Historische Militaire Voertuigen in Nederland: Een Reis Door de Tijd

Overtollig defensiematerieel, dat geen toekomst meer heeft binnen de krijgsmacht, wordt al jarenlang verkocht aan handelaren en particulieren. Met de toenemende investeringen in nieuwe uitrusting en de verplaatsing van Kamp Nieuw-Milligen voor de komst van de mariniers, worden steeds vaker goederen en voertuigen te koop aangeboden. Vier- en tientonners, waterwagens, shelters, aanhangwagens, DAF's en andere voertuigen uit de jaren tachtig worden afgestoten omdat ze niet meer geschikt zijn voor de openbare weg.

Daarom werden er deze week 111 items geveild door Domeinen Roerende Zaken (DRZ). Erik Korevaar werkt bij Domeinen Roerende Zaken die de verkopen voor Defensie verzorgt. “Het materieel stond daar soms al jaren stil. Ongebruikt. De technische staat wordt daar niet beter van.

DAF YA 4442 DA

Veilingen van Defensiematerieel

Er werd deze week op Kamp Nieuw-Milligen een kijkdag voor 111 oude legervoertuigen gehouden. Kopers konden tot en met gisteren bieden. Het zijn veelal handelaren en dumpshopeigenaren die op zo’n verkoop afkomen, maar af en toe wordt er ook een particulier gespot. Zoals liefhebbers Roef en Haris. Vader en zoon neuzen bij een Mercedes G-klasse, al moet je goed kijken om die er nog uit te destilleren. Een leek zou zeggen dat-ie niets meer waard is, maar vader en zoon zien dat anders. “Wij zouden hem graag opknappen.

Vader Roef en zoon Haris zouden graag deze oude Mercedes G-klasse opknappen. In welke technische staat al de voertuigen in Uddel verkeren, en of ze überhaupt nog rijden, is de grote vraag. In veel gevallen ontbreken tal van onderdelen zoals een kilometerteller, uitlaat of deur. De sleutels zijn universeel, waardoor ze er niet worden bijgeleverd. De voertuigen hebben ook geen Nederlands kenteken, alleen een registratienummer. Een kijkdag wordt uiteraard georganiseerd om potentiële kijkers de kans te geven eens goed te kijken naar wat ze nu precies in huis zouden halen. De voertuigen mogen niet worden gestart. Zaken waar de meeste handelaren zich overigens geen zorgen om maken.

Oude legervoertuigen gepoetst voor Bevrijdingstocht door Westland

“Ach, we knappen het op en verkopen het door daar waar het asfalt ophoudt”, verklaart John Wichhart uit Nieuwediep zijn exporthandel. “Negentig procent gaat naar het buitenland, met name Afrika. Soms verkopen we ook aan particulieren. Die gaan er dan bijvoorbeeld mee op reis. De handelaren John Wichhart en Dick van Dam komen elkaar al veertig jaar tegen op defensieveilingen. John en z’n concullega Dick van Dam staan aandachtig bij een oude tientonner te kijken. De twee komen elkaar al veertig jaar tegen op defensieveilingen. “Het is jammer dat je tegenwoordig alles per stuk moet kopen. Mijn vader begon vijftig jaar geleden in dit vak en kocht dan achthonderd defensievoertuigen in één keer op”, maakt Dick duidelijk.

Lees ook: Historische Automobiel Vereniging Nederland

Omdat dit in Nederland niet snel meer gebeurt, gaan hij en John liever naar buitenlandse veilingen. “Vooral die in Zweden", voegt hij toe. In welke technische staat al de voertuigen in Uddel verkeren, en of ze überhaupt nog rijden, is de grote vraag. DRZ veilt niet alleen voertuigen namens Defensie. Alles wat de krijgsmacht ‘over’ heeft gaat onder de hamer. “Al het grote spul, zoals voer-, vlieg-, en vaartuigen verkopen we zelf.

