Bij Lotus stroomt het benzine door het bloed. Althans, merkoprichter Colin Chapman was een grote autoliefhebber en had een flinke scheut benzine in zijn bloed. Het resulteerde in 1948 in de realisatie van de eerste auto van Chapman. Zijn visie om snelheid te realiseren met zo weinig mogelijk gewicht, werd werkelijkheid.
Lotus Elise S1 (1996)
De Geschiedenis van Lotus
In 1949 verscheen de Mark I op het toneel, bedoeld voor wedstrijden. De auto van Chapman viel in de smaak en al snel kwamen er bestellingen binnen. In 1952 werd Lotus opgericht als volwaardig autofabrikant, allereerst onder de naam Lotus Engineering. In 1955 werd dat Lotus Cars.
De visie van Chapman resulteerde uiteindelijk in een auto die tegenwoordig nog steeds geproduceerd wordt: de Lotus Seven. Dat is een lichtgewicht tweezitter met de motor voorin en achterwielaandrijving. De auto verscheen in 1957. Caterham nam uiteindelijk de rechten van de Seven over in 1972 en bouwt de auto in gemoderniseerde vorm nog steeds.
Lotus had onder leiding van Colin Chapman een sterke focus op autosport. Zodoende was Lotus ook een succesvol Formule 1-team. Maar ook straatauto’s hadden een bijzonder sportieve inborst. Denk maar terug aan de Lotus Elite of Elan, twee voorbeelden van lichtgewicht sportwagens.
Lees ook: Groene innovatie in de Lotus Eletre R
Lotus bleef groeien en kwam met auto’s als de Cortina, Esprit en Eclat. De specialiteiten van Lotus op het gebied van onderstellen, sportieve aandrijflijnen en lichtgewicht constructies vielen ook bij andere automerken in de smaak.
En toch had Lotus het financieel soms ook lastig. In 1983 was Lotus zelfs bijna failliet. Gelukkig werd het merk gered door David Wickins, de oprichter van British Car Auctions. Lotus wisselde daarna geregeld van eigenaar. Van General Motors tot Romano Artioli, destijds ook de eigenaar van Bugatti Automobili. Onder leiding van Artioli deed Lotus een meesterzet: de Lotus Elise. Die auto is vernoemd naar Elisa Artioli, de kleindochter van Romano.
Een meerderheid van Lotus werd in 1996 weer verkocht aan Proton, een autoconcern uit Maleisië. Het grotere succes van Lotus kwam door de Elise, Exige en Evora. De toekomst van Lotus is dankzij de overname van de Chinese multinational Geely zo goed als veiligheidgesteld. Geely had in eerste instantie een meerderheidsbelang van 51 procent in Lotus. Geely is ook de eigenaar van Volvo, Polestar, Zeekr en Lynk&Co.
Onder leiding van Geely legt Lotus zich volledig toe op het ontwikkelen van louter volledig elektrische modellen. De Lotus Emira is de allerlaatste sportauto van Lotus met benzinemotor. Vanaf 2028 worden er alleen maar elektrische auto’s geproduceerd. De productie-aantallen van Lotus moeten door die focus op elektrische modellen sterk toenemen. Lotus zal zich vooral richten op grotere modellen, zoals sportieve crossover als de Eletre en limousines.
Modellen en Varianten
Klassieke modellen van Lotus zijn minder bekend bij het grote publiek. Vooral de Elan, Elise, Exige en Evora hebben de harten van duizenden liefhebbers over de hele wereld veroverd. Hetzelfde geldt voor de specials van Lotus, zoals de 340R, 2-Eleven en 3-Eleven.
Lees ook: Eletre SUV Revolutie
Lotus Eletre Review | Exterieur, Interieur & Prestaties | Hedin Automotive
Ook als occasion is een Lotus Elise of Lotus Exige nog erg gewild. De huidige line-up van Lotus is vrij overzichtelijk.
De Lotus Eletre
De Lotus Eletre combineert sportieve prestaties met dagelijks comfort in een futuristisch SUV-design. Kies uit de Eletre 600 met 612 pk en tot 600 km actieradius, of ga voor de Eletre R (900) met maar liefst 918 pk en een acceleratie van 0-100 km/u in 2,95 seconden.
