Blauwe Kentekenplaat: Betekenis en Gebruik in Nederland

De keuze voor een kentekenplaat is voor veel oldtimerliefhebbers een belangrijk aspect van het voertuig. Voor sommigen straalt de blauwe kentekenplaat meer stijl en authenticiteit uit dan de gangbare gele variant. Evengoed kom je af en toe nog voertuigen tegen met donkerblauwe kentekenplaten. Maar wat is de betekenis van een blauwe kentekenplaat in Nederland? In dit artikel duiken we dieper in de wereld van blauwe kentekenplaten, van de historische achtergrond tot de huidige regels en toepassingen.

Geschiedenis van de Blauwe Kentekenplaat

Voor 1 januari 1978 sierden blauwe kentekenplaten de Nederlandse wegen. Toch wisselde Nederland in de jaren zeventig van donkerblauwe naar gele kentekens. De verandering werd ingevoerd om de leesbaarheid van kentekenplaten te verbeteren. In de jaren dertig werd onderzoek gedaan naar de leesbaarheid van verschillende kleurencombinaties op kentekens. Nieuw onderzoek liet zien dat gele (en witte) platen wél goed zichtbaar zijn. Omdat in het donker witte platen achterop mogelijk aangezien konden worden voor koplampen, werd voor gele kentekenplaten gekozen.

Blauwe Kentekenplaten voor Oldtimers

Het donkerblauwe kenteken is dus een historisch kenteken dat enkel voor oldtimers is bedoeld. Daar zijn namelijk enkele voorwaarden aan verbonden. Zo moet het betreffende voertuig vóór 1 januari 1978 voor het eerst op de weg zijn gekomen (datum eerste toelating). Daarnaast is het een vereiste dat het kenteken bestaat uit twee groepen van twee cijfers en één groep van twee letters.

Voorwaarden voor een blauwe kentekenplaat op een oldtimer:

  • Voertuig moet voor 1 januari 1978 voor het eerst op de weg zijn gekomen (datum eerste toelating).
  • Het kenteken moet bestaan uit twee groepen van twee cijfers en één groep van twee letters, bijvoorbeeld: 12-AC-24.

“Heb je wel een auto van voor ’78, maar met de verkeerde letter-cijfercombinatie? Wissel dan eerst je kenteken om voor een historisch kenteken. Daarna mag je blauwe kentekenplaten gebruiken”, stelt de RDW. Heeft u een historisch voertuig en wilt u hiervoor een donkerblauwe kentekenplaat gebruiken? Dat mag, maar er zijn voorwaarden. Als uw voertuig van voor 1978 is, maar niet voldoet aan de voorwaarden van 2 groepen van 2 cijfers en 1 groep van 2 letters, kunt u toch in aanmerking komen voor een historisch blauwe kentekenplaat. In dit geval moet u eerst uw kenteken omwisselen voor een historisch kenteken bij de RDW. Pas nadat dit is voltooid, mag u blauwe kentekenplaten gebruiken.

Lees ook: Hoe auto afschrijving berekenen?

Staat u op het punt om uw kenteken om te wisselen voor een historisch kenteken? Vergeet niet om dit zo snel mogelijk door te geven aan uw verzekeraar. Heeft u een voertuig dat na 1978 voor het eerst is toegelaten en wilt u graag een blauwe kentekenplaat? Helaas is dit niet toegestaan volgens de regels.

Het donkerblauwe kenteken (niet te verwarren met de blauwe taxiplaten) is dus een historisch kenteken dat enkel voor oldtimers is bedoeld. Dat je online al voor enkele tientjes een donkerblauw kenteken kunt kopen, betekent dus niet dat je deze ook zomaar mag gebruiken. Sowieso kunnen officiële kentekenplaten niet online verkregen worden.

Blauwe Kentekenplaten voor Scooters

In Nederland zie je scooters met twee verschillende kleuren kentekenplaten: geel en blauw. Deze kleuren geven belangrijke informatie over het type scooter en de regels die erop van toepassing zijn. Het verschil tussen een geel en blauw kenteken voor scooters in Nederland gaat verder dan alleen de kleur. Het bepaalt hoe snel je mag rijden, of je een helm moet dragen, waar je mag rijden, en wat voor soort belasting en verzekering je nodig hebt.

