Albanese Man Veroordeeld voor Cocaïnesmokkel in Verborgen Ruimte Auto te Barendrecht

In de zomer van 2023 werd een 52-jarige man uit Albanië door de politie betrapt in Barendrecht, toen hij een lading drugs in een verborgen ruimte van zijn auto laadde. De rechter heeft uit bewijs kunnen opmaken dat de man op dinsdag 18 juli 2023 zijn Renault parkeerde op een parkeerterrein aan de Noldijk te Barendrecht. Daar had hij een ontmoeting met een man op een scooter.

Deze man liep vervolgens de bosschages in en kwam daar een paar minuten later uit met een grote doos. De man op de scooter en de verdachte liepen vervolgens samen naar de voorzijde van de Renault. De politie heeft toen ingegrepen en trof de verdachte bij de Renault aan met deze doos voor zijn voeten.

De motorkap van de Renault stond open en de bumper aan de voorzijde was losgemaakt. Daarachter was een verborgen ruimte zichtbaar. Na opening van de doos bleken daarin 13 blokken cocaïne te zitten.

Voorbeeld van een verborgen ruimte in een auto.

Het Proces

De man heeft op de zitting in de Rechtbank verklaard dat hij benaderd was door een hem onbekende Albanees met het verzoek om een doos met mobiele telefoons te vervoeren. Hij hield tijdens de zitting vol dat hij alleen een vriend wilde helpen met ‘iets’ vervoeren. Zo liet hij aan de rechter weten dat hij absoluut niet wist dat het om cocaïne ging.

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 juni 2024, waarbij de officier van justitie, mr. I. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.

Lees ook: Auto kopen? Vermijd verborgen gebreken!

De Aanklacht

  • Feit 1: Het bezit van ruim 13kg cocaïne.
  • Feit 2: Het witwassen van € 222.570,00.

De officier van justitie acht feit 1 primair en feit 2 wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft op zitting bekend dat hij wist van de verborgen ruimte in zijn auto en dat daarin drugs en geld waren verstopt. Ook heeft verdachte verklaard dat hij onderweg was van Frankrijk naar Nederland.

Voor feit 2 geldt dat verdachte veel geld aanwezig had in combinatie met de aangetroffen drugs, dat hij een uitkering van € 1.000,00 per maand ontvangt en dat hij geen verklaring heeft voor de aanwezigheid van het geld. Deze omstandigheden in samenhang bezien, maken dat verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het geld - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf.

De verdediging bepleit primair vrijspraak van de ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan bewijs. De verdediging stelt daartoe dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), omdat de toepassing van de controlebevoegdheden van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) onrechtmatig was.

Door de politie is bij het inzetten van de controlebevoegdheden als selectiecriterium het uit Frankrijk afkomstige kenteken van de auto van verdachte gebruikt. Er is dan ook onderscheid gemaakt op grond van nationaliteit en dat is op grond van artikel 1 van de Grondwet en de jurisprudentie van de Hoge Raad niet toelaatbaar. Ook is de auto onrechtmatig doorzocht, omdat verdachte zich al met zijn rijbewijs kon identificeren en er daarom geen doorzoeking naar zijn identiteitsbewijs noodzakelijk was. Verzocht wordt om de in de verborgen ruimte aangetroffen drugs en contante geldbedragen uit te sluiten van het bewijs.

Voor zover de rechtbank oordeelt dat de controle en de doorzoeking van de auto wel rechtmatig hebben plaatsgevonden en niet wordt overgegaan tot bewijsuitsluiting, dan is de verdediging met de officier van justitie van mening dat beide feiten kunnen worden bewezen. Vast staat dat ongeveer 1402,8 gram cocaïne en € 222.570,- aan contant geld is aangetroffen in een verborgen ruimte in de personenauto Renault Captur, met Frans [kenteken]. Verdachte was de eigenaar en bestuurder van deze auto.

