Als je ooit in het Verenigd Koninkrijk bent geweest, heb je wellicht gemerkt dat er veel Opel-modellen rondrijden zonder het Opel-logo. In Groot-Brittannië worden de modellen van de Duitse fabrikant namelijk verkocht als Vauxhall. Maar waarom is dat eigenlijk zo? Dit artikel duikt in de geschiedenis van Vauxhall en Opel om deze vraag te beantwoorden.
De oorsprong van Vauxhall
Vauxhall werd in 1857 opgericht door Alexander Wilson. Het bedrijf begon met het bouwen van scheepsmotoren. Rond de eeuwwisseling besloot de directie over te stappen naar de productie van auto’s. In 1903 kwam het eerste model op de markt: een open vierpersoonswagen met een eencilindermotor.
In 1908 introduceerde Vauxhall de 20 HP, een auto die een betrouwbaarheidsrit van meer dan 3.200 kilometer won. Deze auto was ook de eerste die op het circuit van Brooklands sneller reed dan 160 km/u. Door het succes van de auto’s ging het goed met het bedrijf en in 1925 ging de directie akkoord met een overnamevoorstel van het Amerikaanse General Motors (GM).
De samenwerking tussen Opel en Vauxhall
Opel en Vauxhall hadden tot de jaren zestig weinig met elkaar te maken, behalve dat ze onder de paraplu van dezelfde moedermaatschappij vielen. Na de Tweede Wereldoorlog ging het slecht met Vauxhall. De bouwkwaliteit ging achteruit en stakingen in de jaren zestig en zeventig brachten Vauxhall in een lastige positie. Echter, door de economische opleving in West-Duitsland gingen de zaken voor Opel beter dan ooit. General Motors besloot daarom om Opel-ontwerpen te gebruiken voor de modellen van Vauxhall, om zo de toekomst van het Britse bedrijf veilig te stellen.
Badge-engineering: Een slimme zet van GM
De keuze van GM is een typisch voorbeeld van badge-engineering. Dit is een Engelse term voor het op de markt brengen van hetzelfde product onder verschillende merknamen. Zo introduceerde Vauxhall in 1963 de Vauxhall Viva, een Opel Kadett met een Vauxhall-logo op zijn neus. De auto rolde van de band in een nieuwe fabriek in Ellesmere Port, ten zuidoosten van Liverpool.
Lees ook: Prijs rijexamen
In 1975 volgde de lancering van de Vauxhall Firenza, wat in feite een Opel Manta is. Vanaf dat moment werden de modellen van Vauxhall alleen nog in het Groot-Brittannië en andere Britse Gemenebest-landen verkocht, om concurrentie met Opel te voorkomen.
Bijna iedere Brit met een Vauxhall weet heus wel dat hij in een Opel rijdt, toch is dat geen reden om het Vauxhall-merk op te doeken. Het merk doet het zeer goed in het thuisland, dus waarom zouden ze iets willen veranderen? Zo was de Vauxhall Corsa in 2022 de op één na bestverkochte auto van het land.
De evolutie van Vauxhall Motors - Geschiedenis van Vauxhall
De Vauxhall Viva: Een voorbeeld van badge-engineering
De Vauxhall Viva is een goed voorbeeld van hoe badge-engineering in de praktijk werkte. De eerste Viva (HA, 1963-66) en Kadett (A) hadden dezelfde roots. Hoewel er geen onderdelen uitwisselbaar waren, waren ze beide ontsproten aan hetzelfde ontwikkelingsprogramma van General Motors.
De Viva van de tweede generatie (HB, 1966-70) was totaal anders, een stuk groter en had niets meer met de Kadett van doen. De styling was strakker dan voorheen en wederom vrij Amerikaans georiënteerd. Een slimme vondst was het symmetrische dashboard dat eenvoudig aan is te passen voor links- en rechtsgestuurde markten.
Later zouden de luxe Vauxhall Viva-versies als Magnum door het leven gaan. Er was keus uit viercilinders tussen 1.2 en 2.3 liter inhoud en zelfs een automaat was mogelijk.
Lees ook: Rijbewijs QR-code: wat betekent het?
Het animo nam verder af nadat in 1975 de Vauxhall Chevette (de echte Engelse Kadett) verscheen, al bleef de Viva in productie tot de Vauxhall Astra (Kadett D) hem in 1979 aflost.
Voor de Viva geldt hetzelfde als voor veel andere gebruiksauto’s uit de jaren 70: ze zijn vrijwel allemaal opgebruikt en weggegooid. Gelukkig zijn de prijzen voor die paar overgebleven exemplaren schappelijk: onder de 8 mille kun je een goede Viva sedan vinden. Ook handig voor onderdelen, trouwens.
Prijzen van overgebleven modellen
Wie voorbij de landsgrens kijkt, vindt enkele Viva’s in België, Finland en natuurlijk het Verenigd Koninkrijk. Een Viva Coupé kost 13.000 pond, een Magnum Estate uit ’77 18.000 pond.
Het Opel-logo en de Vauxhall-emblemen
Veel autofans kunnen het Opel-logo blind tekenen. Het is simpel: een cirkel met in het midden een bliksemschicht die op z’n kant ligt. In 1964 werd de bliksemflits - beter bekend als de Blitz - het officiële Opel-embleem. In 2017, toen het Franse PSA de Duitse fabrikant overnam, werd het logo een zwarte bliksemschicht op een witte achtergrond.
In het Verenigd Koningrijk hebben de modellen van Opel geen Blitz-embleem op hun neus. Het zijn niet eens meer Opels. Zodra ze Het Kanaal oversteken heten ze opeens Vauxhall en zit er een Vauxhall-embleem op de motorkap. Maar verder zijn er geen wijzigingen. Een Vauxhall Astra, Corsa, Crossland of Grandland zijn behalve de plaats van het stuurwiel identiek aan de modellen die op het vasteland met een Opel-logo rondrijden.
Lees ook: Toyota en de toekomst van elektrisch rijden
Overname door PSA Peugeot Citroën
In 2017 aasde het Franse autoconcern PSA Peugeot Citroën op de overname van Opel en diens Britse zustermerk Vauxhall. Die overname van de Europese divisie van General Motors zou in de komende weken al rond kunnen komen, aldus de bronnen. Een combinatie van de bedrijven zou zo'n 16 procent van de Europese automarkt in handen krijgen. Daarmee zou Renault, de huidige nummer twee van Europa na Volkswagen, opzij worden gezet.
PSA zou de overname onder meer overwegen om toegang te krijgen tot bepaalde technologie op het gebied van elektrisch rijden. Ook zouden er veel voordelen ontstaan door gezamenlijk onderdelen in te kopen. Voor GM zou de verkoop een redelijk ongeschonden vertrek kunnen betekenen uit Europa, waar de prestaties sinds het Britse brexitreferendum en de val van het pond onder druk staan.