Verschillen tussen gele en blauwe kentekenplaten voor scooters:

Kenmerk Gele Kentekenplaat (Bromscooter) Blauwe Kentekenplaat (Snorscooter)
Maximumsnelheid 45 km/u 25 km/u
Helmplicht Verplicht Verplicht in de meeste gemeenten vanaf 1 januari 2023
Waar rijden Rijbaan (tenzij er een verplicht bromfietspad is) Fietspad (of rijbaan indien geen fietspad aanwezig)
Wegenbelasting Moet betaald worden Niet betalen
Rijbewijs AM-rijbewijs AM-rijbewijs

Blauwe Kentekenplaten voor Taxi's

Een lichtblauw kenteken is een vorm van identificatie van taxi’s. In Nederland zijn taxi’s namelijk verplicht om met lichtblauwe kentekenplaten te rijden. Daarnaast zal een taxi in veel gevallen herkenbaar zijn aan het bordje op het dak. Het blauwe nummerbord is voorzien van een zwarte cijfer/letter combinatie en kan zowel langwerpig (520×110 mm) als rechthoekig (340×240 mm) vormgegeven zijn. Een auto mag alleen als taxi worden gebruikt als er in het kentekenregister van de RDW vermeld is dat het betreffende voertuig bestemd is voor het gebruik als taxi.

Lees ook: Vind de perfecte autodealer in Huizen

Overige Toepassingen van Blauwe Kentekenplaten

Nederlanders zijn wellicht bekend met het fenomeen van blauwe kentekenplaten. Deze opvallende nummerplaten worden vaak geassocieerd met bedrijfsvoertuigen en dienstauto's. De oorsprong van blauwe kentekenplaten, ook wel bekend als "taxi kentekenplaten," werden in Nederland voor het eerst geïntroduceerd in 1978. Het doel van deze blauwe nummerplaten was om voertuigen die worden gebruikt voor zakelijke doeleinden gemakkelijk te identificeren en te onderscheiden van privévoertuigen.

Blauwe kentekenplaten worden hoofdzakelijk gebruikt voor bedrijfsvoertuigen en dienstauto's. Dit omvat voertuigen die eigendom zijn van bedrijven, overheidsinstellingen, non-profitorganisaties en andere organisaties die voertuigen voor zakelijke doeleinden gebruiken. Deze kentekenplaten worden ook vaak gezien op voertuigen van monteurs, aannemers, bezorgdiensten, en zelfs voertuigen van bepaalde beroepsgroepen, zoals artsen en tandartsen.

Voordelen van blauwe kentekenplaten:

  • Herkenbaarheid: Het opvallende blauwe kleurschema maakt het gemakkelijk om bedrijfsvoertuigen te herkennen, wat handig is voor zowel verkeershandhaving als andere weggebruikers.
  • Belastingvoordeel: In sommige gevallen kunnen voertuigen met blauwe kentekenplaten profiteren van belastingvoordelen, zoals lagere wegenbelastingtarieven.
  • Professionaliteit: Het gebruik van blauwe kentekenplaten straalt professionaliteit uit voor bedrijven en organisaties. Het geeft aan dat het voertuig wordt gebruikt voor legitieme zakelijke doeleinden.
  • Efficiëntie: Voor bedrijven is het handig om snel te kunnen herkennen welke voertuigen tot hun vloot behoren. Dit helpt bij het beheren en onderhouden van hun wagenpark.

Er zijn strikte regels en voorschriften met betrekking tot het gebruik van blauwe kentekenplaten in Nederland. Zo moeten voertuigen met blauwe kentekenplaten daadwerkelijk worden gebruikt voor zakelijke doeleinden en mogen ze niet voor privégebruik worden ingezet. Het misbruiken van deze kentekenplaten kan leiden tot boetes en andere straffen.

Het is een bekend fenomeen in het Nederlandse straatbeeld: het blauwe kenteken voor verkeershufters. In december 2000 werd het verplicht voor automobilisten die zich structureel misdragen in het verkeer. Wie drie keer een boete krijgt voor grove verkeersovertredingen, moet een blauw nummerbord op zijn auto bevestigen. Op die manier wilde toenmalig minister Tineke Netelenbos andere verkeersdeelnemers waarschuwen voor asociale bestuurders.

Lees ook: Elektrische Auto Pechhulp

Er zijn geruchten dat sommige mensen gele kentekenplaten in hun voertuig leggen en toch met een blauwe kentekenplaat rondrijden, in de hoop dat de politie deze overtreding door de vingers ziet. Het blijkt dat de politie bij handhaving geen hoge prioriteit geeft aan de juiste uitvoering van de blauwe kentekenplaatregels. Hierdoor zie je op de Nederlandse wegen allerlei combinaties in blauw op auto’s die eigenlijk niet voldoen aan de regels. Zelfs kentekenplaten in de stijl van het land van herkomst, zoals Engelse en Franse varianten, komen voor.

Hoewel de handhaving van de juiste uitvoering van blauwe kentekenplaten geen hoge prioriteit heeft bij de politie, betekent dit niet dat er geen boetes kunnen worden opgelegd. De hoogte van de boete voor het onjuist gebruik van blauwe kentekenplaten kan variëren en is afhankelijk van de specifieke situatie en het oordeel van de handhavende instantie.

Niet iedereen is blij met de opvallende gele kentekenplaten die we in Nederland voeren. Ook al ziet je motor er oud uit, dit mag dus helaas niet.

Angelo Damen wil kenteken voor klassieke brommer maar RDW weigert

Het Voertuiggebonden Kentekenbewijs

Vanaf 1 januari 1951 werd het systeem van provinciale nummers vervangen door een nieuw landelijk systeem. Dit zijn de voertuiggebonden kentekens voor personenwagen, bedrijfsauto’s, bussen en motorfietsen. In het kort noemen we dit de 'blauwe kentekenplaten', hoewel we dat eigenlijk 'Voertuiggebonden rijkskentekens na 1950' of 'Rijkskentekens na 1950' zouden moeten noemen.

Er bestaan geen omnummerlijsten omdat de landelijke kentekens voor ieder voertuig werden afgegeven door de RDW. De provinciale nummers waren gekoppeld aan de persoon (eigenaar van het voertuig) en niet aan een bepaalde auto of motorfiets. Ze stonden los van de landelijke nummers. Vandaag de dag is dit 'nieuwe' systeem nog altijd van toepassing. Eerst werden de nieuwe kentekens nog afgegeven naast het bestaande nationaliteitsbewijs. Vanaf 1 november 1952 zijn beide functies in het kentekenbewijs verenigd.

De nieuwe kentekens bestonden uit zes tekens, beginnend met twee letters gevolgd door tweemaal twee cijfers. Iedere paar van letters/cijfers werd gescheiden door een koppelstreepje. De Nederlandse voertuigeigenaren moesten in het begin nogal wennen aan het nieuwe systeem, dat in hun ogen nietszeggend en saai was. De provincienummers zeiden tenminste nog iets over de provincie waar men vandaan kwam.

De vroegst uitgegeven kentekens begonnen allemaal met een N. De letters ND waren bestemd voor personenwagens en combinatiewagens met drie of vier wielen. Voor bedrijfswagens en bussen smaller dan 2.20 werden de letters NA uitgegeven. NB was bestemd voor bedrijfswagens en bussen breder dan 2.20 en tenslotte was er de serie NE, bestemd voor tweewielers (motoren, scooters) en driewielige motorbakfietsen met een lager eigen gewicht dan 400 kg.

Iedere letterserie bestond uit 9999 nummers. Toen de serie ND vol was, werd nog in 1951 overgegaan op NG. Na de serie NA voor smalle bedrijfswagens volgde in 1952 NF. De serie NB werd in 1954 opgevolgd door PB.

Tussen 1951 en ergens in de loop van 1953 werden landelijke kentekens afgegeven aan langzaam rijdende motorvoertuigen zoals landbouwtractoren en z.g. ijzeren honden als driewielers in de huis-aan-huisverkoop van levensmiddelen. Kentekens voor dit soort voertuigen komen we tegen in de letterseries voor 'smalle' bedrijfsauto's NA, NF, NJ, NN. Vanaf NS, NV enz. (we zitten dan in 1954) komen ze niet meer voor. Vanaf dat jaar, dus ergens in 1953, kregen die voertuigen ronde bordjes met bijv. 20 km, 16 km of 6 km. Er waren natuurlijk ook veel tractoren die na 1951 nog met een provinciaal nummer rondreden en wanneer die dan na 1953 van eigenaar wisselden, kregen ze een 20 km of 16 km plaatje.