Lees ook: Ruimte achterbank V60

Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij met een persoon een overeenkomst was aangegaan, inhoudende dat hij drugs en geld zou vervoeren naar Rotterdam. Verdachte zou hiervoor € 5.000,- krijgen. Diezelfde persoon heeft de verborgen ruimte in zijn auto ingebouwd of laten inbouwen. Verdachte heeft in zijn woonplaats in Frankrijk zelf de pakketten in de verborgen ruimte gelegd, waarna hij in de richting van Rotterdam is gereden. Verdachte wist dat in deze pakketten drugs en grote hoeveelheden crimineel geld zaten.

Ingenieuze manieren om drugs te smokkelen.Ingenious Ways To Smuggle Drugs.

Vormverzuimen?

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier blijkt dat sprake was van een algemene verkeerscontrole in de zin van de WVW, waarbij het hoofddoel was het opsporen van verborgen ruimtes. In dat kader is door de verbalisanten beschreven dat verdachte bijzonder rijgedrag vertoonde. Zo reed verdachte op de tweede rijstrook op ongeveer twee tot drie meter afstand van zijn voorganger, met een snelheid van ongeveer 90 kilometer per uur.

Hierop is aan verdachte een volgteken gegeven en is verdachte naar een controlelocatie geleid, waar hij staande is gehouden. Verdachte toonde vervolgens een Frans rij- en kentekenbewijs, maar hij kon zich niet identificeren met een geldig identiteitsbewijs. Er is bij verdachte een blaas- en speekseltest afgenomen. Bij de speekseltest testte verdachte positief op het gebruik van THC en cocaïne.

Als gevolg hiervan werd verdachte aangemerkt als verdachte en werd aan hem een geldig legitimatiebewijs gevorderd. Dit kon hij niet overhandigen. Artikel 55b, eerste lid, Sv geeft een opsporingsambtenaar de bevoegdheid om een staande gehouden verdachte aan zijn kleding te onderzoeken, en voorwerpen die de verdachte bij zich draagt of met zich mee voert te onderzoeken, één en ander voor zover zulks noodzakelijk is voor de vaststelling van zijn identiteit.

De rechtbank is van oordeel dat de politie dan ook mocht kijken in de kofferbak van de auto, als zijnde een plaats waar zich voorwerpen met daarin een identiteitsbewijs kunnen bevinden. Dat verdachte reeds zijn rijbewijs met daarop zijn persoonsgegevens had overhandigd aan de verbalisant doet daar niet aan af. Een Frans rijbewijs geldt immers niet als identiteitsbewijs in het buitenland, en dus ook niet in Nederland.

Lees ook: Is de Kia Picanto Ruim Genoeg?

Na het openen van de kofferbak werden door een medewerker van de douane aanwijzingen voor een verborgen ruimte aantroffen. Waargenomen werd namelijk dat de bodem van de kofferbak in een afwijkende kleur was afgewerkt en dat de ruimte qua indeling niet overeenkwam met hoe deze van fabriekswege wordt uitgevoerd. Daarnaast was één van de verbalisanten ambtshalve bekend met het feit dat in dit type auto met enige regelmaat verborgen ruimtes in de kofferruimte worden aangetroffen op de plaats van het reservewiel.

Hierop is de auto doorzocht en werd in de kofferbak een verborgen ruimte aangetroffen. In deze verborgen ruimte lag het contante geld en de cocaïne.

De rechtbank oordeelt gelet op het voorgaande dat de verbalisanten op een juiste manier toepassing hebben gegeven aan hun controlebevoegdheden op grond van de WVW. Ook acht de rechtbank de doorzoeking van de auto rechtmatig. Op grond van de positieve speekseltest in combinatie met het vermoeden van de aanwezigheid van een verborgen ruimte in de auto, was er sprake van een redelijk vermoeden van schuld aan overtreding van de Opiumwet. De rechtbank is dan ook van oordeel is dat geen sprake is van de door de verdediging gestelde vormverzuimen, waardoor geen grond bestaat voor bewijsuitsluiting.

Inbeslagname van cocaïne door de politie.

De Uitspraak

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte op zitting en de overige bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verlengde invoer van ongeveer 1402,8 gram cocaïne.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij wist dat hij drugs aan het vervoeren was, maar dat hij niet wist welke soort drugs het betrof. Ook heeft verdachte verklaard dat het rechthoekige pakketten waren die hard aanvoelden. Hij kon niet zien dat het om wit poeder ging, maar hij vroeg zich wel af of het cocaïne kon zijn.

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte op zitting en de overige bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van € 222.570,-.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van de feiten komt, verzoekt de verdediging om bij de strafoplegging in matigende zin rekening te houden met de open proceshouding van verdachte op zitting, zijn beperkte rol als koerier en de zware detentieomstandigheden voor verdachte omdat hij als buitenlander in een Nederlandse gevangenis gedetineerd zit. Daarnaast wordt verzocht om verdachte als first offender aan te merken, omdat hij de afgelopen vijf jaar niet is veroordeeld.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verlengde invoer van ongeveer 1402,8 gram cocaïne. Dit is een ernstig feit. Cocaïne is een stof die zeer verslavend werkt en zeer schadelijk is voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Daarnaast wordt door de in- en uitvoer van drugs de (internationale) handel in verdovende middelen en alle nadelige effecten daarvan in stand gehouden. Vaak gaat de handel in drugs ook gepaard met vele vormen van criminaliteit. Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot geldbedrag, namelijk € 222.570,-. Witwassen vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Verdachte heeft zich niet bekommerd om de risico’s en gevolgen van zijn handelen. Hij is kennelijk tot het plegen van de feiten overgegaan met als enige reden er zelf financieel beter van te worden.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte in Nederland en in Frankrijk . Hieruit blijkt dat verdachte in Frankrijk in 2008, 2012 en 2015 is veroordeeld tot gevangenisstraffen wegens softdrugs-gerelateerde feiten. Deze veroordelingen vallen weliswaar buiten de formele terugkijktermijn voor recidive, maar laten naar het oordeel van de rechtbank wel zien dat verdachte zich al sinds 2008 in het drugscircuit bevindt.

Op zitting heeft verdachte zijn verantwoordelijkheid genomen en heeft hij inzicht gegeven in zijn handelen. De rechtbank zal deze open proceshouding van verdachte in zijn voordeel meewegen. Daarnaast zal er in strafmatigende zin rekening mee worden gehouden dat verdachte als Fransman gedetineerd zit in een Nederlandse gevangenis. Hij verblijft dan ook in een voor hem vreemd land en bevindt zich in een omgeving met mensen die niet zijn taal spreken.

Gelet op de aard en ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende strafrechtelijke reactie is. Voor de hoogte van die gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en op straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie recht doet aan de ernst van het feit en de persoon van verdachte.

De man heeft een gevangenisstraf van anderhalf jaar (18 maanden) opgelegd gekregen, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Als hij nogmaals de fout in gaat, moet hij alsnog dat jaar de gevangenis in.

De rechtbank zal daarom - in overeenstemming met de strafeis - aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest.

De hierna in de beslissing genoemde auto is vatbaar voor verbeurdverklaring omdat verdachte hiervan de eigenaar is en feit 1 met behulp van deze auto is begaan. Daarnaast is het in de beslissing genoemde contante geldbedrag onder verdachte in beslag genomen. Niet kan worden vastgesteld aan wie dit geldbedrag toebehoort. Verder is gebleken dat feit 2 is begaan met betrekking tot dit geldbedrag. Dat maakt het geldbedrag vatbaar voor verbeurdverklaring.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.L.J. Martens, voorzitter, mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. D.S.G. Froger-Zeeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie