Henry Ford: Geboorte, Levensloop en Impact op de Auto-industrie

“Ik zal een auto bouwen voor de massa.” Deze uitspraak typeert Henry Ford, een man die met een startsalaris van minder dan 3 dollar per week uitgroeide tot een industrieel met een vermogen van meer dan 600 miljoen dollar. Zijn naam is wereldwijd bekend en verbonden aan de auto-industrie.

Henry Ford in 1919

Vroege Leven en Achtergrond

Henry Ford werd geboren op 30 juli 1863 op een kleine boerderij in Michigan als de zoon van William Ford en Mary Litogot Ford. Zijn geboorteplaats was Springwells Township in Michigan. Zijn vader had gehoopt dat zijn oudste zoon later het familiebedrijf over zou nemen, maar Henry ontwikkelde al op jonge leeftijd een grondige hekel aan het boerenbestaan.

Als vijftienjarige leerling van een smid moet hij rondkomen van nog geen 3 dollar per week. Ford besloot zich toe te leggen op de techniek en trad op vijftienjarige leeftijd in de leer bij een smid in Detroit. Per week verdiende hij 2,50 dollar, een loon dat hij nog wat verder aanvulde met zijn bijverdiensten als reparateur van horloges. Toch kon Ford na verloop van tijd niet meer rondkomen en zag hij zich genoodzaakt terug te keren naar de boerderij van zijn vader.

Die bood hem een flink stuk grond aan, in ruil voor de belofte dat Henry zijn voorliefde voor techniek zou laten varen. In 1879 verliet Ford het huis om te werken als leerling- machinist in Detroit, eerst bij James F. Flower & Bros., en later bij de Detroit Dry Dock Co. In 1882 keerde hij terug naar Dearborn om te werken op de familieboerderij, waar hij handig werd in het bedienen van de verrijdbare stoommachine van Westinghouse. Hij werd later ingehuurd door Westinghouse om hun stoommachines te onderhouden.

Lees ook: Ford Garages: Nederland en Antwerpen

In 1875 had hij al de werking gezien van een Nichols en Shepard wegmotor, een voertuig anders dan door paarden getrokken. In 1885 repareerde Ford een Otto-motor. In 1890 begon Ford aan een tweecilindermotor. Hij wist het toen ... hij wilde auto's maken.

Huwelijk en Gezin

Ford trouwde op 11 april 1888 met Clara Jane Bryant (1866-1950) en ondersteunde zichzelf door te boeren en een zagerij te runnen. Ze kregen één kind, hun zoon Edsel Ford (1893-1943).

Carrière bij Edison en de Quadricycle

In 1891 werd Ford ingenieur bij de Edison Illuminating Company uit Detroit. Na zijn promotie tot hoofdingenieur in 1893 had hij genoeg tijd en geld om aandacht te besteden aan zijn experimenten met benzinemotoren. Terwijl hij carrière maakte als elektrisch technicus bij de Edison Company bleef Ford zich in zijn vrije tijd bezig houden met de bouw van zijn eigen voertuig. Deze experimenten mondde in 1896 uit met de voltooiing van een zelfrijdend voertuig (auto-mobiel), dat hij de Ford Quadricycle noemde.

Het eerste resultaat kwam op 4 juli 1896 met de succesvolle testrit van de Quadricycle, een wagentje van 225 kilo dat voorzien was van een tweetaktmotor. Hij heeft er op 4 juni een proefrit mee gemaakt. Na verschillende testritten heeft Ford gebrainstormd over manieren om de Quadricycle te verbeteren. De auto was gemaakt op vier fietswielen. Vandaar de naam Quadricicle. De motor was een tweecilindermotor. De tweecilindermotor zou 4 pk kunnen produceren. De Quadricycle werd aangedreven door een ketting. De overbrenging had slechts twee versnellingen (eerst tot 16 km per uur, en de 2e tot 32 km/u, maar had geen achteruitversnelling.

De Ford Quadricycle uit 1896

Lees ook: Kuga Problemen en Oplossingen

Ook in 1896 woonde Ford een vergadering bij van Edison-managers, waar hij werd voorgesteld aan Thomas Edison. Edison keurde Ford's auto-experimenten goed. Aangemoedigd door Edison ontwierp en bouwde Ford een tweede voertuig en voltooide het in 1898.

De Eerste Bedrijven

Gesterkt door zijn succes met zijn eerste auto begon Ford in 1899 zijn eerste bedrijf, de Detroit Automobile Company. Op 5 augustus 1899 richtte hij de Detroit Automobile Company op. De gemaakte auto's waren echter van een lagere kwaliteit en een hogere prijs dan Ford wilde. Door de hoge opstartkosten kon hij echter niet concurreren met de goedkopere Oldsmobiles, met als gevolg dat de onderneming al snel weer opgedoekt werd.