Lotus Eletre
Het design van de Lotus Eletre is tot in het kleinste detail ontworpen voor een betere wegligging en een zo groot mogelijke actieradius. Zo leiden de ventilatieopeningen en -kanalen aan de voor- en zijkant de lucht over en door de carrosserie. De honingraatvormige grille-shutters aan de voorkant worden automatisch geopend om de motor te koelen of gesloten om de actieradius te vergroten. Aan de achterkant van de Eletre vind je twee gebogen lamellen voor een vloeiende luchtstroom over de auto richting de achterspoiler.
De Lotus Eletre is ontwikkeld voor de beste elektrische prestaties. Hij heeft een actieradius van 600 km (WLTP) en de twee elektromotoren genereren tot maar liefst 918 pk en leveren een hoog koppel naar alle vier de wielen. Dit zorgt voor een ongeëvenaarde acceleratie en controle onder alle omstandigheden. Je schiet in slechts 2,95 seconden van 0 naar 100 en de topsnelheid van de Lotus Eletre ligt op 265 km/uur. Dankzij de toonaangevende en efficiënte EV-architectuur van de Lotus Eletre kan hij in slechts 20 minuten een actieradius van 400 km bijgeladen. Dat is sensationeel. Uniek!
Lees ook: Overzicht Lotus Automodellen
Het interieur van de Lotus Eletre is ontworpen voor zowel comfort als prestaties. Je hebt de keuze uit Comfort en Executive stoelen die beide optimaal zitcomfort en ondersteuning bieden, zelfs tijdens lange ritten. De Comfort stoelen zijn voorzien van drie achterzitplaatsen, terwijl de Executive stoelen een sportiever karakter hebben zonder in te leveren op comfort. Daarnaast beschikt de Eletre over een KEF audiosysteem, dat garant staat voor een rijke en gedetailleerde geluidservaring.
Voorkom het rondslingeren van je laadkabel en berg hem op in de frunk van de Lotus Eletre. De Lotus Eletre is uniek in zijn trekvermogen.
De Lotus Elise
De Lotus Elise bestaat grotendeels uit een motor en een chassis. Volgens de filosofie van de Britse fabrikant is er niets meer nodig om onder alle wegomstandigheden plezier te hebben achter het stuur. De motor is daarom een belangrijk element van deze buitengewone auto. Bovenal speelt het lage gewicht een grote rol in de Lotus Elise. Ook stond bij de ontwikkeling van de Lotus Elise de gewichtsverdeling hoog in het vaandel.
De Lotus Elise werd in drie series geproduceerd.
Motorisatie
De standaardversie van de Lotus Elise Series 1 leverde 88 kW (120 pk) dankzij een 1,8-liter lichtgewicht motor uit de rekken van MG Rover. In 1999 bracht Lotus de Elise 111S uit met een nieuwe Rover-motor van 114 kW (156 pk). Dit hogere vermogen werd bereikt dankzij de toepassing van variabele kleptiming. De 111S was echter nog niet de krachtigste Elise S1. In 2001 loste de Elise S2 de Elise S1 af.
De Elise S2 maakte gebruik van hetzelfde chassis als de Elise S1, maar was wel compleet nieuw ontworpen. In eerste instantie maakte Lotus voor de Elise S2 gebruik van het zelfde Rover K-series blok als in de Elise S1, maar omdat Rover in 2004 failliet ging moest Lotus alsnog opzoek naar een andere motorenleverancier. Dat werd uiteindelijk Toyota, dat met de 2ZZ-GE een betrouwbare 1,8-liter viercilinder kon leveren voor Lotus. Deze motor leverde zelfs als basisversie veel meer vermogen dan de Rover-motor: 141 kW (192 pk).
Uiteindelijk kon het vermogen van het Toyota-blok dankzij de toevoeging van een supercharger nog verder opgeschroefd worden. Het vermogen steeg uiteindelijk zelfs tot 183 kW (248 pk) voor de Elise Cup 250 Final Edition. Dat was dan ook meteen de zwanenzang van de Lotus Elise S3, de derde generatie van de sportwagen. In 2021 stopte Lotus na 25 jaar met de productie van de Elise.
Afmetingen
De Elise S3 is slechts negen centimeter langer dan de Elise S1. Daar staat tegenover dat de voertuighoogte met acht centimeter is verlaagd. Lotus bleef daarmee trouw aan zijn filosofie om zo compact mogelijke auto's te produceren. Opvallend is dat het leeggewicht van de Lotus Elise S3 ruim onder de grens van 1.000 kilogram is gebleven.
Dat heeft uiteraard ook consequenties. Het maximale laadvermogen van de Elise S3 was slechts 167 kg. Dit betekent dat er slechts twee volwassenen met een gemiddeld gewicht in de auto kunnen zitten. Het volume van de bagageruimte is in de loop der generaties steeds verder teruggebracht tot 112 liter in de Elise S3. Dit is net genoeg voor een rugzak met wat eten en schone kleren. De motor geeft ook veel warmte af, wat een aanzienlijk effect heeft op de temperatuur van de bagageruimte.
Varianten
Lotus produceerde in de 25-jarige levensloop van de Elise talloze varianten, waarbij het merk een waaier aan gelimiteerde versies niet schuwde. Het belangrijkste onderscheid om te maken, is dat tussen de basisversie, de 111S en later de 111R. Later veranderde dat naar Elise, Elise R en Elise SC, waarbij ‘SC’ uiteraard stond voor ‘supercharged’.
Van de Elise S3 produceerde Lotus de meeste speciale versies. Denk bijvoorbeeld aan de Cup 220, een op het circuit gerichte variant, of de meest krachtige Elise ooit gebouwd: de 186 kW (253 pk) sterke Cup 260. De lichtgewicht Cup-versies waren zeer prijzige auto’s, met veel onderdelen van carbonfiber en een lichtgewicht lithium-ion batterij om het gewicht verder te drukken. Kortom, je zou een heel artikel kunnen wijden aan de diverse uitvoeringen van de Lotus Elise.
Design
De Lotus Elise is ontworpen met maar één doel: het gewicht zo laag mogelijk houden. Dat betekent in dit geval echter niet dat het uiterlijk dan maar direct op de tweede plaats komt. Ontwerper Julian Thomson zette met de Lotus Elise S1 een vriendelijk ogende sportwagen neer die ook vandaag de dag nog steeds de show steelt. De Elise S2 oogt aanmerkelijk agressiever en komt van de hand van Steve Crijns. De Elise S3 is op zijn punt weer een bijgewerkte versie van de Elise S2 en heeft onder meer moderne koplampen en led-achterlichten.
Visueel is iedere generatie van de Lotus Elise een echte blikvanger. Hij mag dan klein zijn, maar hij is elegant om naar te kijken. Er zijn geen scherpe hoeken en randen, alleen aerodynamische rondingen. Om van de Lotus Elise een cabriolet te maken, wordt het dak naar beneden gerold. Deze rol kan dan handig worden opgeborgen in de kleine bagageruimte. Latere versies kregen een uitneembaar targadak, dat je echter niet kwijt kon in de auto zelf. Pas wel goed op bij dit dakje, want de rubbers die zorgen voor de afdichting gaan snel kapot.
Als gevolg van de maniakale focus op gewichtsreductie, moeten Lotus Elise-fans het doen zonder de comfortfuncties die in vergelijkbare sportauto's te vinden zijn. Hoewel het stuurwiel goed in de hand ligt, heeft de Lotus Elise geen stuurbekrachtiging. Instappen via de lage deuren is even wennen. Zowel de bestuurder als de voorpassagier moet een zekere mate van lenigheid hebben. Als één been in de voetenruimte staat, moet het andere been zeer sterk worden gebogen om in de auto te komen. De kuipstoelen zijn daarentegen nog verrassend comfortabel. De zijdelingse steun is ook goed en houdt de inzittenden goed op hun plaats in snelle bochten. In de laatste generatie van de Lotus Elise was airconditioning beschikbaar tegen een meerprijs.
Veiligheid
Omdat de Lotus Elise alleen was uitgerust met het hoogst noodzakelijke, zijn er weinig veiligheidsvoorzieningen in de auto. ABS, ESP en assistentiesystemen zijn volledig achterwege gelaten bij de Lotus Elise S1. De Elise S2 en S3 kregen wel airbags en ABS aan boord. Een heel veilige auto is de Lotus Elise echter nooit geweest.
Prijzen
Een nieuwe Lotus is helaas niet heel goedkoop.
Nieuwprijzen
Zo start een volledig elektrische Lotus Eletre bij ongeveer 100.000 euro en loopt de prijs al snel op richting ongeveer 155.000 euro voor het absolute topmodel: de Lotus Eletre R. Een Lotus Emira met 3,5-liter V6-benzinemotor vergt een investering van minimaal 120.000 euro, maar ook die prijs loopt hard op met wat opties. Een Lotus Evija - een elektrische hypercar - is met een prijskaartje van ongeveer 2 miljoen euro bijzonder prijzig.