Voor deze voertuigen werd in januari 1951 begonnen met de uitgifte van de letterserie NE, gevolgd door NH in mei 1951 en NL in oktober 1951. Nadat in 1951 het provinciale kenteken werd afgeschaft verviel ook de verplichting voor motorfietsen om een kentekenplaat aan de voorzijde te voeren. Het mocht overigens wel. Eind jaren zestig werd per wet geregeld dat auto's en motorfietsen geen scherpe uitstekende delen meer mochten hebben, waarmee de kentekenplaat op het voorspatbord definitief kwam te vervallen.

Dikwijls wordt de vraag gesteld waarom juist met de letter N is begonnen. Tegenwoordig is hier bij de RDW (de voormalige Rijksdienst voor het Wegverkeer, de instantie die vanaf 1951 de kentekens uitgeeft) niets meer over bekend. De meest aannemelijke verklaring hebben we gevonden in het blad Beroepsvervoer van 17 april 1959, waaruit blijkt dat de (onbekende) auteur zich goed over de achtergronden had laten informeren. Het antwoord luidde, dat in 1951 verschillende letterseries al waren gereserveerd voor auto’s van bijzondere doelgroepen. Zo was AA bestemd voor voertuigen van het Koninklijk Huis, de letter C (in combinatie met D) was voor het Corps Diplomatique, FH werd gebruikt voor auto’s die tot een handels- of fabrieksvoorraad behoorden. De G kwam ook niet in aanmerking want GN was gereserveerd voor auto’s van niet-ingezetenen. De letter I deed te veel denken aan het cijfer 1, net als de O op het cijfer nul lijkt. K, L en M waren gereserveerd voor militaire voertuigen. De letters N was nog helemaal ‘schoon’ en bovendien duidelijk op afstand leesbaar.

Een andere soms gestelde vraag is, of de RDW zich in 1951 realiseerde dat het wagenpark zo zou groeien, dat men ooit door de voorraad letters heen zou raken. Waarschijnlijk was daar wel enig besef van, echter de kentekens werden tussen 1951 en 1956 ook weer opnieuw uitgegeven nadat ze vervallen waren, nadat een voertuig was onttrokken aan het wegverkeer en was gesloopt. Deze vervallen nummers werden ‘gemengd’ met nieuwe nummers en kwamen aldus na administratieve recycling weer op een ander voertuig terecht. Hierdoor was vooral in de beginperiode de leeftijd van een auto lang niet altijd aan de hand van het kenteken vast te stellen. Bovendien moesten alle auto’s die nog van oude provincienummers waren voorzien, deze uiterlijk 31 december 1956 inwisselen tegen een nieuw kenteken. Hierdoor kwamen er veel oude auto’s op de weg met een (voor die tijd) nieuw kenteken.

Het eerste kentekennummer voor een personenwagen (sidecode 1), ND-00-01 werd uitgereikt aan de Ford Taunus 10M 1950 van de heer J.K.Leyen, directeur van het Verbond van Verenigingen van Veilig Verkeer. Kenteken ND-00-02 kwam terecht op de Vauxhall 1950 van de heer O. Euverman te Groningen. Het eerste nummer in de NB-serie (NB-00-01) is uitgereikt aan een Ford autobus uit 1947 (een z.g. schoolbus) van het autobusbedrijf De Kock uit Halsteren. Wie het nummer NA-00-01 kreeg, is ons niet bekend. Ook het eerste motorfietsnummer weten wij niet.

De eerste nummerplaten waren uitgevoerd volgens een voorgeschreven formaat en kleur. Ze waren langwerpig of vierkant en de kleur was het z.g. Pruisisch Blauw. Van 1951 tot 1957 waren de kentekenbewijzen deel 1 en deel II uitgevoerd op linnen, na 1957 werd het papier.

Voorlopige kentekenplaten werden in 1956 geïntroduceerd voor nieuwe motorrijtuigen omdat het wachten op een definitief kenteken lang op zich liet wachten. Dit kenteken bestond uit 2x2 cijfers. In 1958 werden de voorlopige en ééndaagse kentekenbewijzen per provincie uitgereikt. Zij bestaan uit één letter en vier cijfers (X-12-34 / 12-X-34 / 12-34-X). Ze werden uitgereikt tussen 1958 en 1998. In 1997 kwam er een nieuw type plaat.