Zo werd deze week bijna vijftienduizend euro geboden op 46 palletboxen met ruim vijfduizend kilo kleding. Oude defensievoertuigen hebben geen kenteken, maar een registratienummer. Daar mag je alleen de openbare weg niet mee op. De veilingen regelt DRZ overigens niet alleen voor Defensie, maar voor het gehele Rijk. Van bureaustoelen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst tot zoutstrooiers en vaartuigen van Rijkswaterstaat. En dan praten we niet alleen over goederen die ‘over’ zijn. Het kan ook gaan om door de politie, marechaussee, FIOD of bijvoorbeeld douane in beslaggenomen goederen. Men kon tot afgelopen dinsdag bieden op een grote partij kleding.

Om hoeveel goederen het gaat, is logischerwijs afhankelijk van het aanbod. In geval van Defensie is het wel veel meer dan normaal. Dat heeft er alles mee te maken dat er momenteel volop wordt geïnvesteerd in nieuwe uitrusting en materieel. “Maandelijks komen er echt vele tienduizenden kilo’s oude kleding en dergelijke binnen. Nadat de Biga-groep in Zeist logo’s en andere typische kenmerken heeft verwijderd, wordt alles verkocht. Van gevechtslaarzen tot rugzakken.

Per ministerie bepalen daartoe aangewezen afdelingen of iets mag worden afgestoten of niet. Dan bepaalt DRZ of iets moet worden vernietigd, verkocht of doorgestoten. “Je kunt het aan partnerlanden of particulieren en bedrijven in binnen- en buitenland verkopen. Of zaken schenken, zoals in geval van Oekraïne. Het wordt vernietigd of je stoot het af naar andere Rijksdiensten. Binnenlandse Zaken had bijvoorbeeld een partij bureaustoelen over, vanwege de verbouwing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Handelaar Otto uit Giessen heeft z’n oog laten vallen op de partij shelters. Dit chassis van Mercedes Benz ging deze week 'de deur uit' voor 3.199 euro. De Mercedes Benz, waar vader en zoon in geïnteresseerd waren, is weggegaan voor 5.260 euro. Of zij ook de gelukkige kopers zijn, is niet bekend. Maar wat kost dat nou? “De prijzen van te veilen Rijksgoederen of inbeslaggenomen waar variëren van een paar tientjes voor een in beslaggenomen elektrische tandenborstel tot vele honderdduizenden euro’s voor een oud patrouilleschip”, legt Korevaar uit.

Lees ook: Europese defensie versterkt door VDL Militaire Voertuigen

En zo’n tientonner die niet meer rijdt en ouder is dan de schrijfster van dit artikel? Eén van de kijkdagbezoekers in Uddel voorspelt vijftienduizend euro per stuk. Uiteindelijk blijkt-ie 'gegund' voor 24.225 euro.

De Aan- en Afvoertroepen (AAT)

Om alle goederen van een depot of voorraadcentrum naar de troepen in het veld te krijgen, was vervoer nodig. De vervoerstaak (en de coördinatie van dat vervoer) lag bij de Aan- en Afvoertroepen. Hun taak kwam er op neer om zowel goederen als personeel over zee, over de weg, per spoor, door de lucht of per binnenschip te vervoeren.

De geschiedenis van het stamregiment Aan- en Afvoertroepen begint met de oprichting in 1913 van het Vrijwillig Militair Automobiel Korps (VMAK) en het Vrijwillig Militair Motor Korps (VMMK). Deze korpsen hadden echter nog geen echte logistieke taak, maar dienden meer voor de commandovoering en ordonnansdiensten. Van deze korpsen konden alleen mannen lid worden die aangesloten waren bij de Koninklijke Nederlandse Automobiel Club (KNAC). Tevens moesten zij hun eigen auto of motor ter beschikking stellen.

Het VMAK en VMMK dienden er voor, mocht aan Nederland de oorlog verklaard worden, te voorzien in het vervoeren van personeel. Door de technologische ontwikkelingen, de toegenomen internationale spanningen en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, bleek dat er voor de mobilisatie grote behoefte was aan grootschalige vervoerscapaciteit. Hiertoe werd het Etappe-Verplegings-Autobataljon opgericht. Dit bataljon bestond uit zo’n driehonderd gevorderde auto’s die waren omgebouwd tot zogenaamde bakauto’s. Daarmee konden vanuit diverse treinstations de divisies bevoorraad worden.

Via de naamwisseling van ‘Depotafdeling van den Autotreindienst’ (1915), ‘Depotafdeling van den Motordienst’ (1916) en de Schoolcompagnie van den Motordienst’ (1921) werd op 1 januari 1936 het ‘Korps Motordienst’ opgericht. De oprichting van de ‘Depotafdeling voor den Autotreindienst’ op 12 juli 1915 wordt gezien als het moment waarop de traditie van het Regiment Aan- en Afvoertroepen begint.

Lees ook: Types en ontwikkelingen militaire voertuigen België

Ondertussen had de Motordienst van 19 december 1934 tot 16 februari 1935 met een detachement van dertien wagens de Nederlandse mariniers in het Saarland ondersteund. De mariniers waren daar om toe te zien op het rechtmatig verlopen van de volksstemming over de hereniging van het Saarland met Duitsland. Met de (voor-)mobilisatie in 1939 voor de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) werd de naam ‘Korps Motordienst’ omgevormd in het ‘Depot van den Motordienst’.

Tijdens de mobilisatie en de eerste meidagen van 1940 waren vier van de zes Autobataljons van de Motordienst ingedeeld bij de vier Nederlandse legerkorpsen. Zij vervoerden voor de legerkorpsen water, voedsel, munitie en andere goederen. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog hielpen Nederlandse compagnieën, onder de naam van het ‘Korps Motortransport Nederland’ (MTN), de geallieerden met de aanvoer van grote hoeveelheden goederen en munitie.

Het Korps Motordienst werd in 1946 formeel opgeheven, ondertussen werd het in 1944 opgerichte Korps Motortransport Nederland gewijzigd in het Korps Aan- en Afvoertroepen. Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 ontstond een politiek en militair conflict in Nederlands-Indië. Het verlies van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) van Japan in 1942 had de koloniale verhoudingen veranderd. Een gedeelte van de oorspronkelijke bevolking van Nederlands-Indië riep namelijk de onafhankelijkheid van Indonesië uit. De Nederlandse regering wilde hier echter niet aan meewerken en stuurde een steeds grotere troepenmacht om de orde te herstellen.

Ter ondersteuning van deze troepen werden ook 30 AAT-compagnieën uitgezonden, voor iedere brigade was een bijna 300 man sterke AAT-compagnie met circa 70 werkwagens beschikbaar. Deze compagnieën ondersteunden van 1945 tot 1950 in totaal meer dan 100.000 mannen en vrouwen. Vanaf 1913 tot en met de Tweede Wereldoorlog bestonden de (vracht)auto’s en motoren van de Motordienst voor het grootste gedeelte uit gevorderde, civiele transportmiddelen.

Met de vorming van een nieuw leger na de Tweede Wereldoorlog nam de AAT vele geallieerde voertuigen over. Het nieuwe Nederlandse leger kon rekenen op grote steun van de Amerikanen, dit alles ook in het kader van het Mutual Defense Assistance Program (MDAP-hulp). Door de professionalisering van de logistiek kwamen ook steeds meer voertuigen in gebruik die speciaal voor hun logistieke-militaire taak waren gemaakt. Hierbij valt te denken aan de vele DAF’s die speciaal voor de landmacht gebouwd werden, maar ook aan de vanaf 2000 ingevoerde speciale zogenaamde wissellaadsystemen, flatracks en containers.

