nog wel financiële ondersteuning kreeg van de overledene).
Bij overlijdensschade denken we vooral aan begrafenis- of crematiekosten, maar ook aan zaken als gederfd levensonderhoud, kosten voor huishoudelijke hulp en andere financiële schade. Als nabestaande van het slachtoffer heb je recht op een financiële compensatie voor deze kosten van degene die verantwoordelijk is voor het overlijden. Artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt wat de aansprakelijke persoon of partij moet vergoeden. Het berekenen van overlijdensschade is specialistenwerk.
Elk jaar worden talloze levens tragisch onderbroken door een dodelijke verkeersongeval. Deze gebeurtenissen brengen diepe emotionele wonden en financiële onzekerheid met zich mee voor de nabestaanden. Een dodelijk bedrijfsongeval brengt naast diep verdriet ook complexe juridische en financiële vraagstukken met zich mee voor de nabestaanden.
Sinds 2019 is het mogelijk om ook voor de immateriële schade een vergoeding te krijgen. Dit heet affectieschade en het is een vorm van smartengeld. Affectieschade is vergoeding voor het leed, de pijn en het verdriet dat jij als nabestaande hebt omdat het slachtoffer is weggevallen. De hoogte van deze schadevergoeding hangt af van de relatie die je had met het slachtoffer.
Was je betrokken bij een ongeval met dodelijke afloop maar heb je het zelf overleefd? Je kunt dan lijden aan de lichamelijke en/of geestelijke gevolgen van het ongeluk. Vooral de psychische schok is groot als je hebt gezien hoe een naast familielid (in de eerste graad) overleed. Je bent medeslachtoffer van het ongeluk en we spreken dan van letselschade of personenschade.
Ben je betrokken bij een ongeval met dodelijke afloop of heb je een vraag? Soms kan het gebeuren dat de persoon die het gezin onderhield overlijdt, waardoor het gezin financieel in de problemen komt. Dit noemen we gederfd levensonderhoud in geld. Maar er zijn ook andere situaties waarin dit kan voorkomen. Het kan ook zijn dat de overledene bijvoorbeeld hielp met het huishouden, en na zijn of haar overlijden moet er dan huishoudelijke hulp worden ingeschakeld.
Dan zijn er nog de kosten van de uitvaart. Alle kosten voor de begrafenis of crematie moeten door de verantwoordelijke partij worden vergoed. Als de overledene een uitvaartverzekering had, dan wordt het bedrag dat daaruit wordt uitgekeerd afgetrokken van de schadevergoeding.
Wanneer een naaste door een ongeval overlijdt, gaan de eerste gedachten niet uit naar het claimen van een schadevergoeding. Toch kunnen de nabestaanden al heel gauw met de (financiële) gevolgen te maken krijgen, wanneer bijvoorbeeld de kostwinner overlijdt. Er zijn dan diverse schadeposten die geclaimd kunnen worden, wanneer een ander aansprakelijk is te houden voor het overlijden van het slachtoffer.
In artikel 6:108 BW is te vinden wie in geval van overlijden als gevolg van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, recht heeft op vergoeding van welke schade. In lid 1 van dit artikel is te vinden dat indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander jegens hem aansprakelijk is overlijdt, die ander verplicht is tot vergoeding van overlijdensschade door het derven van levensonderhoud.
Wanneer iemand overlijdt, is de grootste schade uiteraard emotioneel. Deze immateriële schade wordt volgens de Nederlandse wetgeving niet zonder meer aan de nabestaanden vergoed. Het is wel mogelijk schadevergoeding te ontvangen voor zogenaamde ‘shockschade’. Shockschade wordt dus slechts in uitzonderlijke, vaak zeer schrijnende gevallen aangenomen.
Update: het heeft even geduurd maar het is eindelijk zover. Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om affectieschade te claimen als nabestaande. Dit wordt mogelijk gemaakt door de Wet Affectieschade. Ouders, kinderen en partners met een duurzaam gemeenschappelijk huishouden.
Waarom het nu wel kan? Omdat er wordt ingezien dat nabestaanden recht hebben op erkenning van hun leed. De geliefde is nooit met geld te vervangen. Affectieschade is de immateriële schade die voortkomt uit het leed dat wordt veroorzaakt door het overlijden of ernstig gewond raken van een naaste, waarvoor een ander aansprakelijk is. Dit is dus een vorm van smartengeld.
Volgens het Nederlandse recht hebben de naasten in principe geen recht op vergoeding van affectieschade. Dit heeft de wetgever bewust zo gekozen omdat dit anders zou leiden tot “commercialisering” van het verdriet. Dat is een standpunt wat echter sinds enige tijd ter discussie staat. Een wetsvoorstel voor het verruimen van deze mogelijkheden werd in 2010 afgewezen. Echter, in 2016 werd er opnieuw een wetsvoorstel affectieschade ingediend.
Hoe hoog is de vergoeding van affectieschade?
In het Besluit Vergoeding Affectieschade is vastgelegd hoeveel deze mensen aan vergoeding dienen te ontvangen. Deze bedragen lopen uiteen van € 12.500,- tot € 20.000,-. Bij overlijden wordt iets meer uitgekeerd dan bij ernstig en blijvend letsel en bij een misdrijf (opzet) meer dan bij een ongeval of medische fout (schuld).
Na het overlijden van een dierbare kunt u ook recht hebben op affectieschade. Dat is de emotionele pijn die iemand lijdt door het overlijden van een geliefde als gevolg van een ongeval. Er zijn specifieke groepen mensen die aanspraak kunnen maken op deze vergoeding, zoals ouders, partners en zorgrelaties in gezinsverband. U heeft recht op een schadevergoeding voor shockschade wanneer u bij een ernstig ongeluk van iemand bent geweest die dichtbij u staat. Bijvoorbeeld een familielid of een van uw vrienden. Doordat u het ongeluk heeft zien gebeuren, heeft u ernstige psychische schade opgelopen.
Wet Affectieschade: 5 belangrijke vragen:
- Wat houdt de Wet Affectieschade precies in?
- Wat is de hoogte van het smartengeld voor nabestaanden?
- Wie betaalt het smartengeld voor nabestaanden?
- Wat betekent dit voor verzekeraars?
- Op 1 januari 2019 is de Wet Affectieschade in werking getreden.
Sinds deze wet van kracht is gegaan hebben nabestaanden en naasten van slachtoffers van een verkeersongeval of een bedrijfsongeval recht op smartengeld. Dit is vastgelegd in de Wet Affectieschade.
- Zoals hierboven vermeld, komen nabestaanden en naasten van slachtoffers van verkeersongelukken of fatale bedrijfsongevallen, nu óók in aanmerking voor schadevergoeding. Met de Wet Affectieschade wordt erkend dat nabestaanden en naasten ook lijden onder emotionele schade en dus recht hebben op smartengeld.
- De hoogte van het smartengeld voor nabestaanden ligt tussen de € 12.500 en € 20.000 euro. Nabestaanden van een overledenen krijgen bijvoorbeeld een andere vergoeding dan naasten van een (blijvend) ernstig gewonde persoon. Bij verkeers- en bedrijfsongevallen is het maximaal te claimen smartengeld per individu verschillend. Er zijn tal van persoonlijke factoren waar rekening mee gehouden wordt.
- Wie aansprakelijk is voor het ongeval, betaalt het smartengeld. Is die persoon verzekerd voor de schade die hij heeft veroorzaakt, dan betaalt zijn verzekeraar. In de praktijk zullen voor nabestaanden van verkeers- en bedrijfsongevallen en bij medische missers verzekeraars opdraaien voor het smartengeld bedrag. Bij gewelds- of zedenmisdrijven moeten daders het smartengeld betalen. Kan de dader dat niet betalen, dan schiet de Staat het smartengeld voor. Letselschade? Is er sprake van letsel na een verkeersongeluk of een bedrijfsongeval? Wilt u de schade verhalen?
- Het Verbond van Verzekeraars is tevreden over de wet, omdat die nabestaanden en verzekeraars duidelijkheid biedt over het recht en de omvang van de smartengeldvergoeding. Niet iedere schade kan verhaald worden op een aansprakelijke wederpartij. Weten of het letselongeval in aanmerking komt voor een schadevergoeding?
- In bijna alle andere Europese landen was er al een regeling voor affectieschade, maar niet in Nederland. Zo’n 10 jaar geleden keerde de Eerste Kamer zich nog tegen een smartengeldregeling voor nabestaanden, omdat er de angst was voor Amerikaanse taferelen.
Kun jij aanspraak maken op smartengeld na het overlijden van een naaste of heeft deze ernstig letsel opgelopen? We maken ons er sterk voor dat je krijgt waar je recht op hebt. Wij hebben letselschadespecialisten in elke provincie.
Wat nog onduidelijk is
Rechters zullen zich ongetwijfeld nog gaan buigen over de vragen:
- Wanneer letsel ernstig genoeg is voor een vergoeding van affectieschade. Er wordt in de kamerstukken gesproken over een percentage blijvende invaliditeit van 70% of meer en daarmee lijkt de lat (te) hoog gelegd.
- Wat als voldoende bewijs kan dienen om aan te tonen dat het ging om bijvoorbeeld een nauwe persoonlijke relatie. Welke bewijsmiddelen worden aangedragen en hoe gaat de rechter daarmee om? Kan deze relatie bijvoorbeeld blijken uit foto's of verklaringen van vrienden?
Het zal dus nog wel wat jaren duren voor dit uitgekristalliseerd is.