Voorjaar 1959 was de letterserie Z voor personenwagens helemaal gebruikt (eindigend met ZX-99-99) en werd doorgenummerd met AD-00-01 (een Fiat 500 Nuova). In oktober 1962 was de letterserie J vol en werd doorgegaan met de M, die men eerst niet wilde gebruiken. Er volgden zoals gebruikelijk: MD, MG, MK, MP, MT, MX.

Gele reflecterende kentekenplaten worden toegestaan vanaf november 1975 en worden sinds 1 januari 1978 uitgereikt aan alle nieuwe auto’s, behalve aan klassieke of semi-klassieke auto’s die een z.g. klassiek kenteken hebben.

Op 3 oktober 1991 verschijnt het eerste kenteken met letters, letters, cijfers (sidecode 5, DB-BB-01). In 1999 komen de cijfers vooraan te staan (sidecode 6, 01-DB-BB). Op 1 februari 2000 wordt de eerste kentekenplaat met het zogenaamde GAIK merk (Gecontroleerde Afgifte en Inname kentekenplaten) afgegeven. Dit houdt in dat er voortaan per voertuig nog maar twee kentekenplaten mogen worden afgegeven met eventueel een witte variant voor een aanhanger. Bij export of sloop worden de kentekenplaten vernietigd. Bij verlies of diefstal krijgt de vervangende plaat een cijfertje (1, 2 of 3) boven in de plaat.

Sinds 1 september 2003 zijn aanhangwagens boven de 750 kg verplicht een eigen kenteken te hebben.

In 2005 wordt gebroken met de traditie van twee letters. De reden is tweeledig. Volgens de RDW is uit onderzoek van TNO gebleken dat combinaties van drie letters makkelijker in het geheugen blijven zitten (exact dezelfde reden als bij de invoering van de twee letters in 1951!) en bovendien zijn er geen mogelijke combinaties met twee letters meer mogelijk.

Men begint een nieuwe combinatie: twee cijfers, drie letters en weer één cijfer (sidecode 7). Als eerste krijgen vanaf 1 september 2005 brom- en snorfietsen een kenteken met deze combinatie (de letters D en F, bijvoorbeeld 01-DBB-1, vanaf augustus 2006 DB-001-B en vanaf december 2008 DB-01-B en D-001-BB). Begin 2013 is deze serie op en komt er op 15 maart 2013 een nieuwe combinatie: één cijfer, drie letters, twee cijfers (sidecode 8, 1-KBB-01). Deze serie duurt maar twee jaar omdat alleen de beginletters, K, S, T, X en Z worden gebruikt, zodat op 30 maart 2015 minister Melanie Schultz van Haegen het eerste kenteken voor een personenwagen met wéér een nieuwe combinatie uitreikt; twee letters, drie cijfers, één letter (sidecode 9, GB-001-B). Echter geen nieuwe combinatie, want deze serie was inmiddels al in gebruik voor bromfietsen en bedrijfswagens.

Sidecode 10, één letter, drie cijfers, twee letters (G-001-GB) werd uitgegeven vanaf 2019. Deze serie raakt in juni 2024 op waarna voor personenauto's verder gegaan zal worden met: Sidecode 11, drie letters, twee cijfers, één letter (GBB-001-G). Ook dit is geen nieuwe combinatie, want deze werd al vanaf 2015 gebruikt voor snorfietsen en bromfietsen. Voor auto werd dit nummer uitgeven vanaf juni 2024.

Toekomstige kentekenseries voor auto's (bron: RDW):

  • Sidecode 12: één letter, twee cijfers, dire letters (X-99-XXX)
  • Sidecode 13: één cijfer, twee letters, drie cijfers (9-XX-999)
  • Sidecode 14: drie cijfers, twee letters, één cijfer (999-XX-9)

Al met al blijft ondanks alle veranderingen en tijdelijke hypes die weer zijn verdwenen (kentekenbewijs deel 3!) het aloude voertuiggebonden kentekensysteem uit 1951 nog steeds in gebruik. Vanaf 2014 wordt het papieren kentekenbewijs geleidelijk aan vervangen door een 'chipcard' of 'kentekencard'.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie