Ta-tu ta-tu! Je hebt het vast wel eens gezien: een ambulance die razendsnel naar het ziekenhuis rijdt met de zwaailichten aan! Maar welke soorten ambulances zijn er eigenlijk en waar worden ze voor gebruikt? In dit artikel geven we een overzicht van de verschillende ambulancevoertuigen in Nederland en hun specifieke functies.
De Geschiedenis van de Ambulance
Vroeger waren er geen ambulances. Mensen werden toen met kruiwagens, handkarren en bakfietsen naar het ziekenhuis gebracht. De eerste automobielambulance werd in 1899 in Amerika gebouwd. Tien jaar later maakte de autofabrikant Spyker de eerste Nederlandse ziekenauto's.
Iedereen die een ambulance wilde kopen, mocht dit doen. Als de huisarts belde, dan kwamen ze er zo snel mogelijk aan, vaak met alleen maar een brancard en EHBO- doos. De mensen moesten toch zo snel mogelijk naar het ziekenhuis! Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er grotere ambulancediensten die beter georganiseerd waren.
Jammer genoeg bemoeide de regering zich er toen nog niet mee of de mensen op de ambulance wel goed waren in hun werk. Dat veranderde in 1962. Bij een groot treinongeluk bij Harmelen ging er heel veel mis. Zo kwam er in 1971 de Wet ambulancevervoer. Sindsdien staat er in de wet precies wat ambulancepersoneel allemaal moet weten en welke apparatuur ze bij zich moeten hebben.
De regering heeft zelfs bepaald dat een ambulance binnen een kwartier na een spoedmelding ter plekke moet zijn. De minister heeft besloten dat in elke regio in Nederland een Regionale Ambulance Voorziening (RAV) moet komen. Daarmee bedoelt de minister dat hij wil dat alle ambulancediensten en de meldkamer in een regio gaan samenwerken.
Lees ook: Overzicht van alle rijbewijscategorieën
De Star of Life is een van de meest erkende symbolen ter wereld en ziet eruit als een 6-puntige ster met in het midden een witte esculaap, het symbool voor spoedeisende medische zorg. Alle ambulances zijn geel.
Verschillende Soorten Ambulancevoertuigen
Ambulancezorg Gelderland-Midden heeft verschillende soorten voertuigen. Zo kunnen wij altijd passende hulp sturen. Als het nodig is kunnen we vanuit andere regio's ook een speciale ambulance inzetten. Ambulancezorg Nederland biedt verschillende vormen van ambulancezorg aan, om passende zorg te kunnen bieden. Dit wordt ook wel zorgdifferentiatie genoemd.
Wanneer je een ambulance ziet rijden kan je aan de hand van het nummer op de ambulance herkennen voor welke urgentie de ambulance wordt ingezet. De eerste twee cijfers staan voor de Veiligheidsregio waarbij 17 staat voor de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) Het volgende nummer staat voor de zorg waarvoor de ambulance wordt ingezet. In heel Nederland worden hiervoor dezelfde nummers gebruikt.
Reguliere Ambulance
De reguliere ambulance is ingericht met apparatuur en middelen om alle noodzakelijke hulp te kunnen bieden. Een ambulancechauffeur en een ambulanceverpleegkundige vormen het ambulanceteam. Beiden zijn speciaal opgeleid om als team snel te handelen. De reguliere ambulance rijdt bij levensbedreigende situaties met zwaailicht en sirene.
Middencomplexe Ambulance
De middencomplexe ambulance heeft grotendeels dezelfde apparatuur en middelen aan boord als een reguliere ambulance. De meldkamer ambulancezorg zet de middencomplexe ambulance in bij minder complexe behandelingen. De middencomplexe ambulance rijdt geen ritten waarbij sprake is van levensbedreigende situaties. Daarom rijdt de middencomplexe ambulance nooit met zwaailicht en sirene. De chauffeur middencomplexe ambulance en de verpleegkundige middencomplexe ambulance vormen hier het ambulanceteam. Zij zijn opgeleid om de patiënt en de familie zo goed mogelijk te begeleiden. Ook zorgen zij voor bewaking en behandeling van de patiënt.