Met de hulp van C. Harold Wills ontwierp, bouwde en reed Ford in oktober 1901 een auto met 26 pk (paardenkracht) en kon er met succes mee racen. Ford liet zich echter niet uit het veld slaan en begon twee jaar later de Henry Ford Company. Met dit succes richtten Murphy en andere aandeelhouders van de Detroit Automobile Company op 30 november 1901 de Henry Ford Company op. Met Ford als hoofdingenieur. Ford ging aan de slag met het ontwerpen van een goedkope auto.

Oprichting van de Ford Motor Company

Onder het motto ‘drie maal is scheepsrecht’ deed Ford in 1903 nog een laatste poging om toe te treden tot de automarkt met de oprichting van de Ford Motor Company. Ford & Malcomson werd op 16 juni 1903 opnieuw opgericht als de Ford Motor Company. De eerste auto die hij op de markt bracht was een ‘Model A’, die per exemplaar 750 dollar kostte.

I.M. Henry Ford (1947)

Ford besloot zijn auto’s te promoten door deel te nemen aan racewedstrijden en hij reed op 12 januari 1904 zelfs persoonlijk een nieuw wereldsnelheidsrecord op land door 147 kilometer per uur te rijden met de ‘Ford 999 Racer’. Ford demonstreerde vervolgens een nieuw ontworpen auto op het ijs van Lake St. Clair. Daarmee reed hij een record van 147 km/u. Verder vocht hij met succes het patent op de productie van automotoren aan, aangezien Ford zelf zijn eigen motoren had ontwikkeld.

Lees ook: Verlaten Ford garage

De Introductie van de Model T en de Lopende Band

In de geschiedenisboeken staat de naam van Henry Ford echter vermeld om een van zijn andere grote prestaties: de introductie van de Ford Model T in 1908. Het Model T (T-Ford) verscheen op 1 oktober 1908. Het had het stuur aan de linkerkant, wat elk ander autobedrijf al snel kopieerde. De auto was zeer eenvoudig te besturen en gemakkelijk en goedkoop te repareren.

Aanvankelijk ging deze auto naar de markt voor een prijs van 950 dollar, maar door de innovatiedrang van Henry Ford werd dit bedrag binnen enkele jaren bijna gehalveerd tot 490 dollar. De Amerikaanse autoproducent liet zijn auto’s namelijk bouwen volgens een nieuw concept: de lopende band. In 1913 introduceerde Ford een soort van lopende montage en assemblage band in zijn fabrieken, wat een enorme toename van de productie mogelijk maakte. Op deze manier wist Ford de efficiëntie te verhogen en zijn personeelskosten laag te houden.

Als compensatie voor het eentonige werk deed hij zijn werknemers de belofte van de ‘5 dollar workday’. Voor een achturige werkdag kreeg iedere fabriekswerker gegarandeerd 5 dollar betaald, meer dan het dubbele van het gemiddelde dagloon van 2,34 dollar. Ford bood zijn werknemers een goed loon en ze werden door het bedrijf deels zelf opgeleid. Er bestond zelfs een soort winstdeling naar het personeel.

Dankzij deze belangrijke innovaties groeide de Ford-T uit tot een groot commercieel succes. In 1918 was de helft van alle auto's in de Verenigde Staten een T-model.

Ford assemblagelijn in 1913

De T-Ford die hij produceerde sloeg aan. Deze auto werd in 1908 in massaproductie genomen. Om die massaproductie mogelijk te maken was er echter wel techniek nodig. Henry Ford ontwikkelde daarom de lopende band. Ford zou eerder in een slachterij in Chicago al eens een dikke lijn hebben gezien waarop karkassen vervoerd werden en arbeiders een voor een onderdeel van het karkas afsneden. Ford ontwikkelde dit principe voor de auto.

Hoewel er voor Ford ook al personen waren die gebruik maakten van een iets wat op een lopende band leek, wordt Ford door velen gezien als de uitvinder van het principe. Het chassis van de wagen werd met een touw door de fabriek getrokken en onderweg werden de onderdelen op de auto gemonteerd. Met behulp van de lopende band slaagde Ford erin iedere 93 minuten een nieuwe auto te produceren. Ongekend voor die tijd.

In 1927 rolde de laatste T-Ford van de band. Onbegrijpelijk vonden buitenstaanders het dat Henry Ford op een dag de lonen van zijn arbeiders verdubbelde. Werknemers kregen niet meer $2,34 maar $5 per dag uitbetaald. Ford versterkte op deze manier echter de middenklasse, de markt die hij voor ogen had met zijn T-Ford. Door een trend te zetten wat betreft het verhogen van de lonen, droeg hij er toe bij dat auto’s voor steeds meer mensen uit de middenklasse betaalbaar werden.

De T-Ford werd in 1927 opgevolgd door de A-ford met een 4-cilinder, een veel modernere auto die echter veel minder werd verkocht.

Hieronder een tabel die de verandering in prijs en productie van de Model T illustreert:

Jaar Prijs Model T Productieaantal
1908 $950 N.v.t.
1909 N.v.t. 10.660
1923 N.v.t. 2.000.000
1927 $290 N.v.t.

Controverses

Toch was de uiterst succesvolle ondernemer Ford niet geheel onomstreden. Zo veroorzaakte hij in de jaren ’30 veel ophef met zijn felle bestrijding van de vakbonden en stond hij bovendien bekend als een fel antisemiet. Ondanks zijn sociale insteek kreeg Ford problemen met de vakbonden. Op 7 maart 1932, tijdens de Grote Depressie, ontstond er een soort stakingsmars om 14 eisen aan Henry Ford voor te leggen. De Ford Motor Company was de laatste autofabrikant in Detroit die de UAW vakbond erkende.

Vanaf de jaren ’20 financierde Ford zelfs persoonlijk ‘The Dearborn Independent, een obscuur krantje waarvan de anti-Joodse columns uiteindelijk werden gebundeld tot het boekwerk ‘The International Jew: The World’s Problem’. Henry Ford had het niet erg op joden. Vanaf 1919 gaf hij de krant The Dearborn Indepent uit waarin hij zelf ook schreef. Antisemitische stukken die onder meer moesten bewijzen dat de joden uit waren op totale wereldoverheersing. In het boek The International Jew, the World’s Foremost Problem bundelde hij zijn antisemitische columns.

In de plaatselijke krant, de Dearborn Independent, verschenen in de jaren 1920 anti-joodse teksten van Ford die zelfs nazi-Duitsland bereikten en daar goed werden ontvangen. Hoewel deze artikelen pogroms en geweld tegen joden veroordeelden, gaven ze de joden zelf de schuld dat ze hen hadden uitgelokt. Volgens sommige getuigenverklaringen is geen van dit werk door Ford geschreven, maar hij stond toe dat zijn naam als schrijver werd gebruikt. Een rechtszaak wegens smaad werd aangespannen door de advocaat van San Francisco en de Joodse organisator van de landbouwcoöperatie, Aaron Sapiro. In 1927 verontschuldigde Ford zich en sloot de krant.

Ford verzette zich tegen oorlog, die hij als een vreselijke verspilling van mensen en spullen beschouwde. In 1915 gaf Ford "Duits-Joodse bankiers" de schuld voor het aanzetten tot de Eerste Wereldoorlog. De Britse fabrieken van Ford produceerden Fordson - tractoren om de Britse voedselvoorziening te vergroten, evenals vrachtwagens en gevechtsvliegtuigmotoren. Toen de VS in 1917 aan de oorlog deelnamen, zweeg Ford over buitenlands beleid. Opnieuw liet hij een dubbele moraal zien. Ford bleef zaken doen met nazi-Duitsland, inclusief de productie van oorlogsmaterieel.

Latere Leven en Overlijden

Henry Ford droeg het presidentschap van Ford Motor Company in december 1918 over aan zijn zoon Edsel Ford. Ford bleef op de achtergrond aanwezig met veel invloed. Edsel wilde gaan vernieuwen, maar Henry was terughoudend. Door de toenemende concurrentie van onder andere Dodge en Buick, kwamen ze met een nieuw model: Model A, dat in 1927 werd gelanceerd. Er werden er tot 1931 meer dan vier miljoen van gebouwd.

Zijn zoon Edsel overleed in 1943 op 49 jarige leeftijd aan kanker. Zelf kreeg Henry verschillende beroertes in die tijd. Het bedrijf werd bestuurd door een handvol senior executives onder leiding van Charles Sorensen. Henry Ford maakte (mede door zijn zwakkere gezondheid) steeds meer foute beslissingen, ten nadele van het bedrijf.

Zijn laatste en tevens noodlottige hersenbloeding vond plaats in 1947 op 83-jarige leeftijd in Dearborn in Michican. De Amerikaanse uitvinder Henry Ford zorgde er voor dat de auto niet alleen beschikbaar was voor de elite, maar ook voor de massa.

Het Henry Ford Museum

Populaire artikelen:

Plaats een reactie