Hierdoor konden, op basis van het onafhankelijk lastdragerconcept (OLC), verschillende soorten goederen samen vervoerd worden en hadden de afzonderlijke containers en flatracks dezelfde bevestigingspunten, waardoor elke vrachtauto ze mee kon nemen. Wat echter nog belangrijker was, was dat lading en voertuig structureel waren ontkoppeld. Een voertuig kon zijn lastdrager afzetten en kon alternatief worden aangewend, zelfs voor een volledig andere goederenklasse.

De trend is dat militaire voertuigen (met uitzondering van wapensystemen e.d.) steeds meer gebaseerd zijn op civiele ontwerpen. Het containerconcept is bijvoorbeeld geheel overgenomen uit de civiele vervoerswereld. Op 18 november 1975 werd door Prins Bernhard, namens Koningin Juliana een vaandel van de AAT uitgereikt. Dit was een bijzondere gebeurtenis, omdat het nog nooit voorgekomen was dat een logistieke eenheid een vaandel werd toegewezen. Bovendien kreeg het regiment op 20 april 1979 een vaandelopschrift toegekend.

De Rol van Vrouwen in het Leger

In april 1944 treden de eerste Nederlandse vrouwen aan bij de Landmacht. Ze maken deel uit van het gemilitariseerde Vrouwen Hulpkorps (VHK) en trekken met het bevrijdingsleger mee om de noodlijdende Nederlandse bevolking te helpen. In hetzelfde jaar worden ook het Vrouwenkorps van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger en de Marine Vrouwenafdeling opgericht.

Het VHK gaat in 1951 over op de in dat jaar opgerichte Militaire Vrouwenafdeling van de Landmacht, de MILVA. Als een jaar later ook de Luchtmacht volgt met de Luchtmacht Vrouwenafdeling (LUVA) is de inbedding van vrouwen bij de krijgsmacht in feit. Het duurt nog tot 1978 voordat de eerste vrouwen worden toegelaten tot de officiersopleiding. Een jaar later wordt de eerste vrouw uitgezonden naar Libanon. De aparte vrouwenafdelingen worden opgeheven en daarmee is de integratie van vrouwen binnen de krijgsmacht een feit.

Vrouwelijke militairen besturen een rupsvoertuig

De Koude Oorlog en Modernisering

De decennia na de Tweede Wereldoorlog staan in het teken van nieuwe wereldomspannende tegenstellingen, tussen de westerse landen, verenigd in de NAVO (1949), en de communistische landen, verenigd in het Warschaupact (1955). Deze Koude Oorlog leidt tot een wapenwedloop tussen oost en west. Het zorgt meermalen voor gevaarlijke crises in de internationale politiek.

Door de Koude Oorlog nemen vanaf de jaren zeventig technische vernieuwingen een hoge vlucht binnen het militaire bedrijf; eerst de toepassing van sonar, radar en straalmotor, vervolgens de introductie van wapensystemen met tactische kernwapens en langeafstandsraketten. Modernisering, mechanisering en motorisering zijn nodig in de krijgsmacht. Niet alleen om aan de eisen van de NAVO te volden, maar ook om mee te kunnen in de wapenwedloop met de Warschaupactlanden. Uiteindelijk zorgt dit in de loop van de jaren tachtig voor een succesvol gemoderniseerde krijgsmacht. In de tweede helft van dat decennium veranderen de internationale politieke verhoudingen drastisch.

Nationaal Militair Museum (NMM)

Om het verhaal van de krijgsmacht te vertellen zijn de belangrijkste objecten uit onze collectie in het museum te zien. Daarnaast beschikt het Nationaal Militair Museum over een groot depot. Daar staat nog meer van onze collectie opgeslagen: groot materieel, maar ook kilometers aan boeken, schilderijen, prenten en foto’s, kleding en vuurwapens. In het depot wordt de collectie beheerd en geconserveerd. Het NMM is onderdeel van het netwerk van de Canon van Nederland. In dit netwerk werken musea en erfgoedinstellingen samen om de Nederlandse geschiedenis voor het voetlicht te brengen.

Ontdek wat de Koninklijke Marechaussee allemaal doet: van grensbewaking tot het beschermen van mensen in nood. Ons museum is een bijzondere ervaring rijker. Met de gratis app ‘Wintor’ ga je op ontdekkingsreis in het Arsenaal. Leer meer over onze collectie met de nieuwe AR-tour. Ontdek hoe de PRTL in elkaar zit, leer hoe een pantserhouwitser vuurt en hoor een F-16-vlieger zélf vertellen over de F-16.

In ons depot bevindt zich het Kennis- en Informatiecentrum met studiezaal. Wil je iets schenken aan het museum?

NNLV: Vereniging voor Liefhebbers van Oude Militaire Voertuigen

Als vereniging houdt de NNLV zich bezig met oude militaire voertuigen. Onze leden zijn allemaal enthousiaste deelnemers aan de “groene hobby” en zijn geen fanatieke militairen. De gezamenlijke interesse voor de voertuigen en het gebruiken daarvan staan centraal. Alle voertuigen zijn particulier bezit en worden door de leden veelal zelf gerestaureerd en onderhouden.

Hoewel de originaliteit voor bepaalde activiteiten soms van belang is, worden er bij de eerste aanmelding bij de NNLV geen eisen gesteld aan de herkomst, leeftijd, de originaliteit en aan het merk van de voertuigen. Wel dienen de voertuigen zoveel mogelijk in gepaste militaire uitvoering te zijn.

Rekwisieten Commissie Koninklijke Landmacht (RCKL)

De Rekwisieten Commissie Koninklijke Landmacht (RCKL) is belast met de registratie, het beheer, onderhoud en de instandhouding van het tijdsbepalende historisch materieel van de Koninklijke Landmacht. De Rekwisieten Commissie Koninklijke Landmacht (RCKL) houdt van vrijwel alle tijdsbepalende wapens, voertuigen en tal van ander materieel exemplaren in stand die de landmacht sinds de Tweede Wereldoorlog heeft gebruikt. Iedereen met een beetje gevoel voor historie heeft weleens een deel van de collectie van de RCKL gezien. Of het nou tijdens een bezoek aan Veteranendag of een open dag van de landmacht is, of bij een film als ‘Zwartboek’ of ‘De Slag om de Schelde’.

De collectie komt nu extra goed van pas. Bij het gereed maken van afgeschreven voertuigen die aan Oekraïne zijn overgedragen, heeft de Directie Projecten van COMMIT mede beroep gedaan op de kennis van vrijwilligers van de RCKL, die veel met deze wapensystemen werken. Die kennis wordt nog steeds gedeeld, maar nu bij het onderhoud. Een rij pantservoertuigen op de Bernhardkazerne in Amersfoort is hier een goed voorbeeld van.

Het vervoer van deze pantservoertuigen binnen Nederland heeft het RCKL in eigen beheer. Een van de opleggers die hiervoor wordt gebruikt, is net klaar na een zestien weken durende opknapbeurt. Dat gebeurde bij Nooteboom Trailers in Wijchen. Op de Bernhardkazerne komt het opgeknapte gevaarte voor het eerst in actie. De nieuwe trekker-oplegger-combinatie van de RCKL met Centuriontank.

Santes heeft het over ‘ettelijke systemen’ die richting het Oost-Europese land zijn gegaan. “Er is een zekere berusting bij de vrijwilligers”, zegt Santes. “We hebben alles natuurlijk niet opgeslagen met het idee dat het ooit weer een oorlog in zou gaan. Maar ik merk aan iedereen dat ze erachter staan, dat we dit doen. Onze vrijwilligers zijn wat dat betreft enorm loyaal.

Er is soms geopperd om de collectie van de RCKL in een museum tentoon te stellen. Dat gaat echter niet gebeuren. “Een bewuste keuze”, merkt Santes op. “Daar hebben we het Nationaal Militair Museum in Soesterberg namelijk voor.

In dat kader is de RCKL op zoek naar vrijwilligers in de vorm van auto-/vrachtwagenmonteurs, lassers, houtbewerkers, plaatwerkers en/of mensen met een overige technische, ICT- en/of elektrotechnische achtergrond. Heb je naast deze technische bekwaamheden ook affiniteit en beleving met historisch materieel in het juiste perspectief? En beschik je daarnaast over een groot rijbewijs en/of een militair rijbewijs in de F-categorie (rupsvoertuigen) dan is dat een pre. De werkzaamheden worden voornamelijk uitgevoerd op een tweetal militaire locaties in het midden van het land en in de Randstad.

Nederlandse Fabrikanten: DAF, Fokker en Spyker

Voertuigen van Nederlandse makelij beginnen de laatste jaren steeds schaarser te worden, maar in het verleden hebben grote namen als Fokker, DAF en Spyker indrukwekkende vervoersmiddelen gebouwd.

DAF A10 in het DAF Museum

Fokker

De naam Fokker moet bij veel Nederlanders een belletje doen rinkelen. Fokker werd in 1912 opgericht in Duitsland door Anthony Fokker (1890-1939), maar vestigde zich al in 1919 in Nederland. De bloeiperiode van de vliegtuigbouwer was in de jaren twintig en dertig, toen het bedrijf een groot aandeel had in de particuliere luchtvaart. Met vestigingen in Amsterdam-Noord en Veere en op drie locaties in de Verenigde Staten was Fokker wereldwijd bekend. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veel Nederlandse vliegtuigen in beslag genomen door de Duitsers en daalde het merk in populariteit. Dit zou duren tot 1958: de introductie van de Fokker F-27, de Fokker “Friendship”.Dit model werd 793 keer verkocht en is daarmee het meest verkochte Europese turboprop-passagiersvliegtuig ooit.

DAF

In 1932 begon Hubert van Doorne samen met zijn broer Wim,Van Doorne’s Aanhangwagen Fabriek (afgekort DAF). Het bedrijf begon oorspronkelijk met het ontwikkelen van aanhangwagens en later, in de Tweede Wereldoorlog, begon ook de productie van militaire voertuigen. In 1949 werden de eerste vrachtwagens geproduceerd, met name het Nederlandse leger was een belangrijke afnemer. Een van de eerste bestelwagens was de DAF A10. Voor zover bekend zijn hierslechts drie exemplaren van bewaard gebleven. Van deze drie is één model voor het publiek toegankelijk: een politie-uitvoering van de gemeentepolitie Eindhoven, te bekijken in het DAF Museum. Ook de DAF 2600 viel in de smaak. Deze vrachtwagen uit 1962 was speciaal ontworpen voor het internationale transport.

Spyker

Spijker werd in 1880 opgericht door Hendrik-Jan en Jacobus Spijker. De broers blonken uit in het bouwen van koetsen en verkregen hiermee nationale bekendheid. In 1898 kregen de gebroeders Spijker toestemming om auto’s te produceren voor Benz, onder de naam Spijker-Benz. In 1903 werd de naam veranderd in Spyker, omdat dit beter zou passen bij de internationale markt. Aan het begin van de twintigste eeuw deden de auto’s van Spyker mee aan tientallen internationale wedstrijden en werden diverse records gevestigd. Zo vestigde een Spyker C4 (doopnaam Tenax) een wereldrecord door in 36 dagen een afstand af te leggen van 30.000 kilometer (heen en terug op hetzelfde traject). Hiernaast won een andere Spyker C4 in maart 1922 de heuvelklim van Mont La Turbie.

De subsidie van minister Bussemaker draagt bij aan het behoud van het mobiel erfgoed in Nederland. Het Mobiel Erfgoed Centrum helpt bij deze belangrijke taak. Het MCN helpt erfgoedeigenaren en -organisaties bij het restaureren en onderhouden van mobiel erfgoed. Historische schepen, vliegtuigen, treinen en auto’s blijven op deze manier behouden en kunnen direct in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed opgenomen worden.

Populaire artikelen:

Tags

Plaats een reactie