Lees ook: Alles over de VW Golf modellen
Solo-Ambulance (Rapid Responder)
Ambulancezorg Gelderland-Midden heeft twee solo-ambulances van het type Volkswagen Tiguan. Dit is een gewone personenauto met een omgebouwde binnen- en buitenkant. De solo-ambulance heeft dezelfde geavanceerde apparatuur en middelen aan boord als de reguliere ambulance. Een ambulanceverpleegkundige bemenst dit voortuig alleen en kan alle noodzakelijke hulp bieden. Ook heeft deze verpleegkundige een speciale rijopleiding gehad. De solo-ambulance mag in levensbedreigende situaties rijden met zwaailicht en sirene. De solo-ambulance kan geen patiënten vervoeren.
Het kan gebeuren dat een patiënt toch naar het ziekenhuis moet. De ambulanceverpleegkundige vraagt dan een reguliere ambulance aan bij de meldkamer. Het kan bijvoorbeeld gaan om de soloambulance, met 1 enkele ambulanceverpleegkundige, tevens chauffeur, aan boord. Deze soloambulance is eigenlijk een omgebouwde personenauto en staat ook bekend als ‘Rapid Responder’.
GGB-Voertuig
GGB staat voor Grootschalige Geneeskundige Bijstand. Een GGB-voertuig is speciaal ingericht en wordt ingezet bij ongevallen met veel slachtoffers. Met deze voertuigen worden extra ambulanceteams en materialen naar het ongeval gestuurd om op locatie hulp te verlenen. Een GGB-voertuig is niet bedoeld voor het vervoer van patiënten.
Traumahelikopter/Mobiel Medisch Team (MMT)
In Nederland zijn er vier traumahelikopters. De meldkamer bepaalt wanneer de traumahelikopter komt. Vaak komt de traumahelikopter bij ernstige ongevallen en hulpverleningen. In de traumahelikopter zitten een trauma-arts, een MMT-verpleegkundige en een piloot. In sommige situaties is kennis en vaardigheid van een arts nodig bij zware verwondingen. De helikopters staan in Amsterdam, Groningen, Rotterdam en Volkel.
Het kan gebeuren dat de helikopter door slecht weer niet kan vliegen. Als dat zo is komt het Mobiel Medisch Team met een speciaal voertuig. Dan rijden zij ook met zwaailicht en sirene. In bijzondere gevallen vervoert de traumaheli ook patiënten.
Lees ook: Overzicht autobrandstoffen
MICU (Mobiele Intensive Care Unit)
In Nederland zijn er zes MICU-voertuigen. MICU staat voor Mobiele Intensive Care Unit. MICU-voertuigen hebben uitgebreide medische apparatuur. Ze zijn speciaal bedoeld voor het vervoeren van ernstig zieke patiënten. Ze worden ingezet als er geen plaats is in het ziekenhuis. De MICU rijdt ook als een patiënt naar een ander ziekenhuis moet waar een hoger niveau Intensive Care-zorg beschikbaar is. Ook kan de MICU worden uitgerust met een couveuse voor pasgeboren kinderen.
Het voertuig wordt door 6 ambulanceregio’s ingezet en wordt bemenst door een chauffeur, een arts en verpleegkundige uit het ziekenhuis waar de patiënt naar toe gaat. Ook de MICU rijdt alleen als iemand deze ambulance nodig heeft. In onze regio wordt de MICU niet ingezet.
Motorambulance
De motoren zijn voorzien van alle materiaal en apparatuur die nodig is om de juiste hulp te bieden. Ook de verpleegkundige die de motor berijdt heeft een speciale rijopleiding gehad. Een motor is sneller op een locatie in de binnenstad. Ook beweegt een motor makkelijker door het drukke verkeer. Een motorambulance kan geen patiënten vervoeren. Het kan gebeuren dat een patiënt toch naar het ziekenhuis moet. De verpleegkundige vraagt dan een reguliere ambulance aan bij de meldkamer.
Overige Voertuigen
Naast de bovengenoemde voertuigen zijn er ook nog andere typen ambulances, zoals:
- Ambulancefiets: wordt soms ingezet bij evenementen.
- Ambulanceboot: handig om patiënten op het water te bereiken.
- Psycholance: een speciaal vervoersmiddel met een prikkelarme inrichting, bedoeld voor patiënten met zogeheten ‘onbegrepen gedrag’.
- Dierenambulances
- Ambulances voor de Officier van Dienst Geneeskundig (OvD-G)
Urgentiecategorieën: A0, A1, A2 en B
Binnen de Ambulancezorg Limburg onderscheiden wij verschillende soorten ritten:
- A0-ritten: grootst mogelijke spoed met zwaailicht en sirene. Wanneer we worden opgeroepen voor een patiënt met een hart- of ademstilstand (of een mogelijk fatale bloeding), dan gaan we daar met de grootst mogelijke spoed naar toe.
- A1-ritten: spoed met zwaailicht en sirene. Als duidelijk is dat er géén sprake is van een hart- of ademstilstand, maar de vitale functies van de patiënt zijn mogelijk wel ernstig instabiel, dan gaat de ambulance zo snel mogelijk met zwaailicht en sirene naar de patiënt toe.
- A2-ritten: spoed zonder zwaailicht en sirene. Iets minder bekend zijn de ritten die ook dringend zijn, maar waarbij er geen sprake is van direct levensgevaar. Wij rijden dan met gepaste spoed, over het algemeen zonder zwaailicht en sirene, zo snel mogelijk (de wet schrijft voor: binnen 30 minuten) naar de patiënt om eerste hulp te bieden.
- B-ritten: planbare zorg. Patiënten die bedlegerig zijn en/of onderweg verpleegkundige ondersteuning nodig hebben worden vervoerd naar bijvoorbeeld een afspraak in het ziekenhuis.
In een ambulance wordt nooit geopereerd maar wel eerste hulp gegeven. Daarom zijn er veel spullen aanwezig. In de verbandkoffer zitten onder andere snelverbanden en speciaal verband voor brandwonden. De meest te gebruiken medicijnen worden ook altijd meegenomen. Verder is apparatuur aan boord om patiënten extra zuurstof te geven, de bloeddruk te meten en de hartslag in de gaten te houden. Elke ambulance heeft ook een knuffel bij zich. Deze knuffel wordt gegeven als kinderen in de ambulance vervoerd worden.
De zorgambulance houdt zich bezig met het planbare, niet spoedeisende, laag complex ambulancevervoer. De werkzaamheden op de zorgambulance worden met name tijdens daguren uitgevoerd. De nadruk bij de zorgambulance ligt op het comfort voor de patient. Het voertuig is daarop ingericht. Ook de teams die het werk op de zorgambulance uitvoeren zijn daarvoor speciaal opgeleid.
Soms vraagt een ambulanceteam om assistentie van een MMT. In de gewone ambulance kunnen mensen op verschillende manieren vervoerd worden. Als iemand met spoed naar het ziekenhuis moet en de ambulance hard rijdt met sirenes heet dat een ‘A1 vervoer’. Soms moet iemand wel naar het ziekenhuis, maar is de situatie niet levensbedreigend. De ambulance hoeft dan ook niet met een zwaailicht en sirenes te rijden. Tot slot is er nog het ‘B vervoer’. Dat is voor mensen die al ziek zijn en naar het ziekenhuis moeten voor een behandeling of naar een ander ziekenhuis verplaatst moeten worden. Hiervoor wordt dan gewoon een afspraak gemaakt.
Werken op de Ambulance
Op een ambulance werken altijd twee mensen: een chauffeur en verpleegkundige. Zij vormen samen een hecht team. Alle mensen hebben speciale opleidingen gevolgd om in de ambulance te mogen werken.
KIJK MEE MET DE AMBULANCE DIENST! - TOPDOKS HULPDIENSTEN
Hoe is het nou eigenlijk om op de ambulance te werken? Alle mensen die er werken blijven er bijna altijd werken tot aan hun pensioen. Dan mag je toch wel concluderen dat het erg mooi en bijzonder werk is om te doen....
112 Bellen
In heel Europa kun je 112 bellen bij een noodsituatie als je denkt dat je met spoed een ambulance, de politie of de brandweer nodig hebt. Weet je wat er eigenlijk gebeurt als je 112 belt? Je telefoontje komt binnen bij een ‘meldkamer’. Je wordt gevraagd of je met de ambulance, politie of brandweer wilt spreken en in welke plaats.
Ambulance IJsselland
Ambulance IJsselland werkt veel samen met zogenaamde "ketenpartners". Daarmee bedoelen we onder andere de ziekenhuizen, maar ook de politie, de brandweer en de huisartsen. Wij hebben 30 ambulances en werken met meer dan 250 mensen. De meeste mensen werken op de ambulance en sommige mensen op de meldkamer of op kantoor.