Prijzen voor occasions
De prijs van een Lotus occasion is sterk afhankelijk van de uitvoering, de kilometerstand, de aandrijflijn en uiteraard ook het onderhoudsverleden. In het algemeen is een Lotus wel vrij waardevast. Helemaal nu Lotus heeft aangekondigd volledig over te willen stappen op batterij-elektrische modellen, merk je dat de Lotus-modellen met een verbrandingsmotor bijzonder in trek zijn.
Reken voor een Lotus Elise op ongeveer 30.000 euro, maar die prijs loopt eenvoudig op naar 80.000 euro of meer. Een Lotus Exige of Evora zijn wat duurder, maar bieden ook meer serieuze prestaties. Een Exige begint bij ongeveer 50.000 euro. Hetzelfde geldt voor een Evora.
Momenteel is de Lotus Elise niet meer nieuw te koop, maar in de late jaren ’90 was je dik 40.000 euro kwijt voor de basisversie van de Elise S1. De Elise S2 gooide daar met een vanafprijs van zo’n 46.000 euro nog een schepje bovenop. Gek genoeg was de Lotus Elise S3 met een vanafprijs van circa 42.000 euro dan weer goedkoper. Logischerwijs was de Elise SC het duurste, die prijzen begonnen - ongeacht de generatie - bij zo’n 60.000 euro.
Omdat Lotus de Elise niet meer nieuw produceert, is de occasionmarkt de enige plek waar je nog een Lotus Elise gaat vinden. We verklappen alvast: ook dat wordt geen koopje. Omdat de Lotus Elise altijd in lage oplages is geproduceerd, staan op AutoScout24 weinig occasions te koop. De prijzen beginnen bij zo’n 25.000 euro voor een Lotus Elise S1 met flink wat ervaring en lopen op tot meer dan 40.000 euro voor een Lotus Elise S2. De Lotus Elise S3 - als je hem al vindt - brengt makkelijk meer dan 50.000 euro op als occasion.
Alternatieven
Een alternatief voor een Lotus verzinnen is nog best een uitdaging. Het hangt ook sterk af van het model en de modelgeneratie.
Een eerste generatie Lotus Elise laat zich goed vergelijken met een MG TF, Toyota MR2 of Renault Sport Spider, ook al is de Elise wel een meer serieuze sportwagen. Een nieuwe Lotus Elise vormt een concurrent van onder meer de Opel Speedster, Alfa Romeo 4C, Alpine A110 of Porsche Boxster. Met een sterkere Lotus Exige kom je al in het vaarwater terecht van een extra snelle Porsche 718 Cayman.
De Lotus Evora mag gezien worden als de grand tourer van Lotus, zo ook de Lotus Emira. De tweezits roadster met middenmotor is sowieso een uitstervend ras. De Lotus Emira vormt een concurrent van de Alpine A110 en Porsche 718 Cayman.
Om een alternatief te vinden dat zo puur is als de Lotus Elise, of zelfs nog puurder, moet je goed zoeken. Maar ze zijn er wel, ook bij Lotus zelf. Zo is de Lotus Exige een nog puurdere versie van de Elise, waarbij het verschil is dat de Exige een vast dak heeft. Daarnaast is er van eigen bodem de Donkervoort D8, een auto die mogelijk nog compromislozer is dan de Lotus Elise.
Wat is er verder nog op de markt? De Alfa Romeo 4C Spider bijvoorbeeld, die met zijn krachtige middenmotor, effectieve lichtgewicht constructie en perfecte wegligging heel wat weg heeft van de Lotus Elise. Dan had je destijds in de jaren negentig ook nog de Opel Speedster van de eerste generatie. Die werd nota bene door Lotus geproduceerd volgens hetzelfde lichtgewicht recept als de Elise.
Renault had kort de Spider ten tijde van de Lotus S1. Dat was ook een roadster met middenmotor volgens Spartaans recept. Die kon je toen zelfs zonder voorruit krijgen. Zoek je toch een wat luxere sportwagen met middenmotor? De Porsche Boxster brengt ook het authentieke cabrio-gevoel over en hoeft qua prestaties de vergelijking niet uit de weg te gaan.
